22 mei 2009 Katholiek Nieuwsblad


Filmbespreking

Coraline

Foto: Universal Pictures International
Bij een film in de zogenaamde ‘stop motion’-techniek wordt elk van de 24 beeldjes per seconde apart geconstrueerd en gefotografeerd. Deze handmatige methode is tijdrovend, vergelijkbaar met gedetailleerde, handgetekende film. Dat is een van de redenen waarom maar enkele regisseurs zich aan een op die manier opgenomen lang animatieproject wagen. Dat is jammer, want de resultaten zijn meestal verbluffend. Naast klei-animatoren Peter Lord en Nick Park van de Aardmanstudio’s (Wallace & Gromit, Chicken Run) zijn alleen Tim Burton (Corpse Bride) en Henry Selick bekend van hun poppenanimatie. In 1993 werkten Burton en Selick samen aan A Nightmare before Christmas, een veel gewaardeerde musical over de macabere koning van Halloween die de taak en bijhorende populariteit van de Kerstman wil overnemen. In zijn twee latere films, waarin Selick poppen- met speelfilm combineerde, was hij aanzienlijk minder op dreef. Met Coraline brengt hij niet alleen weer een volledig geanimeerde film uit, de kwaliteit die hij samen met Burton bereikte, is ook weer terug.

Deze keer koos Selick voor de gelijknamige roman van Neil Gaiman, de schrijver van het al eerder verfilmde MirrorMask en Stardust (zie KN40/2007). Ook Coraline sluit aan bij de vaste elementen uit het fantasygenre, maar op een humoristische en fantasievolle wijze opnieuw ingevuld. Coraline is een meisje dat een parallelwereld vindt, waarin haar eigen omgeving omgetoverd is in een schijnbaar positieve, kleurrijke, betrokken versie van de werkelijkheid. Daarin herkennen we het thema en de structuur van bijvoorbeeld Lewis Carrolls Alice in Wonderland, Godfried Bomans’ Erik of het Klein Insectenboek, C.S. Lewis’ The Chronicles of Narnia (KN11/2005 en 26/2008), Guillermo del Toro’s Pan’s Labyrinth en Katherine Patersons Bridge to Terabithia (beide in KN19/2007).

Nog sterker dan laatstgenoemde wil Coraline echter vooral duidelijk maken dat de fantasiewereld op het eerste gezicht wel een mooie ontsnapping is, maar verre van ideaal en zelfs gevaarlijk eng blijkt als je er te diep op ingaat en niet meer naar de werkelijkheid terug wilt keren. Deze zelfreflecterende kant is binnen het fantasiegenre, dat het principe van fantaseren meestal als onverdeeld positief voorstelt, vrij zeldzaam. Walt Disney werkte dit idee uit in Enchanted (zie KN51-52/2007), maar dan omgekeerd. Daarin kwamen tweedimensionale tekenfilmfiguren juist in de driedimensionale, echte wereld terecht en voelden zich daar aanmerkelijk beter thuis. Ook Coraline leert de werkelijkheid (al is die net zo geanimeerd als haar parallelwereld) meer waarderen, maar niet met Disney’s zuurstokroze humor, maar met de zwarte, lugubere humor à la Tim Burton, Roald Dahl of Salvador Dalí.

Foto: Universal Pictures International
Wie daar niet van houdt, of wie met kleine kinderen wil kijken, kan deze film beter overslaan, vanwege enkele ongeschikte elementen voor de allerkleinsten, zowel qua spanning als beeldgrappen. Maar liefhebbers van meer gevorderde leeftijd kunnen hun hart ophalen aan dit meesterwerkje boordevol excentriek kleurgebruik, sterke verwijzingen naar de literatuur- en kunstgeschiedenis en surrealistische visuele vondsten. In de 3D-versie die sommige bioscopen projecteren, komen die extra goed tot hun recht. Wat mij betreft wacht Selick niet weer zo lang met het beginnen aan een volgende avondvullende animatie.

Film: Coraline (2009), VS, 100 min. Regie: Henry Selick, met de stemmen van o.a.: Dakota Fanning en Teri Hatcher. Nederlandse nasynchronisatie met o.a.: Isabel Loef en Monic Hendrickx.

Michiel van Hout


© 2009 Katholiek Nieuwsblad