Enige maatschappijkritiek in het werk van Bomans

Proeve ener bijdrage voor de website van het Godfried Bomans Genootschap door Arnold J. Bomans, 24 aug 2021

In het werk van mijn illustere oom kwam ik een aantal passages met maatschappijkritiek tegen waarvan de sfeer mij meer beviel dan de verbetenheid in veel hedendaagse analyses. De reden is dat die kritiek in Bomans’ werk niet een bepaald kamp vertegenwoordigt (of het moet in de verte de katholieke sociale leer zijn) en bijna terloops de kern raakt, zoals enkele penseelstreken een schets kunnen opleveren die treffender is dan het uiteindelijke schilderij. Ik wil een paar van die passages op een rij zetten en verneem graag of Bomans nog anderssoortige kritiek weergeeft, zoals op het parlementaire stelsel. Als inleiding moet ik beginnen met een citaat uit het boek ‘Het Land van de Dwazen’ van de Belgische geschiedkundige Karel van Isacker.

DE ANALYSE DOOR VAN ISACKER

Samengevat luidt Van Isacker’s analyse van ons tijdsgewricht als volgt.[1] ‘Het land van de dwazen, dat is het land waar de natuur stelselmatig wordt vernield, waar schoonheid en oorspronkelijkheid worden opgeofferd aan de welvaart; het land met de vergiftigde lucht, met het lawaai en de stank van de steden, met het vernielde landschap…Het land van de dwazen, dat is het land waar men het normaal vindt acht uur per dag, vier vijfden van het leven, weg te gooien aan een zinloos werk dat de mensen leeg maakt en verstikt; het land waar men in ruil voor een salaris graag zijn ziel en zijn vrijheid prijsgeeft…’

DE OPLOSSING VAN BOMANS

Naar aanleiding van dit boek ontspon zich tussen Van Isacker en Bomans het volgende gesprek.[2]

Bomans: Dan is er nog een boek van u verschenen, dat ik juist gisteren gelezen heb: `Het Land der Dwazen’, waarin u zich keert tegen de toenemende onleefbaarheid van België, speciaal wat betreft luchtvervuiling, landschapsbederf en waterverontreiniging. […] Professor Van Isacker, ik kan de verontwaardiging, die u in uw boek hebt uitgesproken, van harte delen: wie is er niet tegen luchtvervuiling en dergelijke. Maar het moet me toch van het hart dat ik in uw boek ook een Don Quichotte-element waarneem. U heeft eigenlijk geen oplossing. […]

Van Isacker: Ziet u dan een oplossing?

Bomans: Jawel […]

Van Isacker: Maar wat is dan uw oplossing?

Bomans: Een mentaliteitsverandering.

Van Isacker: Hoe bedoelt u dit?

Bomans: Rijdt u in een auto?

Van Isacker: Jawel. Ik heb zelf geen auto, maar ik rijd wel in een auto.

Bomans: Een bromfiets?

Van Isacker: Die heb ik. U wilt zeggen: dan doe ik zelf mee aan die dwaasheid.

Bomans: Dat wil ik zeggen. De oplossing is nu, dat u fietst en dat iedereen gaat fietsen. Meer bedoel ik niet.

Van Isacker: Juist!

Bomans: Dat betekent een nieuwe ascese.

Van Isacker: Ja, daar ben ik het mee eens. Dit is inderdaad de enige oplossing. Maar een dergelijke ascese verwachten van de hele gemeenschap, is dat geen utopie?

Bomans: Wij hebben geen keus, het moet gebeuren.

Van Isacker: Maar hoe?

Bomans: Op zijn slechtst uit louter zelfbehoud, op zijn best vanuit een nieuwe visie op het leven.

Van Isacker: Vertelt u eens iets over die nieuwe visie. Dat interesseert me.

Bomans: als historicus of als priester?

Van Isacker: Als beide.

Bomans: Het zal u dan in beide functies bekend zijn, dat driekwart van wat gemaakt wordt volstrekt overbodig is. Laten we dit samenvatten onder het begrip ‘comfort’. Een dergelijke consumptiemaatschappij kan alleen ontstaan als men niets beters omhanden heeft. Maar hebben de mensen een idee dat daarboven uitstijgt, dan verschrompelt het belang van comfort. Ik zie ascese niet als doel in zich, maar als een vanzelfsprekend gevolg van een ideaal. Ascese geïsoleerd gezien is inderdaad een utopie. Maar die versobering kan wel degelijk intreden als consequentie van iets anders. Wat wij nu missen is een bezieling, waardoor de oude noties van optimaal gemak en snelle verplaatsing als volkomen onbelangrijk door de mand vallen. Houdt u wel eens lezingen?

Van Isacker: Dat gebeurt zo nu en dan […]

Met bezieling en idee bedoelt Bomans niet een doel waarvan het halsstarrig najagen het zicht op de werkelijkheid ontneemt en elke verbazing verstikt. Dit blijkt uit veel van zijn bespiegelingen over onbevangenheid. Zo schrijft hij over het kind:[3] ‘Door zijn onbedorvenheid is het in staat de dingen te zien, gelijk zij zijn.’ Zo’n kind is ook Chesterton’s romanfiguur Father Brown. ‘Zijn eigenlijke functie op aarde is, verbaasd te zijn. Hij leeft van verwondering. Weinig mensen leven daarvan. Ieder heeft een vast plan in het leven, loopt op een doel af, marcheert een bepaalde richting in. Daardoor ontgaan hem de dingen, die buiten de weg te zien zijn.’

POGINGEN TOT VERANDERING

Bomans kon wel een mentaliteitsverandering als oplossing wensen, maar de onhaalbaarheid daarvan werd al duidelijk bij het volgende vraaggespek, namelijk met ingenieurs:[4] ‘het bezwaar van Van Isacker,’ zo legde Bomans hun uit, ‘is het technisch, efficiënt denken, zonder te letten op de noodlottige gevolgen hiervan voor stad en land. Het streven om met de geringst mogelijke middelen het maximaal effect te bereiken. Hij acht die mentaliteit desastreus. We raken verzeild in een catastrofe.’ Bomans kreeg geen inhoudelijke respons en noteerde dat de ingenieurs ‘voortdurend de problemen ontweken, of, als ze erop ingingen, voor de laatste consequenties terugdeinsden. Men was ook zeer bedreven in het uitvoeren van afleidingsmanoeuvres (…)’.

Nu wil ik ingenieurs niet wegzetten als de belichaming van het kwaad, maar ik denk wel dat de techniek hun een voorwendsel verschaft om de verantwoordelijkheid te ontlopen. De mens valt wel vaker voor de verleiding om zich naar de regels te voegen. Zo schrijft Bomans:[5] ‘Het mooie zit in de geborgenheid, het blindelings uitvoeren van wat hem opgedragen is, het wegvallen van iedere verantwoordelijkheid, kortom, de bevrijding van de last om een situatie persoonlijk door te denken.’ Meer algemeen lijden velen aan ‘een tekort aan voorstellingsvermogen’ en dat leidt tot wreedheid: ‘Zij voelen zich geborgen in een vaste structuur. Past die blauwdruk niet meer op het beweeglijk leven, dan ontgaat hun dit. Zij worden dan “wreed”. (…) De diagnose van Oscar Wilde echter treft dichter bij de roos: stupiditeit.’ Oftewel, ‘zij missen veeleer het vermogen zich in hun lijden te verplaatsen’, dat wil zeggen, van hun slachtoffers. Inmiddels zijn we verzeild in de voorspelde catastrofe en om de steven nog enigzins te wenden, kunnen we ons dus niet langer verschuilen achter de huidige maatschappelijk regels.

EEN BLIK IN DE TOEKOMST

Er is nòg een aspect: internationale onrechtvaardigheid. Daar werd de Nederlandse diplomaat Luns op gewezen, zo bleek toen Bomans hem ondervroeg:[6]

Bomans: Kunt u een menselijke eigenschap noemen, die de oorzaak is van internationale spanningen?

Luns: Jaloezie. Afgunst tussen de volken. Een ambassadeur van een Aziatisch land, die ons land had bezocht, liet zich na afloop ontvallen: “De welvaart van dit land schreit ten hemel om wraak.” Het is mij letterlijk zo overgebracht. Jaloezie speelt een grote rol.’ Al het voorgaande belooft weinig goeds voor de toekomst. Bomans ziet als constante in de geschiedenis de bestiale agressiviteit van de mens en zegt:[7]  ‘ik weet ook niet hoe de wereld er over twintig jaar uitziet. Ik ben op dat punt wel een beetje pessimistisch omdat, als wij doorgaan met al die koolmonoxide te verspreiden en pot te verteren (…) dan is het dadelijk ook op (…)’ Hij voorziet lege wegen en hongersnood.

De uitstoot van koolmonoxide, voornamelijk door auto’s, werd toen als meer nijpend gezien dan de emissie van kooldioxide.[8] Het heeft een halve eeuw moeten duren voordat CO2 werd erkend als een reuzachtig probleem. Om een indruk te geven: stel, de wereld gaat gewoon door met de uitstoot van CO2; dan moet het daarmee in 2028 opeens afgelopen zijn teneinde onder de anderhalve graad opwarming te blijven en wel met slechts 83% kans.[9] Nederland moet al in 2024 met CO2-uitstoot gestopt zijn om 66% kans op anderhalve graad te hebben.[10]

CONCLUSIE

Wat nu? In lijn met Bomans denk ik dat we vooral concentratie moeten opbrengen om zaken te ontdekken of om ons te verbazen over wat voor onze neus ligt. Ik vrees echter dat onze aandacht spoedig geheel door meer wereldse zaken in beslag zal worden genomen. Laten we ook beter naar kinderen luisteren: hun onbevangenheid staat garant voor realiteitszin, ook al impliceert die dat er geen glossy ‘Godfried’ meer op uw deurmat kan vallen.


[1] Van Isacker (1970) ‘Het land van de dwazen’. De Nederlandsche Boekhandel. (Achterflap.)

[2] Bomans (1972) ‘Karel van Isacker’ in ‘Een Hollander ontdekt Vlaanderen’. Elsevier. (Blzn. 116-119) Het gesprek is terug te zien op de gelijknamige DVD. Wat blijkt? Het boek geeft sommige delen van het gesprek geheel anders weer en Bomans heeft bepaalde passages helemaal niet uitgesproken. En net als hij bovenstaande oplossing wil ontvouwen, dan houdt de opname op. Bomans heeft de werkelijkheid waarschijnlijk verfraaid en met goed resultaat. 

[3] Bomans (1973) ‘G.K. Chesterton over een argeloze detective’ in ‘Van mens tot mens.’ Elsevier. (Blzn. 106-108)

[4] ‘Kon. Vlaamse Ingenieursvereniging’ in ‘Een Hollander ontdekt Vlaanderen’ (Blz.120)

[5] Bomans (1973) ‘Een mooie tijd’ in ‘Op de keper beschouwd’. Elsevier. (Blzn. 198-200)

[6] ‘Ten huize van het echtpaar Luns’ in ‘Van mens tot mens’

[7] Ooft ondervraagt Bomans voor de Wereldomroep https://www.youtube.com/watch?v=yndFdZvlvc8 rond 4:20

[8] Schwab, Jürgen (1972, 2e druk) ‘Planet in der Krise’ (Achterzijde: ‘Tu etwas’. Betaald door Daimler Benz, de autofabrikant). Het besteedt twee keer zoveel tekst aan CO als aan CO2 en aan de ‘Wärmetod der Erde’.  

[9] IPCC (2021) AR6. ‘Full Report’ Tabel 5.8 blz.5-96. Of ‘Technical Summary’ Tabel TS-3 blz. TS-62. https://www.ipcc.ch/report/ar6/wg1/

[10] Zie https://www.showyourbudgets.org. Voor een uitleg (van het inmiddels achterhaalde jaar 2026) en verantwoording zie https://www.klimaathelpdesk.org/answers/om-een-66-kans-te-hebben-op-15-graad-zou-nederland-2026-klimaatneutraal-moeten-zijn-waar-komt-die-conclusie-vandaan/