Handtekening uit 'Buitelingen'.jpgHandschrift van Bomans uit de Statuten Rijnlandsche Academie uit  Bomans was de naam.jpgBomans en de schrijfcursus

 

Edward Krabbendam

 

 

 

 

Wantrouw elke drijfveer tot schrijven,

behalve de vreugde van het formuleren. (G.B)

 

 

Op 13 oktober 1962 stond een interview van drs. L. D. in ‘Elseviers Weekblad’, dat later is opgenomen in de verzamelbundel ‘Werken V’, p. 666-671. Alles wijst er op dat Bomans in ‘Schrijven is niets achterhouden’ zichzelf interviewde, en daarin direct verklaarde, dat hij op geen enkele vraag over zijn privéleven zou ingaan. Dat was grappig en de volle waarheid. Bomans heeft vrijwel nooit geschreven over personen uit zijn naaste omgeving, op zijn vader en vriend Harry Prenen na. Zijn vrouw, dochter, en bijvoorbeeld Harry Mulisch, komen bijna niet in zijn werk voor, behalve in zijn dagboek uit 1957, waarvan het de vraag is of hij dat gepubliceerd had willen hebben in de verzamelbundel. Kennelijk wilde Bomans geen gebruik maken van de personen uit zijn directe omgeving en hij was ook geen romancier, of, die personen waren onbruikbaar voor zijn beschouwingen over geschiedenis, kunst, kerk, geloof, literatuur en cultuur in de ruimste zin van het woord, die in ‘Elseviers Weekblad’ en ‘de Volkskrant’ werden afgedrukt. Die gingen veelal over grote wereldnamen.

 

Op vragen uit dat nepinterview verduidelijkte Bomans zijn positie als schrijver. Hij wist dat hij bij de gemiddelde Nederlander als humorist te boek stond, terwijl (minstens) de helft van zijn werk een ernstige ondergrond had. Dat verklaarde hij aldus:

“Humor is zeldzamer dan ernst. (..) De mensen onthouden je door datgene waarin je van hen verschilt, niet door dat waarin je met hen overeenkomt.”

Bomans wees hierbij op de tegenstelling die men veelal tussen humor en ernst ziet en zei:

“Humor echter is ernst, doortrokken naar het absurde. Een geestige mededeling is in wezen altijd serieus. Het kristallisatiepunt ligt evenwel anders. En omdat ze lachen, denken de mensen: dat is een vrolijke jongen. Maar ze lachen omdat ze het punt waar ze huilen moesten, al lang gepasseerd zijn.”

 

Veel schrijvers zijn populair binnen een bepaalde laag van de samenleving. De populariteit van Bomans was echter verticaal. Hij bediende alle lagen van de bevolking, dwars door alle standen en graden van ontwikkeling. Dat verklaarde hij op twee gronden. Hij vermeed moeilijke woorden en hij deed zijn best “om werkelijk ingewikkelde zaken in zo eenvoudig mogelijke woorden uit de doeken te doen.” Daarvoor waren mensen hem dankbaar. Bomans voegde hier aan toe:

“De tweede reden is dat ik niet rust voor ik de zin gevonden heb die mijn bedoeling zo nauwkeurig en zo bondig mogelijk weergeeft. De taal is een handschoen die strak om de huid van de inhoud getrokken is. Je moet er een heleboel weggooien voor je die ene vindt die precies past. Schrijven is schrappen. Schrijven is wat er overblijft.”

Om dit te bereiken, moest men zich volgens Bomans veel moeite getroosten, moest men het zich moeilijk maken, indien men een literair geweten had. Om kort te gaan: een schrijver zonder ijver is een schr.

 

 

*

 

 

Bomans kón schrijven. Hoewel hij maar 58 jaar is geworden, zijn vele tientallen boeken van zijn hand verschenen die als warme broodjes werden verkocht, in totaal zo’n drie miljoen. Hij was ook een man die iets over zijn vak te zeggen had. Dat heeft hij in 1970 gedaan. Bij de Amsterdamse School voor Creatief Schrijven ging een cursus van start voor beginnende schrijvers. Bomans schreef daarvoor een tekst die als advertentie in dagbladen werd afgedrukt. Die is later opgenomen in ‘Werken VII’, p. 469-473. Hieronder volgt een verkorte weergave. De titel luidde:

  

 

Gelukkig hoeft niet alle schrijftalent verloren te gaan!

 

 

“Hoeveel mensen denken er niet, dat schrijven uitsluitend een gave is, die je al of niet bezit, maar waar verder niets aan te doen valt? Welnu, dit is een vergissing. Natuurlijk, aanleg en plezier moeten er zijn, dat geldt voor alles wat we doen: iemand die elke spijker krom slaat wordt nooit een behoorlijk timmerman. Maar talent is niet voldoende. Je moet het vak ook leren. Want het is een vak. En heb je dat eenmaal onder de knie, dan hoor je ook nog een kist met deugdelijk gereedschap te hebben.

Met schrijven is het niet anders. Want dat gereedschap zijn de woorden van onze Nederlandse taal. Driekwart daarvan ligt bij de meeste mensen onbenut te roesten en het overblijvende kwart wordt nog verkeerd gebruikt. Hieraan is wel degelijk iets te doen. Schrijven valt óók te leren en zo kunt u heel die schat aan zinswendingen en beeldende vergelijkingen, kortom, het gereedschap van onze taal, te voorschijn halen in het bewustzijn, ze oppoetsen en fonkelnieuw voor u neerleggen. Maar aan deze etalage hebt u niets, als er met die werktuigen niet wat gedaan wordt. Want nu gaan we ècht schrijven. En u merkt tot uw verrassing, dat dit nu oneindig makkelijker gaat dan eerst! Er valt u veel meer in, nieuwe ideeën stromen u toe, het is net of u wakkerder bent geworden. Hoe komt dat? Dat komt, omdat de kracht van ons bewustzijn toeneemt naarmate we meer middelen hebben om aan dit bewustzijn uiting te geven.

 

Net zoals een atleet sterker wordt naarmate hij zijn spieren gebruikt, zo groeit ook ons vermogen tot formuleren naarmate we over meer gereedschap beschikken om onze gedachten onder woorden te brengen (..)

Hiermee is niet gezegd, dat iedereen die schrijven leert zich tot een werkelijk auteur zal ontwikkelen. Misschien zit er een tussen en dat is dan meegenomen. Maar houdt u geen dagboek? Stuurt u geen brieven? Hebt u nooit eens zin een mening te geven in een krant of tijdschrift? Zoudt u wel eens een goed verslag willen maken of een pakkende reclame schrijven? Hebt u er plezier in om de dingen, die u om u heen waarneemt, in een verhaal te verwerken? Wilt u misschien een boek schrijven, zomaar, voor uw eigen genoegen en zonder aan een uitgever te denken? En hoort u dan ook tot die naamlozen, die na een poosje de pen moedeloos terzijde leggen, omdat het tòch niet lukt? Geen talent, denkt u bij uzelf, ik kruip maar weer terug in mijn schelp. Mogelijk hebt u gelijk, want het is inderdaad niet ieder gegeven. Maar het is ook mogelijk, en daar gaat het ons om, dat het er in zit en dat het er niet uitkomt. En dàn is het een kwestie van leren.

Het is op die onvervulde verlangen, dat in Amerika een cursus ontworpen werd, samengesteld door ervaren schrijvers, die hun vakkennis, na jaren van vallen en opstaan verworven, op anderen hebben overgebracht. Deze cursus, aangepast aan de Nederlandse mentaliteit, wordt nu ook in Amsterdam  opgezet.

 

Heb ik tijd om te schrijven?

Er zijn beroepsschrijvers, die elke dag om negen uur achter hun bureau gaan zitten en met de regelmaat van een kantoorklerk op een bepaald tijdstip weer ophouden. Een dergelijke discipline is niet ieder gegeven en je hebt dan ook heel wat professionals, bij wie buien van hevige werkdrift zich afwisselen met perioden van nagenoeg nietsdoen. Nagenoeg. In dit woord zit het geheim van hun toch nog ontstellende productie. Doe altijd iets. (..) Wist u dat één bladzijde per dag, wat u misschien weinig vindt, na een jaar een boek van bijna 400 pagina’s oplevert? (..)

 

Wacht niet op inspiratie.

De ware schrijver, zegt Henry Miller, moet over het menu in een restaurant een bezield stuk kunnen schrijven, het moet hem zelfs mogelijk zijn daarover een lyrisch gedicht te maken. Al worden menu’s niet met die bedoeling verstrekt, toch zit daar een kern van waarheid in, namelijk deze: dat geen onderwerp onbelangrijk is. Beperk u dus niet tot zogenaamde poëtische gegevens, want de poëzie zit niet in het ding, maar in u zelf. (..)  Alles is interessant, als u het bent. Ja maar, zult u zeggen, ik ben niet altijd in die interessante stemming. Hier komen we aan een tweede vergissing. Dacht u dat Michelangelo dit jarenlang, dag in dag uit, geweest is toen hij de zoldering van de Sixtijnse Kapel schilderde? U zult begrijpen, dat dit ondenkbaar is. De man had niet alleen dagen, maar weken en maanden dat de ‘inspiratie’ hem in de steek liet. Kunt u dat zien? Wanneer dat zo is, dan moeten er dus gedeelten zijn waarvan je zegt: ‘Kijk, hier had hij er duidelijk geen zin meer in.’ Maar… die zijn er niet! Hoe is dat mogelijk? Dit was mogelijk, doordat de kunstenaar zich over die inzinkingen heeft heengewerkt. Hij vocht door en dwong zichzelf tot het niveau, dat hij in gelukkiger uren bereikt had. En dit is een belangrijk punt: u kunt de inspiratie dwingen.

 

Hier blijven we even bij stilstaan, omdat de meeste mensen denken: de bezieling komt en gaat, maar je kunt er niets aan doen. Dit nu is niet waar. Juist omdat u dit dacht hebt u te weinig geschreven.

Zeker, soms schijnt het vanzelf te gaan, de woorden vloeien moeiteloos uit uw pen. Maar dit zijn zeldzame momenten. Meestal moet u die gesteldheid veroveren. Of, zoals de beeldhouwer Rodin eens zei: Je moet erom ‘vrijen’. Ook als het niet ging bleef hij als een minnaar bij een mokkend meisje staan en liep niet weg. Hij bleef op zijn atelier en ploeterde door. En al ploeterend kwam ‘het’ terug. Had hij erop gewacht, hij zou naamloos gestorven zijn.

Er zijn verschillende manieren om te ‘vrijen’. Een daarvan is het overlezen van de gedeeltes daarvoor, toen het wél lukte. Dit is een belangrijk hulpmiddel. Het kan zijn, en het gebeurt ook vaak, dat u daardoor opnieuw in de stemming komt (..).

 

Een andere manier is, om u niet te forceren. Dit lijkt in tegenspraak met wat ik hierboven zei en vraagt enige toelichting. Het zal u wel eens zijn opgevallen, dat u iets vergeten bent en dat het u, ondanks alle inspanningen, maar niet te binnen wil schieten. Nu denkt u er even niet aan en zie, plotseling komt het u in gedachten. (..) Hier raken we aan een vreemd verschijnsel, waarmee u als schrijver toch vertrouwd moet raken. En dat is het onderbewustzijn. Denk nooit, als u aan iets anders bezig bent: nu schrijf ik niet. Dat proces gaat dóór, als u in de voorafgaande periode daar maar intens mee bezig geweest bent. Maar nog eens: u moet wel aan uw tafel of bureau terugkeren, anders werkt dit hulpmiddel niet. Gaat u dan opnieuw zitten, dan kan het gebeuren dat de stroom opeens weer doorvloeit, krachtiger dan voorheen. U hebt zich ontspannen en u daardoor voor dat water ontvankelijk gemaakt. En in die ontspanning zijn u bovendien onbewust dingen duidelijk geworden, die u voorheen niet wist. Een gevaar: maak die periode nooit te lang. U bent er dan ‘uit’ en wat een voordeel zou moeten zijn wordt dan een nadeel. Zie het vooral als een ‘pauze’. Een pauze is een periode, waaraan iets is voorafgegaan en waarop iets volgt. Alleen op die manier werkt het bevruchtend, omdat dan het ‘niets doen’ in het productieproces is opgenomen. Het maakt er deel van uit.

 

Ten slotte: bedenk altijd in uren van wanhoop en vertwijfeling, als niets u lukken wil, dat u hierin niet alleen staat. Ook de schrijvers, die u bewondert, hebben die momenten gekend. Zij zijn allemaal door datzelfde moeras gegaan. U staat er tot uw knieën in, zij zijn tot hun heupen naar de overkant gewaad. Maar ze liepen door. Doe dat ook. U bent in geen slecht gezelschap.

 

Wat moet u als cursist lezen?

De helft van de opleiding tot timmerman is: kijken hoe de baas het doet. Zo is het ook met schrijven. Lees hoe de ‘bazen’ het gedaan hebben. Maar grijp hierin niet boven uw macht. Laat een groot schrijver, die u niets zegt, rustig ongelezen. Die komt nog wel, als u er rijp voor bent. In een kamer ervóór zit misschien een kleiner schrijver en die is precies van uw formaat.

Forceer u dus niet. Maar áls u hem gevonden hebt, lees hem dan goed. Het is daarbij niet voldoende, dat hij u boeit. Probeer te ontdekken, wat het geheim van zijn greep is. Niet: wat is dat goed, maar waarom is dat goed. En als u hem die kunst hebt afgekeken, blijf daar dan niet, maar loop door.

U komt ten slotte in de kamers, die vroeger voor u waren afgesloten. U moogt nu binnen, want u bent nu zelf groter geworden. Lezen is eerst: herkennen. Later: ontdekken.”

 

 

28 december 2010

 

 

Alle citaten zijn in de oorspronkelijke spelling overgenomen.

 

 

Verantwoording illustraties

 

-         Scan uit gesigneerd exemplaar van ‘Buitelingen’. De handtekening van Bomans bleek maanden na aanschaf van het boekje in 2010.

-         Scan van door Bomans met de hand geschreven ‘Statuten Rijnlandsche Academie’ uit 1936, fragment. Bomans en vriend Harry Prenen hadden deze nepacademie opgericht en wisten hiermee invloed uit te oefenen. Bron: ‘Bomans was de naam’ van Tony van Verre.

 

Bijlage

 

Nieuwsbericht op deze site van (ongeveer) bovenstaande datum:

 

Schrijven is populair. Het aantal mensen dat af en toe iets schrijft gaat in de richting van 1 miljoen. Een fractie daarvan schrijft veel. Voor beginners zijn er cursussen. Op 16 december 2010 ‘kopte’ dagblad ‘Trouw’ boven een artikel: “Literair schrijven kun je echt leren”. Het onderstaand artikel schonk aandacht aan een nieuwe studierichting bij de Arnhemse kunsthogeschool ArtEZ, die onder de Engelse term Creative Writing van start zou gaan.

40 Jaar terug ging in Amsterdam de School voor Creatief Schrijven van start. Voor zover bekend was dit de eerste schrijfcursus in ons land. In dagbladen verscheen een advertentie waarin het schrijven werd aanbevolen en tips werden verstrekt. De tekst was van de successchrijver Godfried Bomans. Voor hem was schrijven, naast talent, een vak, een ambacht, dat geleerd kon worden, door veel te lezen en veel te schrijven, én veel te schrappen. Dat artikel vormt de hoofdmoot van het nieuwe 1000-pootje ‘Bomans en de schrijfcursus’. Indien belangstelling, klik hier.