Van Society tot Genootschap

Het is dit jaar 40 jaar geleden dat het Godfried Bomans Genootschap werd opge­richt. Tijd om terug te kijken.

Van der Werfcafé Leiden Column van Society tot Genootschap
vm ‘In den Vergulden Turk’ Leiden

Zonder Bert Koekebakker [1] zou er geen Godfried Bomans Genootschap zijn ge­weest. De oud-student Nederlands is de founding father van het Genootschap. Na het plotseling overlijden van Godfried Bomans kwam hij op het idee tot de oprich­ting van een Society. Al in januari 1972 liet hij zich door verschillende dagbladen interviewen en deed een oproep aan geïnteresseerden zich bij hem aan te sluiten.
Zijn oproep bleef niet zonder gevolg. Wim Harmsen uit Leiden meldde zich als eerste aan en er volgden tientallen reacties uit Leiden, Rotterdam, Groningen, Den Haag, Nijmegen, Warmond, Delfzijl, Sittard, Huissen, Oegstgeest, Boxtel, Tilburg, Castricum, Arnhem.
Dertien personen ontmoetten elkaar op dinsdag 27 juni 1972 in restaurant “In den Vergulden Turk”[2] (links), in de woonplaats van de initia­tiefnemer. Aanwezig waren Koekebakker en zijn echtge­note en zijn ouders, Wim Harmsen (Leiden), Ted van Turnhout (Haarlem), Frank van der Voordt (Rotterdam), professor J. Kuiper (Leiden), mevrouw M. Schueler – van Iersel (Oegstgeest), mevrouw Stam – van Konijnen­burg (Rotterdam), mevrouw M. van Woerden (Den Haag), mevrouw C. van der Sluis (Den Haag), Peter Thiadens (Groningen).
Zij kwamen de oprichting van de Godfried Bomans Society overeen. Bert Koeke­bakker werd praeses. Geheel in de lijn van een studentenvereniging zou de praeses worden bijgestaan door een Raad van Advies met een abactis en een quaestor. Ted van Turnhout werd tot de Raad van Advies verkozen. Later zou Frank van der Voordt volgen. Accountant J. A. Griffioen werd bereid gevonden de financiën van de Society jaarlijks te controleren. Frank van der Voordt stelde voor mevrouw Bomans – Verscheure tot erelid te benoemen.

Bert Koekebakker Column van Society tot Genootschap
Bert Koekebakker

Op dinsdag 12 september 1972 bezocht Bert Koekebakker (rechts) mevrouw Bomans – Verscheure. Zij vertelde hem toen dat het meer in de lijn van Godfried zou hebben ge­legen de kring Godfried Bomans Genoot­schap te noemen. In de derde bijeenkomst op 18 oktober 1972 werd aldus besloten. Koekebakker had een vereniging voor ogen “met het doel te komen tot een studie van niet al­leen het literaire werk van de Bloemendaal­se schrijver, maar ook van alles wat Bomans heeft gedaan met de Haarlem Branch van de Dickens Society. Ook studies die hij samen met Mari Andriessen deed met betrekking tot de Camera Obscura zullen in de Society-kring besproken worden”.[3]
In de loop der jaren zijn er heel wat onder­zoeken gedaan. Zij zijn allemaal opgenomen in het periodiek Godfried en in speciale uit­gaven. Het Genootschap verleende ook zijn medewerking aan de totstandkoming van Werken en aan verschillende tentoonstellingen (bijv. die te Haarlem in 2010), televisieprogramma’s (bijv. die van Kruispunt in 2011), radioprogramma’s en in­terviews (bijv. die in dit nummer zijn opgenomen).
Het bleef echter niet alleen bij serieuze studie en inspanning. Ook was er tijd voor ontspanning, met name tijdens de bijeenkomsten. Het Genootschap heeft bustoch­ten gemaakt, wandelingen en zelfs een vaartochtje over de Spaarne. 
Aanvankelijk zouden er maandelijks avondbijeenkomsten worden georganiseerd te Leiden en in elke bijeenkomst zou een fragment uit een der werken van Bomans worden geciteerd. Elke avond zou een thema worden behandeld en een boek wor­den besproken.
De eerste bijeenkomsten vonden veelvuldig en onregelmatig plaats. In 1972 waren er vier, in 1973 zeven, in 1974 vijf, in 1975 een, enz. Pas vanaf 1986 kwam er re­gelmaat in het aantal (twee per jaar) en in het tijdstip (in voor- en najaar). In 1996 werd afgesproken dat de bijeenkomsten steeds op de derde zaterdag van april en oktober zouden plaatsvinden. Een overzicht van de bijeenkomsten en de sprekers is hier te vinden [link]. Rond 1980 begon de animo voor het Genootschap af te nemen. Bert Koekebakker en Ted van Turnhout waren in 1977 als bestuurslid afgetreden en opheffing van het Ge­nootschap werd verwacht. Dankzij A.J. Schneiders (oud-leraar Nederlands van Godfried Bomans), broer Jan Bomans en Frank van der Voordt werd er doorgezet.

De plaats van samenkomst wisselde in de beginjaren sterk. De eerste bijeenkom­sten vonden zoals vermeld in In den Vergulden Turk plaats, maar ook in hotel-res­taurant Zomerzorg te Bloemendaal, thuis bij Hans van Velzen in Alphen aan den Rijn, thuis bij Ted van Turnhout te Haarlem, de bibliotheek te Oegstgeest, de St. Willibrordschool te Oegstgeest, De Oude Geleerde man te Bennebroek (thans  Zen), Lion d’Or te Haarlem, Het Heerenhek te Haarlem, Dreefzicht te Haarlem, de Godfried Bomansschool te Rijswijk kwam het Genootschap samen. In 1985 vond de bijeenkomst zelfs in Berkenrode te Heemstede plaats. Wienerwald (later de Vergulde Arend geheten, thans restaurant Ludic en hotel Amadeus) was van 1978 tot 1988 min of meer de thuisbasis van het Genootschap. In 1988 werd overgestapt naar het aan de andere kant van de Grote Markt gelegen Brinkmann. Een prachtige locatie, met in de kelder het voormalig onderkomen van Teisterbant, maar geluid­overlast en plaatsgebrek maakten het in 2001 noodzakelijk over te stappen naar Die Raeckse.

The Bomans Fellowship Column van Society tot Genootschap

Van statuten en een huishoudelijk reglement was er in de beginjaren geen sprake. Bert Koekebakker had bij de eerste bijeenkomst wel een poging daartoe onderno­men, maar veel meer dan een paar richtlijnen waren het niet. Pas in 1987 werden officiële statuten aan de leden voorgelegd, werd een huishoudelijk reglement over­eengekomen en werd het Godfried Bomans Genootschap als vereniging ingeschre­ven bij de Kamer van Koophandel. Sindsdien houdt het Genootschap ook een jaarlijkse algemene ledenvergadering, voorafgaande aan de voorjaarsbijeenkomst.
De contributie werd bepaald op 25 gulden. Omgerekend naar de huidige waarden zou dat nu 40 euro zijn, zodat we kunnen constateren dat het lidmaatschap goed­ko­per is geworden. Frank van der Voordt was de eerste die zijn bijdrage overmaakte, waardoor hij als eerste officiële lid van de Society/Genootschap beschouwd kan worden.
Van de eerste bijeenkomsten werden notulen gemaakt, die door stencilwerk werden verspreid onder de leden. In 1974 verscheen het 0-nummer van het Bo­mans-bulletin, waarin notulen werden verzameld en ander nieuws en wetens­waar­digheden werden opgenomen. Het was de bedoeling dat het bulletin zes keer per jaar zou verschijnen. De eerste jaargang, waarin vier afleveringen verschenen, strekte zich uit over twee jaren. Ook de derde en vierde jaargang besloegen meer­dere jaren (1977 t/m 1980). In 1981 pakte Jan Henry de redactie op en sindsdien (behalve in 1982 en 1983) werden er elk jaar twee nummers uitgebracht van het periodiek Godfried. In 2010 nam Piet de Jong de redactie van het blad over.
Sinds 2000 heeft het Genootschap ook een eigen website: godfriedbomans.nl. De website bevat veel achtergrondinformatie over Godfried Bomans en zijn Genoot­schap. De website werd opgezet door Bas Lebbing, daarna onderhouden door Fred Berendse, Otto Grünbauer en nu door Maarten de Jong.

Van meet af aan is het Genootschap door sommigen met minachting bekeken. Op 2 juni 1973 schreef Kees Fens in de Volkskrant: “Sinds 1 juni van het vorig jaar be­staat het Godfried Bomans Genootschap. Het zou in dit geval geheel in de geest van de heilige patroon zijn, als het genootschap puur denkbeeldig was. Niemand kan iets doen aan zijn achternaam, maar toen ik een circulaire kreeg, ondertekend door een heer Koekebakker – naam slechts gereserveerd voor een oud-speler van Blauw-Wit en een figuur van Nescio – dacht ik even met een puur fictieve zaak te doen te hebben. Maar, helaas, het genootschap bestaat echt. En het is een zeer ern­stige zaak. Ook daarover: helaas.”[4] Eigenlijk niets voor Fens (rechts) om met een flauw naamgrapje het Genootschap belachelijk en verdacht te maken, maar hij kreeg na­volging. Nog aan het eind van 2011 schreef Kees van der Linden in het Haarlems Dagblad: “De leden van het Genootschap, niet vrij van sektarische trekjes, zijn het levende bewijs, dat de schrijver voor sommigen van zijn fans na zijn dood een hei­lige is geworden, naar wiens graf zij jaarlijks ter pelgrimage gaan.”[5]
Ondanks deze minachting waste het ledenaantal. De eerste officiële telling in 1973 leverde 25 leden op. In de jaren 70 groeide het aantal tot tegen de 100. Koekebakker  hoopte toentertijd de kring te beperken tot 50 à 60 leden. Wanneer er zich elders in het land meer leden zouden melden, wilde hij bekijken of er in steden als Haarlem, Amsterdam en Nijmegen plaatselijke kringen konden worden opge­richt, die toch regelmatig contact met de Leidse kring zouden hebben. Daarvan is het niet gekomen, ondanks de groei tot bijna 300 leden in de jaren 90. Thans telt het Genootschap zo’n 250 leden.
Het Genootschap kent sinds de oprichting ook een aantal ereleden. De eerste was mevrouw Bomans – Verscheure. Zij heeft echter nimmer bevestigd dit op prijs te stellen. Jan Bomans werd op zijn 80ste verjaardag tot erelid verheven voor zijn niet aflatende inzet voor het Genootschap. Bij hun afscheid als bestuurslid in 2006 werden ook de heren Wout van Leersum en Jan Henry erelid.

Column van Society tot Genootschap

Het Genootschap heeft zich anders ontwikkeld dan Bert Koekebakker bij de op­richting voor ogen had. Wat in ieder geval gebleven is, is de verbondenheid van mensen die nog veel genoegen beleven aan Bomans. Een van Bomans’ uitspraken luidt: “Zolang er vrienden van hem leven, en nog over hem spreken, is iemand niet helemaal dood.”

***

[1] A.C. Koekebakker jr. (1948 – 1984)

[2] Thans Stadscafé Van der Werff aan Steenstraat 2 te Leiden.

[3] Leidsch Dagblad van 14 juni 1972: “Bomans-liefhebbers nu in hun eigen ‘society’”

[4] De Volkskrant, 2 juni 1973, Kees Fens, In de geest van de beschermheilige

[5] Haarlems Dagblad, 11 december 2011, Kees van der Linden, Godfried was geen heilige.

Uit: Godfried, jrg. 34, nr. 1, maart 2012