
Bomans en Kuitert
Edward
Krabbendam
Kreeg pater van Kilsdonk uit waardering voor zijn werk een
permanent kunstwerk op zijn oude dag aangeboden (zie ‘Bomans en pater Van
Kilsdonk’), protestants theoloog Harry Kuitert (bijna 82 jaar) kreeg in dezelfde
maand een open brief van de negentigjarige dominee Herman Hegger (Trouw, 25-10-2006),
die eerder in zijn leven als priester de Moederkerk had verlaten. Hegger stelde
dat Kuitert - ondermeer schrijver van ‘Het algemeen betwijfeld christelijk
geloof’ dat in 1992 als warme broodjes werd verkocht - met de ratio een gevecht
voerde terwijl geloven meer is dan ratio. Hegger haalde Pascal aan met: ‘Het hart heeft zijn redenen die de rede
niet kent’. Juist als Hegger zijn verstand uitzette, trad hij in een diepte,
waarover hij zei: ‘Dan zie ik God in mij
en tegelijk buiten mij’ en dan wist hij zich ‘onuitsprekelijk gelukkig’. Hiermee verwees hij naar ‘de geschriften van de grote rk-vromen’ zoals
Ruusbroec, Johannes van het Kruis en Theresia van Avila.
Het tweede deel van Heggers brief kwam overeen met het
tweede deel van zijn leven. Hij ging de protestantse toer op. Kuitert is bekend
om zijn uitspraak dat al het spreken over Boven, van beneden komt. Daarmee
bedoelt hij dat het praten over God mensenwerk is en men er altijd naast zit.
Hegger vroeg zich af hoe Kuitert dat rationeel kon weten. Hij vroeg zich ook af
waarom Kuitert mensen hun God wil afpakken, met wie ze gelukkig zijn. Hegger
ging voorts in de aanval en gebruikte daarbij de volgende beelden: ‘Wat drijft jou? Wil jij radelozen beroven
van hun ‘wonderbare Raadsman’, de zwakken wegrukken van hun ‘sterke God’ (..).
Wil je wanhopigen losscheuren van hun enige en laatste Hoop?’
Hegger wees er veder op dat hij en Kuitert inmiddels zo oud waren
geworden dat ze binnenkort de eeuwigheid zouden gaan betreden. En dominee
Hegger stelde nog maar eens een vraag: “Ben
jij er absoluut zeker van dat je straks niet komt te staan tegenover een
Rechter die jou ter verantwoording roept: ‘Harry, heb ik jou daarvoor in het
leven geroepen om Mij, jouw Schepper, te loochenen? Jij hebt je erin
verlustigd, als jij door jouw geschriften steeds meer atheïsten hebt gecreëerd.
Ga nu, samen met al die goddelozen die je verwekt hebt, van Mij weg tot in de
diepe en duistere eeuwigheid?’”
Hegger doet hier een beroep op de Allerhoogste. Dat is een
eeuwenoude truc van de kerk om weifelende lastpakken in het gareel te krijgen,
via het aanpraten van schuld en angst. Kuitert reageerde een paar dagen later
(27-10-2006) koeltjes en begon zijn brief met: “Geachte ds. Hegger, U hebt mij voorheen dikwijls uitgescholden, en nu
ineens ‘beste Harry’?”
In de krant verschenen later ingezonden brieven waaruit
weinig waardering voor Kuitert sprak.
*
Het heden is resultante van het verleden. Daarom is het aardig
terug te kijken. Dat is mogelijk omdat Godfried Bomans in 1971 met Kuitert voor
de televisie een gesprek gevoerd heeft, dat in de verzamelbundel Werken VI (p.
798 - 812) en in ‘Gesprekken’ is terug te vinden. Bomans was van huis uit
katholiek en had belangstelling voor het algemeen christelijk geloof, van
katholieken én protestanten, dat hij stevig betwijfelde. De in mystiek geïnteresseerde
Bomans hield daarbij van kennis, inzicht en nuance. Hij had er dus een hekel
aan om de ene groep zus, de andere zo te noemen. Katholieken zagen ‘de’
gereformeerden zeker tot in de jaren zeventig als ‘een zwarte-kousen-gemeenschap van strenge mensen, beladen met een
enorm aantal veto’s, die op zondag niet zwemmen en niet fietsen en in het
algemeen die dingen doen, die overblijven, als ze geschrapt hebben wat niet
mag, wat dan heel weinig is.’
Om aan deze simplificatie iets te doen, kwam Bomans in
gesprek met prof. dr. H. M. Kuitert, professor in de dogmatiek en de ethiek aan
de Vrije Universiteit Amsterdam.
Na zijn inleiding, hierboven kort samengevat, stelde Bomans
de eerste vraag: ‘Professor Kuitert,
hoeveel college-uren hebt u in de week?’
Kuitert: ‘Dat is in het
hoogseizoen zo ongeveer zes of acht uur in de week.’
Bomans: ‘En in het
laagseizoen?’
Na deze grap, werd het ernst. Kuitert was niet erg gelukkig
met het beeld van gereformeerden zoals door Bomans gepresenteerd. Hij deed in
ieder geval zijn best daarvan af te komen. In dit kader sneed Bomans de dogmatische
kwestie Geelkerken aan. In 1926 werd in Assen een gereformeerde synode
gehouden. Daarin stond de vraag centraal of de slang uit het paradijsverhaal in
Genesis werkelijk gesproken had. De synode - alle aanwezige dominees - meende van wel, Johannes Geelkerken, die de
letterlijkheid beu was, meende van niet. De dominee werd geschorst en later
afgezet. Er volgde een kerkscheuring, iets waar protestanten sterk in zijn. Zelfs
in 1944 - midden in de Tweede Wereldoorlog - was er een grote kerkscheuring om
dogmatische redenen, waardoor individuen, gezinnen, families, dorpen en hele
steden verscheurd werden. En met soortgelijke taferelen, begon Geelkerken in
1926 zijn ‘Gereformeerde Kerken in Hersteld Verband’. Zo’n veertig jaar later
nam iemand het voor de verketterde Geelkerken in bepaalde mate op: Kuitert.
Bomans zei hierover:
‘In
1963 hebt u zelf een wat ruimere interpretatie gegeven van Genesis, van Adam en
Eva en het paradijs. Niettemin heeft dat een enorme irritatie gewekt, zelfs een
hetze tegen uw persoon. Het is misschien wel aardig om ter illustratie daarvan
wat voor te lezen, passages uit een boekje dat me gisteren in handen viel,
waarin staat: ‘Deze hoogleraar is het meest onbeschaamd in het propageren van
ongereformeerde en onbijbelse denkbeelden. Hij is een openlijke ketter, die het
geloof ondermijnt en ook nog de goede zeden…. Nou dat is nogal wat!’, vervolgde
Bomans. En hier staat ‘dat hij te vergelijken is met de overheersers van
1940-1945, die de kerken overvallen hebben en die vreemd staan tegenover de
schriftuur.’
Na deze woorden - wellicht van Hegger - te hebben
voorgelezen, zei Bomans tegen de hoogleraar: ‘Het is bijna de vraag of ik nog met u kan omgaan! Het is verschrikkelijk,
eenvoudig. Doet u dat leed?’
Kuitert: ‘Nou, ik ben
diep dankbaar dat u hier zit, dat verzacht al veel. Het doet me eigenlijk geen
leed meer. Dat klinkt wel wat belachelijk, maar het duurt al zó lang! Op den
duur krijg je er een dikke huid voor en je vindt de zaak natuurlijk ook té
belangrijk of misschien nauwelijks belangrijk genoeg om je daardoor van je stuk
te laten brengen. Je wilt wat en je meent naar eer en geweten dat je wat moet
doen. Op een gegeven moment heb je er ook geen boodschap meer aan, aan al die
scheldpartijen en dan zeg je: ‘Goed hoor, dan doen jullie het maar zo.’ In het
begin vond ik het wel erg.’
Kuitert vond toen al, dat de kritiek op hem erg lang had
geduurd. Dat is nog tientallen jaren doorgegaan, tot op de dag van vandaag.
Misschien is de uitspraak onder protestanten dat met een theoloog als Kuitert,
men geen atheïst meer nodig heeft, waar. Dat kan ik niet beoordelen. Maar voor
mij is Kuitert vooral een dappere man. Hij sloeg de verpletterende,
verstikkende en angstaanjagende letterlijkheid van protestanten aan gruzels en
is alleen daarom al zeer te waarderen.
Naschrift:

verantwoording
van illustraties en een doorklik.
Verantwoording illustraties:
-
Bomans gefotografeerd tijdens
een van de gesprekken die hij voor tv voerde. Uit ‘Gesprekken met bekende
Nederlanders’ (1972), scan, detail.
-
Kuitert gefotografeerd
tijdens gesprek met Bomans. Scan uit dezelfde bron.
-
Voorkant van ‘Gesprekken’,
scan.