
Bomans en Mies Bouwman
Edward Krabbendam
Mies Bouwman werd in 1929 geboren in een welgesteld
katholiek gezin waarvan zij het derde kind was. Ze verbleef enige tijd op een
kostschool en maakte de Middelbare Meisjesschool (MMS) af. Ze kwam de Tweede
Wereldoorlog goed door.
In oktober 1951 werden de eerste reguliere tv-programma’s
uitgezonden, voor een handvol kijkers, want bijna niemand had in de arme dagen
na de Duitse Bezetting een televisietoestel. Mies was de eerste omroepster voor
de KRO. In 1953 ging (moest) zij daar weg omdat ze een verhouding kreeg met de
getrouwde Leen Timp, haar latere echtgenoot. Wat later gingen ze aan de Amstel
samenwonen, wat in die tijd helemaal niet kon, en in 1955 trouwden ze in
Engeland, met slechts een paar vrienden als getuigen. Dat huwelijk deed de
verhoudingen binnen de familie Bouwman geen goed.
Mies ging op de schnabbeltoer, klusje hier, werkje daar, en
kwam vele mensen tegen zoals Simon Carmiggelt en Godfried Bomans .
Bovenstaande informatie is vrijwel geheel afkomstig van ‘Mies – 25½ jaar TV – Omzien in verbazing’ uit 1977. Het boek bestaat uit een vraaggesprek van J. van den Berg met Mies Bouwman, voorzien van achtergronden. Veel van onderstaande informatie is ook daarvan afkomstig.
***
Bomans hield van theater maken. Daartoe behoorde ook zijn optreden als Sinterklaas. Al in zijn Nijmeegse periode, rond 1940, deed hij zijn intrede in Nijmegen, getuige ‘Godfried’, pagina 262. Bij de verzamelde kinderen aangekomen, riep Bomans:
“Kinderen, kunnen
jullie mij verstaan?” Ja, dat kunnen ze. “Ook daar achteraan?” Ja, Sinterklaas. “Luister dan goed. Krachtens mijn bisschoppelijke waardigheid geef ik
jullie morgen allemaal vrij!”
De kinderen waren dolblij, de schoolautoriteiten wisten van niets.
In
‘de Volkskrant’ van 6 december 2008 haalde Marjolijn Februari (filosofe,
kunsthistorica, jurist, schrijver en publicist) deze gebeurtenis aan om het
anarchistische karakter van Bomans tot uitdrukking te brengen. En Bomans haalde
als Sinterklaas meer stunten uit. Hij sloopte het decorum en hekelde schijn. Zo
was hij te zien op de rug van een paard, én, samen met Piet, op een autoped, in volle vaart
door de vertrekhal van Schiphol, want hij moest het vliegtuig naar Canada nog
zien te halen, waar Nederlandse emigranten op hem zaten te wachten.
Mies had ook wat met Sinterklaas. Volgens Wikipedia heeft ze
de Goedheiligman 25 maal in ons land welkom geheten. Tijdens een van die
intochten, vermoedelijk in de jaren ’50, was Bomans Sinterklaas, getuige de
beelden op de dvd De veelzijdige Bomans, een van de vier dvd’s, uitgebracht
onder de titel Godfried Bomans.
Het Dorp
Het grote werk van Mies kwam op 26 en 27 november 1962.
Gedurende 23 uur was ze in touw om geld in te zamelen voor een dorp voor gehandicapten.
‘Open het Dorp’ was een actie van de AVRO en werd vanuit de RAI in Amsterdam
over radio en televisie uitgezonden. Een bonte stoet van gulle gevers vulden
die marathonuitzending, met Mies als enthousiaste gastvrouw, terwijl ze per
telefoon overal geld lospeuterde. Ook Wim Kan ging bellen en maakte er een
hilarisch optreden van. Bij Albert
Heijn,
Dreesmann en anderen, haalde hij 25.000 gulden binnen, iets wat eerder was afgesproken.
Andere medewerkers waren het voltallige Concertgebouw
Orkest, Toon Hermans, Johnny en Rijk en op film Wim Sonneveld. Alle gasten
deden dit belangeloos en het honorarium van Mies, werd door de AVRO overgemaakt
naar ‘Het Dorp’.
Er kwam veel groot geld binnen, en veel klein. Dat gebeurde in luciferdoosjes die gewone Nederlanders vulden met munten en papiergeld. J. van den Berg schreef hierover:
“In de vooravond van 26 november, toen alle spectaculaire gevers nog in beeld moesten komen, toen alle grote en kleine artiesten nog hun spontane medewerking moesten gaan verlenen, zijn één miljoen Nederlanders uit hun binnenkamers en haardsteden gekropen om in het volle licht van straatlantaarns, ten overstaan van nauwlettend toeziende buren, naar de kruidenier te gaan, of het dichtstbijzijnde postkantoor, en daar een luciferdoosje te overhandigen, met eigen, moeizaam bijeengebracht, zuur verdiend GELD. In vijf kwartier tijd werd op deze wijze 6 miljoen gulden ingeleverd” (Mies, p. 89).

Er heerste die dagen een grote saamhorigheid onder
Nederlanders. De opbrengst bedroeg maar liefst 23 miljoen gulden wat later
opliep tot 50 miljoen. Het
werd wereldnieuws.
Mies kreeg in die dagen welhaast de status van engel. In
kranten en weekbladen kwamen veel lovende woorden en talrijke cartoons.
Waardering kwam ook later. In 1963 werd een extra Nipkow-schijf door de
verzamelde tv-critici toegekend voor Mies’ presentatie van ‘Open het Dorp’. In
het begeleidend schrijven kwam deze zin voor: “Door zichzelf te blijven, heeft zij zichzelf waargemaakt” (Mies,
p. 103).
Aan het eind van dat glorieuze jaar, nam Mies een interview
van een half uur af. Ze zat er bedeesd bij en opende met de woorden:“Meneer Bomans, wanneer hebt u besloten het
vak van schrijver te kiezen?”
Bomans: “Ja, ‘k vind
de vraag wat krampachtig. (..) Klinkt wat geforceerd.”
Bomans verzocht Mies om losser te formuleren, wat niet lukte. Dat deed hij omdat hij van mening was dat alleen mensen die zich op hun gemak voelen, tot een interessant gesprek kunnen komen.
Bomans ging wonderschoon op de gestelde vraag in. Hij zei dat niemand kiest om schrijver te worden. Het gaat een beetje om talent, en, zei hij verder:
“Het is vooral een
passie (..) voor het woord, een gedrevenheid om om ’n betekenis heen de
formulering zo te spannen dat ’t als ’n strakke handschoen d’r omheen zit, en niet
te rusten voor die zin precies is, voor je net in de roos geschoten hebt, en je
die moeite te willen getroosten en niet aflaten voor je die zin hebt. Dat is de
essentie (..) van het schrijverschap. Dat heb je, of je hebt dat niet. Je kunt
dus niet zeggen wanneer ben je besloten schrijver te worden. Dat is een
gepassioneerdheid die je van je jeugd af bezit.”
(Uitgeschreven tekst afkomstig van de dvd De veelzijdige
Bomans)
Zo is het toevallig ook nog eens een keer
Mies en haar echtgenoot Leen Timp verbleven in het voorjaar
van 1962 enige tijd in Engeland. Daar zagen ze op tv ‘That Was The Week That
Was’. Ze brachten dat concept onder de aandacht van de AVRO. Er was
belangstelling en Bomans en Michel van der Plas zag men als potentiële
tekstschrijvers.
‘Het Dorp’ kwam er evenwel tussen. Dat was zo’n groot succes dat de leiding van de AVRO van mening was dat Mies een tijdje van het scherm moest wegblijven, want alles wat ze zou gaan doen, zou tegenvallen. Het plan ging in de ijskast. In de loop van 1963 werd Mies opgebeld door Herman Wigbold van de VARA. Deze omroep wilde de Nederlandse variant van ‘That Was The Week That was’ wel gaan uitzenden.
In november
1963 kwam de eerste aflevering van ‘Zo is het toevallig ook nog eens een keer’
op tv. Het was een tegendraads VARA-programma in het nog gezagsgetrouwe
Nederland. Rinus Ferdinandusse, Jan Blokker
en Dimitri Frenkel Frank schreven veelal de teksten. De sketches werden
opgevoerd door onder anderen Mies Bouwman, Yoka Berretty en Joop van Tijn. De
echtgenoot van Mies, Leen Timp, voerde de regie.
In de derde aflevering van 4 januari 1964 zat het onderdeel
Beeldreligie. Er werd een haast religieuze tekst gebracht met de regel ‘Geef
ons heden ons dagelijks programma’, wat naar Het Onzevader verwijst. Hiermee
werd de aanbidding van televisie belachelijk gemaakt.
De publieke verontwaardiging was groot, vooral onder
gelovigen, er kwamen Kamervragen en de regering overwoog stappen tegen de VARA.
Hoewel de lieve lieve Mies van een jaar terug part noch deel had aan
‘Beeldreligie’ werd zij kop van jut, vooral omdat zij als katholiek ‘meisje’
was overgelopen naar de goddeloze socialisten van de VARA. Harry Mulisch
schreef in het vlugschrift Pays –Bah,
waarin felle reacties waren opgenomen, het volgende:
“’Onze Mies’
(veranderde) plotseling in ‘hun Bouwman’, van engel en heilige in rooie rothond
en vuile Jodin” (de grootouders van de vader van Mies waren joods, e.k.).
Mulisch haalde ook enige reacties aan:
“Wij zullen je vingers breken; Op de Wallen hoor je thuis; Als je naar Brabant
komt, zie je Blaricum niet terug” (Mies, p. 119).
Mies en haar gezin kwamen onder politiebescherming. Ze
werkte nog mee aan een aflevering van ‘Zo is het’ en hield het toen voor
gezien. Haar agenda raakte leeg want de ene na de andere afspraak werd
geannuleerd.
Mies en scène
Mies kwam eind 1965 op tv sterk terug met ‘Mies en scène’,
de VARA-tegenhanger van
Willem Duys’ ’Voor de vuist weg’, een zeer populair praatprogramma van de AVRO.
Zij werd gesteund door een redactie met onder anderen Nico Scheepmaker en J. van den Berg, de schrijver van
’Mies’.
Gedurende 4 jaar kwamen per programma een stuk of 8
onderwerpen aan de orde, die zeer uiteenlopend waren. In haar krulstoel namen
schrijvers plaats, politici, burgemeesters, toneelspelers, zangers, een
voetballer met de naam Johan Cruijff en monseigneur Bekkers (1908-1966). Deze bisschop kreeg nationale
bekendheid door zijn vele toespraken, onder andere voor tv. Hij gaf openhartig
zijn visie over godsdienstige en ethische kwesties “waarin hij de nadruk legde op de persoonlijke verantwoordelijkheid van
ieder mens” (Grote Winkler Prins, druk 7, deel 3, p. 414).
Door de komst van de pil, werd geboortebeperking eenvoudig. Het Vaticaan verbood de pil voor katholieke gelovigen. Bekkers gaf in 1963 te kennen dat ouders aangaande het kindertal, hun eigen geweten moesten volgen. Bekkers werd een geliefd bisschop.
Tijdens
de oudejaarsuitzending in 1966 van ‘Mies en scène’, was van bedeesdheid niets
meer te merken, blijkens de dvd De veelzijdige Bomans. Mies zat er als een
goedlachse, ervaren en bijdehante tante bij. Ze stelde Bomans, die nu met
Godfried werd aangesproken, diverse vragen. De eerste ging over populariteit.
Bomans hechtte daar waarde aan maar er waren ook gevaren. Mensen hopen dat een
populair figuur een smak maakt. Verwijzend naar de onverkwikkelijkheden rond
‘Zo is het’, zei Bomans, dat als iemand dat wist, het Mies wel was, terwijl
Bomans vond, dat zij geen fout gemaakt had.
Op de vraag wat Bomans de belangrijkste gebeurtenis van het jaar vond, noemde hij de intocht van Sinterklaas in Harlingen, waar Mies zelf bij was geweest. Sinterklaas had de zak, bestemd voor stoute kinderen, in de golven geworpen. Bomans zag deze Sinterklaas als een barometer van het kerkelijk denken. Straffen en dreigen met hel en verdoemenis waren achter de rug. God was nader gekomen, aardiger. Dat werd gesymboliseerd met het wegwerpen van de zak.
Begin 1969 werd de vijftigste ‘Mies en scène’ uitgezonden
met vele gasten onder wie Bomans. Vrijwel zeker is, dat Mies hem toen de
volgende vraag gesteld heeft:
“Je hebt eens een
stelling verkondigd, die misschien toch vaak verkeerd begrepen is en die er
ongeveer op neer kwam dat mensen als monseigneur Bekkers, die je zeer
bewonderde, en paus Johannes en president Kennedy, misschien wel gunstig vroeg
gestorven zijn. In een zekere zin. Wil je die nog es uitleggen, een beetje?”
Bomans: “Juist. Ja,
dat heeft veel kwaad bloed gezet. De mensen lezen slordig en ze dachten dat ik
schreef, dat ik blij was dat Bekkers gestorven was. Nu zijn er weinig mensen zo
ontsteld geweest door die dood als ik, omdat ik hem persoonlijk gekend heb.
Maar ik zie ook een lichtzijde. Kijk, zo’n man is gestorven in de volle kracht
van z’n belofte, he. Hij had een devies en dat heeft-ie uitgesproken, en op het
moment dat-ie het uit moest voeren, dat betekent dat je concessies moet doen,
terug moet krabbelen, half niet toegeven, kortom, in die schemerachtige
toestand van iemand die het ‘waar moet maken’, op dat moment is die man
gestorven. En daardoor is dat ideaal van Bekkers als in marmer gebeiteld. Dat
is niet onderhevig aan de erosie van de praktijk, dat staat voorgoed ingegrift.
En dat geldt ook voor Kennedy, nietwaar: Johnson zit nu met de brokken. Paus
Paulus vinden wij een veel zwakkere figuur dan paus Johannes. ’t Is de vraag of
hij dat is. Maar paus Paulus moet het waar maken. Het concilie en al die
verschuivingen en zo in zijn kerk” (Mies, p. 148-149).
[John Kennedy (1917-1963) was
van 1961 tot 1963 de president van de Verenigde Staten. Hij was zeer populair.
Nadat Kennedy was vermoord, volgde Lyndon Johnson hem op. Hij erfde de
Vietnamoorlog van Kennedy, die uitdraaide op een enorme oorlog en een groot
fiasco, e.k.]
1940-1945
Tijdens het interview van Mies in 1962, sprak zij haar gast
aan met meneer Bomans. Vier jaar later, tijdens ‘Mies en scène’, zei ze aan het
begin:“Ik mag Godfried zeggen, dat deden
we al zo lang. Ik houd er niet zo van maar ‘t mag wel?”
Bomans bromde instemmend.
Hoe lang kenden die twee elkaar? Het boek Godfried van
Michel van der Plas uit 1982, handelend over het leven van de jonge Bomans,
geeft alleen voor wie het weet, opheldering. Van der Plas schreef over het jaar
1944, toen Godfried al een tijd aan de Zonnelaan in Haarlem woonde, op pagina
321:
“Op Berkenrode heeft moeder Bomans nu kamers
ingeruimd voor het hele gezin Bouwman, waarvan de vader in Brabant is
ondergedoken. De kinderen maken nader kennis met Godfried, die nogal eens uit
de Zonnelaan overkomt naar zijn oude huis en er af en toe ook blijft slapen.
Ook zij raken in de ban van de sprookjesverteller, die overigens een bijzondere
voorliefde blijkt te hebben voor het spoken, in vereniging met zijn broer Jan,
waarbij de grote hal de voorkeur schijnt te genieten. De optredens zijn
grillig; de spelletjes ook. Een niet onbelangrijk onderdeel is een uitvinding
van Godfried die ‘de dubbele deklaag’ heet, en waar de kinderen, de meisjes
inbegrepen, vaak midden in de nacht aan worden onderworpen. Het betekent dat de
twee gebroeders onverwacht de slaapkamer binnenkomen, de logés met matras en al
van het bed lichten, ze op de grond plompen, in bedwang houden en driemaal
laten smeken om genade. Of daar zijn de sommaties om, alweer bij voorkeur in de
nacht, het matras op te pakken en, daarop gezeten, van de hoge trap naar
beneden te komen hobbelen, aan de voet waarvan Godfried heeft postgevat met een
stopwatch in de hand, om de tijd op te nemen.“
Een lange tijd heb ik niet geweten over welke familie
Bouwman het ging; de naam Mies ontbreekt. Waarom dit zo is, weet ik niet. Maar
het gaat daadwerkelijk om Mies, haar moeder, haar twee zussen en twee broers.
Dat blijkt uit ‘Mies’, pagina 19. J.
van den Berg stelde daar de volgende vraag:
“In een van je eerste
interviews lees ik dat jullie in de oorlog bij de familie Bomans zijn
ingetrokken op ‘Berkenrode’ in Heemstede. Er zat nog een gezin van 5 personen
en op zolder huisden 33 broeders die uit hun klooster waren verdreven. Als er
luchtalarm was draaiden de broeders een film of speelde Godfried Bomans op de
piano en hij zong erbij. In datzelfde verhaal vertel je, en iedereen kan dat nu
wel raden: ‘Het was ondanks de oorlog een plezierige tijd.’ Je begrijpt wat ik
nu vragen wil: ‘Je hebt er toch wel iets van gemerkt?’”
Mies: “Nauwelijks. We zaten in dat schitterende huis, omgeven door een prachtige tuin en er gebeurde eigenlijk niets wat je als 12-jarige erg vond. Als je honger had, kreeg je van de keukenbroeder een boterham met kaas, als je bang was, deden de Bomans-jongens gek. Er waren zoveel mensen met verhalen, zoveel spellen die gespeeld konden worden in al die gangen en nissen. Natuurlijk werd er over de oorlog gesproken maar voor ons was het interessanter dat broeder Andreas achter ons meisje Corrie aanzat die in het bad sliep omdat er geen bed meer was.”
‘Berkenrode’, het enorme landhuis van de ouders van
Godfried, blijkt tijdens de Duitse Bezetting (1940-1945) aardig bevolkt
te zijn geweest. Waarom het katholieke gezin Bouwman, op vader na, op
‘Berkenrode’ ging wonen en voor hoelang, is me niet bekend.
Opvallend is het verschil van toonzetting bij Mies
en Van der Plas. Laatstgenoemde maakt het verblijf op ‘Berkenrode’ tot
iets angstaanjagends. Mies beweert juist dat de Bomans-jongens gek gingen
doen om de angst te bezweren. Ze had er zo’n beetje de tijd van haar
leven gehad, terwijl het oorlog was. Er is nog een verschil. Mies zei dat ze 12 jaar was.
Dat betekent dat ze in 1941 bij de ouders van Godfried in huis zat.
Van der Plas situeert het verblijf in 1944. Toen was Mies 15 jaar. Dat
maakt uit. Wat juist is, weet ik niet. Wellicht verbleef het gezin vrijwel
de gehele bezettingsperiode op ‘Berkenrode’.
Onbekend is welke bron Van der Plas geraadpleegd heeft,
want hij doet niet aan noten. Daardoor is controle op wat hij geschreven
heeft onmogelijk. En door het ontbreken van de naam Mies - waardoor
onbekend is wie dat gezin Bouwman was -
voeg ik wederom een bezwaar toe tegen het boek van Van der Plas
over de jonge Bomans. |
![]() |
Tijdens de tv-uitzending van 1966 kenden Mies en Godfried
elkaar al dik 20 jaar. Ze lijkt wel het jonge zusje van Godfried te zijn.
Beiden trokken hun eigen plan, of de familie dat nu leuk vond of niet. En
aangaande hun werk voor radio en tv: ze werkten in die verzuilde tijd voor
verschillende omroepen, en waren bij tijd en wijle zo tegendraads, dat Mies in 1963 en Bomans in
1966 onder politiebescherming werden gesteld, wegens een woedende horde.
Blijkens een nieuwsbericht van Jac Aarts in het tijdschrift Godfried van maart 2006 – het tijdschrift van het Bomans Genootschap – stond op 2 juli 2005 een interview van Mies in ‘Het Parool’ afgedrukt.
Aarts schreef: “Over Bomans zegt Mies: ‘Icoon uit mijn jeugd. In de oorlog woonden we bij de familie Bomans,
op Berkenrode. Ik zie hem nog achter de vleugel zitten spelen als er luchtalarm
was. Ik heb in hem altijd een soort zielsverwant gezien. (..) Ik heb gelukkig
nog heel mooie brieven van hem.’”
Op 24 december 1971 was Mies aanwezig bij de uitvaart van
Bomans.
25 september 2009
Verantwoording illustraties:
1 Detail van foto uit ‘Mies – 25½ jaar TV’, p. 132
2 Idem, zelfde
foto, zie nummer 7
3 Detail van foto uit de MIKRO GIDS van 17-11-2007 van aankomst van Sinterklaas in 1978 in
Medemblik
4 Foto van Mies tijdens ‘Open het Dorp’ uit ‘Mies’, p. 89
5 Tekening van Gerrit Stapel uit ‘Mies’, p. 97
6 Detailfoto van Mies in actie voor ‘Zo is het toevallig ook nog eens een keer’ uit ‘Mies’, p. 112
7 Foto van Bomans met kerstkransje en Mies, tijdens ‘Mies en scène’ uit 1966 uit ‘Mies’, p. 132
8 Detailfoto van ‘Berkenrode’, het landhuis van de familie Bomans uit ‘Godfried’, p. 19
9 Voorkant van
‘Mies’.