![]()
Filmbespreking
Coraline
|
Foto: Universal Pictures
International | Bij
een film in de zogenaamde ‘stop motion’-techniek wordt elk van de 24
beeldjes per seconde apart geconstrueerd en gefotografeerd. Deze
handmatige methode is tijdrovend, vergelijkbaar met gedetailleerde,
handgetekende film. Dat is een van de redenen waarom maar enkele
regisseurs zich aan een op die manier opgenomen lang animatieproject
wagen. Dat is jammer, want de resultaten zijn meestal verbluffend. Naast
klei-animatoren Peter Lord en Nick Park van de Aardmanstudio’s (Wallace
& Gromit, Chicken Run) zijn alleen Tim Burton (Corpse
Bride) en Henry Selick bekend van hun poppenanimatie. In 1993 werkten
Burton en Selick samen aan A Nightmare before Christmas, een veel
gewaardeerde musical over de macabere koning van Halloween die de taak en
bijhorende populariteit van de Kerstman wil overnemen. In zijn twee latere
films, waarin Selick poppen- met speelfilm combineerde, was hij
aanzienlijk minder op dreef. Met Coraline brengt hij niet alleen
weer een volledig geanimeerde film uit, de kwaliteit die hij samen met
Burton bereikte, is ook weer terug.
Deze keer koos Selick voor de gelijknamige roman van Neil Gaiman, de
schrijver van het al eerder verfilmde MirrorMask en Stardust
(zie KN40/2007). Ook Coraline sluit aan bij de vaste elementen uit
het fantasygenre, maar op een humoristische en fantasievolle wijze opnieuw
ingevuld. Coraline is een meisje dat een parallelwereld vindt, waarin haar
eigen omgeving omgetoverd is in een schijnbaar positieve, kleurrijke,
betrokken versie van de werkelijkheid. Daarin herkennen we het thema en de
structuur van bijvoorbeeld Lewis Carrolls Alice in Wonderland,
Godfried Bomans’ Erik of het Klein Insectenboek, C.S. Lewis’ The
Chronicles of Narnia (KN11/2005 en 26/2008), Guillermo del Toro’s
Pan’s Labyrinth en Katherine Patersons Bridge to Terabithia
(beide in KN19/2007).
Nog sterker dan laatstgenoemde wil Coraline echter vooral
duidelijk maken dat de fantasiewereld op het eerste gezicht wel een mooie
ontsnapping is, maar verre van ideaal en zelfs gevaarlijk eng blijkt als
je er te diep op ingaat en niet meer naar de werkelijkheid terug wilt
keren. Deze zelfreflecterende kant is binnen het fantasiegenre, dat het
principe van fantaseren meestal als onverdeeld positief voorstelt, vrij
zeldzaam. Walt Disney werkte dit idee uit in Enchanted (zie
KN51-52/2007), maar dan omgekeerd. Daarin kwamen tweedimensionale
tekenfilmfiguren juist in de driedimensionale, echte wereld terecht en
voelden zich daar aanmerkelijk beter thuis. Ook Coraline leert de
werkelijkheid (al is die net zo geanimeerd als haar parallelwereld) meer
waarderen, maar niet met Disney’s zuurstokroze humor, maar met de zwarte,
lugubere humor à la Tim Burton, Roald Dahl of Salvador Dalí.
|
Foto: Universal Pictures
International | Wie
daar niet van houdt, of wie met kleine kinderen wil kijken, kan deze film
beter overslaan, vanwege enkele ongeschikte elementen voor de
allerkleinsten, zowel qua spanning als beeldgrappen. Maar liefhebbers van
meer gevorderde leeftijd kunnen hun hart ophalen aan dit meesterwerkje
boordevol excentriek kleurgebruik, sterke verwijzingen naar de literatuur-
en kunstgeschiedenis en surrealistische visuele vondsten. In de 3D-versie
die sommige bioscopen projecteren, komen die extra goed tot hun recht. Wat
mij betreft wacht Selick niet weer zo lang met het beginnen aan een
volgende avondvullende animatie.
Film: Coraline (2009), VS, 100 min. Regie: Henry Selick, met de
stemmen van o.a.: Dakota Fanning en Teri Hatcher. Nederlandse
nasynchronisatie met o.a.: Isabel Loef en Monic Hendrickx.
Michiel van Hout |