|
|
|
|
02-01-2009, p.31 |
|
|
Antwerpen, Limburg, Nationaal, Oost-Vlaanderen,
Vlaams-Brabant/Brussel, West-Vlaanderen Yang-Ping-Ho |
|
|
Geleerd van Godfried
Bomans: 'De echte couleur locale durft geen redactie meer aan' Het gaat niet goed. Het gaat zelfs zó slecht dat kranten
onderwerp en lijdend voorwerp zijn geworden van artikelen en analyses in hun
eigen kolommen. De verkoop zit in het slop, het papier wordt duurder, de
advertentie-inkomsten gaan fors achteruit. En het internet, meneer. Vooral de
populaire en regionale kranten hebben het moeilijk, lees ik. Toen ik vijftien jaar geleden als journalist begon in het
plaatselijke kantoor van een regionale krant, waren die kranten al volop in
beweging. De levensbeschouwelijke verzuiling werd met vastberadenheid
vervangen door een commerciële verzuiling, terwijl ook de wijze van
nieuwsgaring werd bijgestuurd. Jarenlang steunde de krant op een uitgebreid
netwerk van plaatselijke correspondenten, veelal schoolmeesters, die de
redactie op de hoogte hielden van wat er zich aan belangwekkends afspeelde in
hun dorp. Jan Verbraeken speelde een solo-slim? Hij stond een paar dagen
later in de krant. Henri Meulders zette een frituur in zijn achtertuin en
verbouwde die tot een duivenkot? De lezers konden in zijn vreugde delen. De schoolmeesters werden langzaam maar zeker vervangen door
professionelen, freelancers die geen dorp maar een hele regio moesten
bestrijken. Professioneel en dus beter, was het devies van hoofdredacteurs en
directies. Al bleek dat niet altijd te kloppen. Een kundige jonge
verslaggever uit Poederlee die ook de nieuwsgaring over het Herentalse dorp
Noorderwijk moest verzorgen, bleek zich in de praktijk vooral te beperken tot
ongevallen, politiek, aankondigingen van evenementen en een occasionele foto
met onderschrift. De schoolmeesters werden node gemist, zeker toen er niet
veel later gesaneerd moest worden en het aantal professionelen per regio werd
teruggeschroefd. Een betere leerschool dan een regionale krant is er nog steeds
niet voor een beginnend journalist. 's Ochtends stond ik op de correctionele
rechtbank in Turnhout, 's middags moest een boer geïnterviewd worden die na
een bezoek aan Memphis zijn erf tot Elvis Presley Boulevard omgedoopt
(inclusief straatnaambordje), en 's avonds werd Hubert Lampo aan de tand
gevoeld, al zou bij het uitschrijven van de opnames blijken dat vooral diens
vrouw aan het woord was geweest. Je leert - soms met scha en schande - snel
werken en in erg korte tijd een hoeveelheid erg uiteenlopende onderwerpen
verstouwen. Vreemd genoeg word je in zo'n geval door het grootste deel van
de rest van de beroepsgroep bekeken als quantité négligable. Zelfs op het
hoofdkantoor van de krant wordt je steeds ingelepeld dat je van de regio
bent. De cultuurredactie, bij de jongens en meisjes van economie, de
lawaaimakers van de sportredactie dát is pas journalistiek, daar valt eer te
behalen. Kosmopolieten zijn het daar, en al maken ze een regionale krant, ze
zijn allesbehalve provinciaal. Een vergissing, naar mijn idee. Elke goede regionale krant is
in wezen provinciaal. Een inzicht dat niet nieuw is, want Godfried Bomans kwam
zestig jaar geleden al tot dezelfde vaststelling, toen hij op de achterkant
van een schilderijtje een krant aantrof. Een exemplaar van De Gooische Bazuin
uit 1885. Bomans zocht vergeefs naar stukken over de rest van de wereld. In
De Gooische Bazuin werd enkel bericht over wat er zich in het Gooi zelf
afspeelde. Zo hoort het, vond Bomans in Buitelingen (1948). 'Vooreerst is het
een echte streekeditie. Maak u niets wijs, dat kennen wij niet meer. Wij
kennen alleen landelijke bladen. Zeker, daarnaast bestaan er ook plaatselijke
couranten, die echter van de landelijke alleen hierin verschillen, dat zij
met het nieuws 24 uur ten achter zijn. De echte couleur locale durft geen
redactie meer aan. Men is bang voor achterlijk, voor provinciaal versleten te
worden. Wat een schromelijke vergissing!' Ook regionale kranten pakken groot uit met rampspoed uit de
rest van de wereld, 'bloedstollende perspectieven, adembenemende
voorspellingen en de meest onrustbarende waarschijnlijkheden'. Een mens - die
alle reden tot rust en tevredenheid heeft - zou er ongelukkig van worden,
vreest Bomans. 'De nieuwswaarde van een bericht wordt niet allereerst bepaald
door de omvang der betrokken gebeurtenis, maar door de mate waarmee wij tot
die gebeurtenis in persoonlijke betrekking staan. Dat de Yang-Ping-Ho weer
buiten haar oevers getreden is en 56 dorpen met man en muis verzwolgen heeft,
is voor een winkelier in Amersfoort eigenlijk, strikt genomen indifferent.
Hij weet namelijk op geen stukken na waar hij de Yang-Ping-Ho ergens zoeken
moet. Maar laat hem lezen dat de Amersfoortste kei vannacht door onverlaten
is weggehaald, dan zult ge hem zien opspringen en zijn huis uithollen. Want
de Amersfoortse kei ligt drie straten verder. En zie, hij ligt er niet meer.
Een lege plek. Afschuwelijk.' Nog nooit is de nood aan provincialen zo hoog geweest. Toon Horsten vlooit boeken uit op zoek naar wijsheden die ons
beter maken. Meestal vindt hij iets anders. Deze week zoekt hij in
'Buitelingen' van Godfried
Bomans. © Corelio |
|