Bomans en Cruijff

Bomans en Cruijff

Edward Krabbendam

Cruijff als engel
Bomans en CruijffToen Johan Cruijff (J.C.) nog bij Ajax speelde, was hij geregeld op televisie te zien. Ik vergaapte me vaak aan zijn spel. Dat deden de verdedigers van de tegenpartij ook. Cruijff was niet te volgen. Cruijff voetbalt allang niet meer. Nu is hij bij de televisie voetbalcommentator.Waren eerst zijn voeten niet te volgen, nu geldt dat bij tijd en wijle voor zijn tong.

Dat geeft niets want daarna komt altijd iets waar geen speld tussen te krijgen is. Heel Nederland kent zijn ‘Ieder voordeel heb z’n nadeel’. Die uitspraak, waarmee Cruijff zich een groot verspreider van de relativiteitsgedachte toont, is zó juist, dat het omgekeerde ook nog eens waar is. Cruijff is een bijzonder mens.

In 1973 ging hij van Ajax naar Barcelona. De Catalanen hadden hem niet zo zeer nodig om kampioen van Spanje te worden maar meer om Real Madrid te verslaan, als wraak voor de lange vernedering die het Catalaanse volk door de regering in Madrid was aangedaan. ‘Op 17 februari 1974’, schreef Patrick Chatelion Counet op 10 juni 2006 in ‘Trouw’, ‘betrad Johan Cruijff het Bernabéu-stadion te Madrid, (.) Als Gods eigen wraakengel leidde hij de hemelse heerscharen naar een glorieuze overwinning, 0-5. (.) FC Barcelona versloeg die dag niet Real Madrid maar de centrale regering onder Franco. (.) Cruijff gaf de Catalanen hun moed, hun eer, hun roem, hun cultuur terug.’ Sindsdien was Cruijff een ware voetbalmessias die de Catalanen ook nog eens in politieke zin verlost had.

Twee jaar eerder had Bomans deze messias opgezocht voor een interview. Als voetballiefhebber bewonderde hij de kwaliteiten van Cruijff en gaf daar als (literaire) journalist als eerste vorm aan, eerder dan Nico Scheepmaker, die in 1972 een boek over Cruijff schreef.
Op 2 december 1971 was Bomans een middag bij het gezin op bezoek. Cruijff was toen vierentwintig jaar, hij was op die dag precies drie jaar getrouwd en zijn vrouw Danny verwachtte haar tweede kind. Uit dat bezoek kwam het stuk ‘Een middag met Johan Cruijff’ voort dat in het kerstnummer van Elsevier verscheen. In dat tientallen jaren oude stuk is de huidige Cruijff nog goed te herkennen.

Bomans sneed allerlei onderwerpen aan, zoals, of Cruijff in het veld nadacht voordat hij een onnavolgbare beweging maakte. Nee, want dan ben je te laat, was zijn antwoord. Voorts ging het over zijn komende verhuizing, over zijn schoonvader Coster, zijn mislukte poging in Spanje te gaan voetballen omdat de grenzen voor buitenlandse spelers nog gesloten waren, clubliefde, financieel misbruik door clubs van jonge spelers, een transfersom van 300.000 gulden, egoïsme, sportiviteit, professionele overtredingen, zenuwachtigheid voor de wedstrijd, trainer Michels die ‘af en toe wel eens aardig (kon) kankeren’, over Van Hanegem die ‘de kromme’ werd genoemd, het zware beroep van voetballer, sigaretten roken en zijn mooiste goal (tegen Feyenoord uit).
Er kwamen nog veel meer zaken aan de orde waardoor het artikel in Elseviers Magazine van 25-12-’71 zeer fors uitviel. Het begon zo:

‘Johan Cruijff doet in zoverre aan een engel denken dat ook een engel niet aan de zwaartekracht onderhevig is. Ik heb hem vaak zien spelen en mij dan telkens verwonderd dat hij na afloop gewoon met de anderen mee het veld afliep en niet opsteeg en over de tribunes heen aan de einder verdween. Vermoedelijk houdt hij zich in. (.) Ook in zijn gezicht zit iets engelachtigs. Het is voornamelijk uit verbazing samengesteld, maar dan het soort verbijstering van iemand die uit een wolk op aarde gevallen is en zich dan verder zo goed mogelijk behelpt tussen de logge wezens die hij daar aantreft. Het is eigenlijk vreemd dat zo iemand dan gaat voetballen, want dat is een weinig sierlijke sport. Hoe graag ik er ook naar kijk, het blijft een tijdverdrijf voor polderwerkers (.)
De bekoring van Cruijff zit nu hierin dat men plotseling in een elftal krombenige kluitenjongens een balletdanser ziet verschijnen, die tussen al die hollende en trappende lijven gewichtloos voortzweeft en iets met de bal doet dat niemand meer volgen kan en gewoonlijk in het doel eindigt.’

(Werken V, p. 839)
Dit is de jonge Cruijff ten voeten uit. Een mooiere beschrijving ben ik niet tegengekomen.