

Bomans en Frits Abrahams
of
De tv-Bomans
Edward Krabbendam
Frits Abrahams (1946) had al een aardige journalistieke carričre achter de rug toen hij in 1988 redacteur werd bij ‘NRC Handelsblad’. Aanvankelijk was hij daar verslaggever van rechtszaken, later verzorgde hij een spraakmakende tv-rubriek. Sinds 1998 krijgt zijn dagelijkse column een plek op de ‘Achterpagina’. Alleen op zaterdag wordt zijn plek ingenomen door Youp van ’t Hek.
Aanvankelijk schreef hij vooral over actuele kwesties, naderhand kregen veel van zijn columns een tijdloos karakter. In kleine alledaagse gebeurtenissen appelleert hij aan de grote zaken in dit leven als liefde en dood. Hierin lijkt hij op Simon Carmiggelt.
Abrahams kreeg voor zijn columns in 2004 de prijs van het ‘Rotterdams Leeskabinet’ toegekend. Inmiddels heeft hij er duizenden geschreven. Ze zijn een gevolg van zijn ruime belangstelling en zijn werkwijze. Hij laat zijn ogen en oren het werk doen, ook thuis als hij in een luie stoel zit en naar de katten kijkt, die, hoezeer hij ook zijn best doet, altijd ondankbare sujetten blijven. Een praatje met zijn vrouw, zijn kinderen, een buurman of iemand in de trein kan met enige steekwoorden in zijn notitieboekje terecht komen, om later te worden uitgewerkt.
Abrahams heeft belangstelling voor kunst, cultuur en literatuur, met name de Amerikaanse. Daar schrijft hij ook over en men kan namen als Carmiggelt, John Updike en Truman Capote in zijn columns tegenkomen, en niet te vergeten Kafka.
De stukjes zijn overwegend mild van toon, met milde humor en ironie, en ze zijn altijd journalistiek, met andere woorden, gebaseerd op feiten. Maar hij kan ook stevig uit de hoek komen, als de publieke discussie ontspoort. Abrahams heeft namelijk een hekel aan hysterie, verdachtmakingen, leugens en hypes die door de media worden gevoed en waarin de mensen snel geloven. Hij houdt dan ook niet van Geert Wilders die hij diverse malen op de korrel heeft genomen. Kortgeleden ging hij na wie toch die Amerikaanse vriendin van Wilders was. Pamela Geller bleek op haar blog een Obamahater van het zuiverste water te zijn, die de Amerikaanse president voor rotte vis uitmaakt.
Tot mijn plezier nam Abrahams het in 2007 op voor J.A.A.
van Doorn die zwaar onder vuur was komen te liggen door zijn gespierde betoog
in ‘NRC Handelsblad’ van 8 augustus 2007, dat de provocatieve toon die
tegenover moslims werd aangeslagen een gevaar vormde voor de democratie en dat
gezond verstand gewenst was. In dit kader moet men de uitspraak van Abrahams
zien, gedaan tegenover Peter Brusse (zie site ‘NRC Handelsblad’): “Ik ontken het niet, ik
heb vijanden, ik ben geen allemansvriend.”
Bomans heeft weinig geschreven over zijn directe omgeving. Zelfs zijn vrouw en kind komen nauwelijks in zijn werk voor. Toch is er overeenkomst met Abrahams: de journalistieke aanpak en het bij tijd en wijle stevig doorpakken, waardoor Bomans veel lelijke post kreeg tot aan doodsbedreigingen toe.
De naam Bomans duikt in de landelijke pers nog opvallend vaak op, voor een schrijver die al bijna 40 jaar dood is, zie de nieuwsberichten op deze site. Maar stukken die uitsluitend over Bomans gaan, worden nauwelijks meer geschreven.
*
Abrahams trekt er voor zijn columns regelmatig op uit om tentoonstellingen, lezingen en politieke debatten bij te wonen. In 2002 bezocht hij ‘Godfried Bomans, de fluwelen duivel’, een tentoonstelling in het ‘Letterkundig Museum’ in Den Haag. Uit zijn column ‘Bomans’ van 21 juni 2002 bleek dat daar ondermeer de resultaten aanwezig waren van een handschriftonderzoek van de jonge Bomans, in opdracht van uitgeverij Sijthoff.
Abrahams zal deze informatie juist hebben weergegeven. De geboden informatie is wel wat vreemd. De jonge Bomans heeft nooit voor Sijthoff geschreven, de ‘oude’ Bomans slechts eenmaal, in 1970, tegen het eind van zijn leven, het boek ‘Van dichtbij gezien’. Zou Sijthoff dan in 1970 een onderzoek hebben laten uitvoeren naar het handschrift van de jonge Bomans? Wat zou daarvan het nut zijn? Bomans was een successchrijver. Meer hoefde een uitgever niet te weten. Ik heb geen idee hoe dit zit.
Abrahams gaf enkele resultaten van dat onderzoek:
“Hij (Bomans) tracht zich door ‘speelsheid’ en ‘dartelheid’ ondoorzichtig voor anderen te maken.”
Dit zijn ongeveer de woorden van literatuurcriticus Kees Fens.
Volgende kenmerk:
“Door zijn kritische instelling (..).”
Een kritische instelling maakt openbaar wie men is. Bomans deed dat veelvuldig. Die kritische instelling gaat niet samen met het eerste kenmerk.
Derde kenmerk:
“Door zijn hoge intelligentie, die gepaard gaat met gemakzucht, benut hij niet altijd het totaal van zijn mogelijkheden.”
Hier zou Michel van der Plas aan het woord kunnen zijn.
Abrahams vertrouwde de uitkomsten van het handschriftonderzoek ook niet erg en schreef: “De resultaten kwamen zó dichtbij de werkelijkheid dat je bijna aan doorgestoken kaart zou denken.”
“Doorgestoken kaart”, daar lijkt het inderdaad op. Het ging evenwel om de werkelijkheid, zoals die toen gevormd was en een taai leven kreeg.
*
Deze zomer ging Abrahams naar de Bomanstentoonstelling in ‘De Hallen’ in Haarlem. Zijn column hierover werd op 1 juli 2010 in ‘NRC Handelsblad’ afgedrukt en is hieronder, met dank aan Abrahams, in zijn geheel weergegeven.
De tv-Bomans
Dat Godfried Bomans volgend jaar alweer
veertig jaar dood is, kan ik nauwelijks bevatten. Veertig jaar! Dat is een
andere tijd en een andere generatie. Toch zie ik hem altijd onmiddellijk voor
me als zijn naam valt, alsof het mijn eigen vader is. Als hij in een drukke
winkelstraat achter me zou lopen en ik hoorde zijn stem, zou ik niet om hoeven
kijken om te weten: Bomans.
Dat is de macht van de televisie, waarop
Bomans een gevierde verschijning werd in een tijd dat er nog maar een, twee
netten waren. Op een onlangs geopende tentoonstelling over Bomans in De Hallen
in Haarlem neemt de tv-Bomans dan ook terecht een belangrijke plaats in.
Natuurlijk was hij in de eerste plaats schrijver, maar als schrijver kon hij
pas dankzij de tv tot een publieke persoon uitgroeien, een van de bekendste
Nederlanders van zijn tijd.
In tegenstelling tot de meeste andere
schrijvers was hij voor dit medium geschapen door de mengeling van laconieke
humor en bezonken ernst die zijn optredens kenmerkten. Er viel altijd wat te
lachen en je nam er ook nog wat van mee – wat wilden we nog meer? Dat al die
mediamieke bedrijvigheid zijn schrijverschap aantastte, bleek pas geleidelijk,
toen het al te laat was. Maar misschien was de volgorde omgekeerd en waren de
media een vluchtweg uit een schrijverschap dat al verzand was.
Meteen na binnenkomst in De Hallen kan de
bezoeker zich onderdompelen in een tv-interview dat Mies Bouwman in 1966 met
hem had. Maar wat ik vroeger leuk en ontwapenend moet hebben gevonden, maakt nu
vaak een geforceerde, kokette indruk. Alle grappen en wijsheden lijken goed
ingestudeerd. Je kijkt naar een act. Je zou ook kunnen zeggen: Bomans was als
publieke persoon een act gewórden.
Overtuigender is de
Bomans die zichzelf durft te zijn. Glimpen daarvan zijn niet alleen in zijn
geschreven werk te zien (vooral in De man met de witte das, het boek
over zijn vader), maar ook in sommige tv-programma’s.
x
In De Hallen worden ook beelden getoond uit Bomans in triplo, zijn
gesprekken met zijn broer Arnold en zijn zus Wally,
die voor een streng kloosterleven hadden gekozen. Daar is Bomans een
invoelende, maar ook doortastende gesprekspartner, daartoe ongetwijfeld
geďnspireerd door twee mensen die volstrekt naturel zijn. Het is alsof Bomans
beseft dat in deze omgeving iedere vorm van pose – hét wapen op het beeldscherm
– misplaatst is.
Hij had zelf in zijn jonge jaren ook een
kloosterleven overwogen en lijkt in deze ontmoetingen antwoord te zoeken op de
vraag: heb ik iets gemist? Tot zijn niet geringe verbazing tonen zijn broer en
zus zich gelukkige mensen die in een leven vol onthouding inderdaad gevonden hebben
wat ze zochten.
Zijn zus, zag ik in
een begeleidende krant, is nog steeds in leven. ‘Zuster Borromee’ is nu 100
jaar en woont nog altijd in het klooster naast de Sint Servaas in Maastricht.
„Wat God doet, is altijd goed”, zegt ze even optimistisch als vroeger. Het
kostelijke kolderverhaal De 100-jarige van haar broer kon ze zich niet
herinneren. Bomans vraagt daarin aan een 100-jarige jubilaris wat hij doet als
hij de oudste van zijn stad is geworden. „Dan schei ik ermee uit”, zegt de oude
man. „Het is er mij niet om te doen de markt te bederven, het jonge volk moet
ook een kans hebben.”
*
Abrahams heeft een
mooie column geschreven met een treffend begin. Bomans is in het geheugen van
de oudere garde gegrift. Dat had inderdaad veel te maken met zijn tv-optredens
waar miljoenen mensen naar keken, maar niet uitsluitend. Harry Mulisch schreef
over Bomans’ dood in ‘Herinneringen (p. 149), dat “een huisvriend die in alle
gezinnen een geziene gast was,” was overleden. Huisvriend lijkt me een juiste
typering. Dagelijks kwam zijn werk in huis bij lezers van ‘de Volkskrant’,
wekelijks bij ‘Elsevier’-lezers en zijn boeken werden bij de vleet verkocht. Daarnaast
kon men hem op de radio beluisteren, in ‘Kopstukken’ van de KRO (1959-1962) en
later op de tv zien in ‘Hou je aan je woord’ van de AVRO (1961-1963), dat in
1960 als radioprogramma was begonnen. Met zijn schrijfwerk bereikte Bomans honderdduizenden
mensen, met de tv enkele miljoenen, dwars door alle zuilen heen. En dat was
nogal wat in die tijd.
Volgens Abrahams heeft Bomans een forse
prijs betaald voor zijn televisiewerk: hij werd als publiek persoon een act. Hier
lijkt me de stem van Kees Fens door te klinken, die van mening was dat Bomans
zich in allerlei gedaanten en schijngestalten verstopte, zodanig “dat hij zelf
verdwenen is” (Herinneringen, p. 82). Daar staat de mening van Mulisch pal
tegenover. Hij schreef over Bomans’ deelname aan ‘Hou je aan je woord’ in
‘Herinneringen’, p. 146:
“Zijn optreden in persoon was niet een
aardigheidje, maar pas zo kon hij volledig zichzelf zijn.”
Wouter van Dieren is ook die mening
toegedaan. Hij werkte 4 jaar lang als redacteur met Bomans samen – tot aan zijn dood – wat ongeveer 30 televisieprogramma’s
voor de NCRV opleverde, waaronder ‘Gesprekken met bekende Nederlanders’. Hij
schreef over Bomans als tv-man:
“Zijn optreden was een volstrekt
natuurlijke zaak, niet bestudeerd, niet ingespeeld, doch een vanzelfsprekend
gevolg van milieu en opvoeding” (Gesprekken, p. 139).
Mulisch en Van Dieren zagen geen act. Toch kan men van komische
uitzendingen als ‘Hou je aan je woord’ wel zeggen dat Bomans, met de charmante
Hella Haasse naast zich, aan overacting
kon doen. Maar het overgrote deel van zijn televisiewerk was bloedserieus, ook
als hij in Disneyland stond, of in Mexico-city, Bangkok, Hongkong en Tel Aviv, of
in de voetsporen van Jezus trad, of een kerk in Rome toonde, dit alles voor
NCRV-tv. Doorgaans waren dat cultuurhistorische beschouwingen van formaat,
waarin hij in alle rust zijn verhaal deed, geheel zichzelf zijnde. Datzelfde is
te zien bij zijn interviews met zijn broer en zus, beiden kloosterling, en in
andere interviews waarin weinig of geen humor voorkomt. En dat zijn er vele tientallen.
*
De tweede prijs die Bomans voor zijn mediaoptredens
betaald zou hebben was de aantasting van zijn schrijverschap. Die mening wordt
door velen gedeeld hoewel ook daar geheel anders tegenaan gekeken kan worden.
Televisiecriticus Nico Scheepmaker vond dat Bomans op tv een nieuwe vorm van
literatuur-maken had geďntroduceerd. Scheepmaker noemde die vorm ‘schrijven op
het scherm’ en schreef, kort nadat Bomans was overleden:
“Al die televisieprogramma’s werden later
boeken, waren in zijn ogen misschien al het klad voor zijn boeken. Of de
reclame voor zijn boeken. Want zulke commerciële aspecten scheen hij ook niet
uit het oog te verliezen, of hij nu op Rottumeroog kampeerde, of door Jeruzalem
liep. Dat neemt nochtans niet weg, dat hij ongemerkt de modernste auteur van
Nederland werd, namelijk niet een man die thuiszittend, achter zijn
schrijftafel zijn woorden tot een boek aaneenreeg, maar die zijn boeken voor
het front van het kijkende volk concipieerde, in gesprekken met mensen,
reagerend op dingen die hij zag of op dingen die anderen beweerden: in feite
een zeer futuristische manier van boekenschrijven, omdat er in zijn geval toch
van een soort schrijven sprake was, en niet van het naderhand in boekvorm
uitbrengen van een populair uitgevallen televisieprogramma. Hij schreef zijn
boeken in direct contact met zijn lezers, want pratend met mensen, zich door
camera’s geregistreerd wetend, in feite het boek al voorlezend aan zijn
toekomstige lezers, blijkbaar niet bevreesd dat eenmaal geziene “boeken” niet
meer gelezen, dus niet meer gekocht zouden worden. De oplagecijfers stelden hem
in het gelijk” (Vrij Nederland, 31 december 1971).
Bomans interviewde in 1971 bekende Nederlanders zoals theoloog Harry
Kuitert en pater Jan van Kilsdonk. Door zijn plotselinge dood in 1971 kon hij
daar geen boek meer van maken. Wouter van Dieren nam die taak op zich en
gebruikte daarvoor de tv-opnamen en alles wat hij op schrift en in zijn
geheugen had genoteerd. Het boek kwam in 1972 uit, waarin hij de door
Scheepmaker hoogst opmerkelijke voorstelling van zaken bevestigde. Van Dieren
schreef in ‘Gesprekken met bekende Nederlanders’ (p. 9 – 10):
“’Godfried Bomans schreef zijn boeken op
de televisie’, stelde in ‘Vrij Nederland’ van 31 december 1971, een trefzekere
karakteristiek, die zeker voor deze gesprekken geldt. Want ze waren van het
begin af bedoeld voor publikatie, en de plannen tot dit boek waren al gesmeed lang voor de eerste meters
opnameband werden gedraaid.”
Bomans maakte tv-boeken. Als eerste. Heeft
de modernste schrijver van Nederland in ons taalgebied navolgers gekregen of is
hij daarin uniek gebleven? En hoe succesvol waren die boeken? In 1970 kwam ‘Van
dichtbij gezien’ uit. Hierin waren twee reisreportages opgenomen, uit Jeruzalem
en Rome. Hier bleek Bomans te beschikken over grote kennis en inzicht aangaande
geloof en kerk, waarbij hij de katholieke kerk als instituut kraakte. De
tv-uitzending ‘Bomans in triplo’, waarin Bomans in gesprek was met zijn broer
en zus, is ook in deze bundel opgenomen. Hoewel men het op tv gezien had, wilden
vele mensen de (bewerkte) tekst nog eens nalezen: 10 drukken binnen drie jaar.
De oplagen zullen fors geweest zijn.
In 1971 toerde Bomans met een Belgisch
camerateam door Vlaanderen. Hij interviewde daar een stuk of dertig belangrijke
Vlamingen. Angčle Manteau, vanaf 1 januari 1971 literair directrice bij uitgeverij
‘Elsevier’, begeleidde hem en schreef in ‘Godfried’ van maart 1996:
“Het viel me op, hoe competent hij was in
verband met de opnamen, zowel wat de klank als wat het beeld betreft. Hij had
met Nederlandse tv-ploegen heel veel ervaring opgedaan” (p. 13).
De resultaten daarvan werden door de BRT
uitgezonden. Ook verklaarde Manteau dat Bomans had voorgesteld een boek van die
interviews te maken, hetgeen gebeurd is. ‘Een Hollander ontdekt Vlaanderen’
kwam in 1971 uit. Voor Nederlanders was het niet zo interessant door onbekendheid
met België en de geďnterviewden. Toch verschenen er binnen 2 jaar 5 drukken.
Zoals gezegd kon Bomans zijn derde tv-boek
niet meer zelf schrijven.
Wat deed Bomans in die tijd nog meer? Op
grond van een langdurig gesprek met Michel van der Plas schreef hij ‘In de
kou’. Bomans nam er de tijd voor. Het werd een hoogstaand boek over kerk en
geloof dat in 1969 uitkwam. Binnen drie jaar de tiende druk. In 1970 kwam een
beminnelijk boekje met venijnige haakjes op de markt dat over de gebruiken in
de katholieke kerk ging. ‘Beminde gelovigen’ haalde in drie jaar tijd de tiende
druk. In 1971 verscheen ‘De man met de witte das’, waarin Bomans een beeld van
zijn vader gaf en een beeld van de verkiezingsbijeenkomsten van politieke
partijen die hij bezocht had. Het werden dodelijke portretten. Zeven drukken in
twee jaar tijd.
In 1972, een jaar na Bomans’ overlijden
kwam ‘Op reis rond de wereld en op Rottumerplaat’ uit. Dat was deels een
tv-boek met eerder gemaakte reisreportages en Bomans’ verslag van een week
kamperen op het onbewoonde eiland Rottumerplaat in 1971. Dat mooie verslag is
in 1988 afzonderlijk uitgegeven.
Hier is alleen het aantal drukken tot 1973
vermeld. Daarna gingen de herdrukken gewoon door.
In die tijd schreef Bomans ook nog
wekelijks voor ‘Elsevier’, tot aan zijn dood. Bij ‘de Volkskrant’ lag het
anders. Die katholieke krant beleefde in het midden van de jaren zestig een
linkse revolutie. Bomans werd er in 1969 uitgewerkt. Hij was nu ten dele
werkloos en brodeloos. Hij zette zijn al bijna 25-jarige carričre als
journalist voort bij de televisie (NCRV en BRT), waar hij al goede contacten en
goede resultaten had. Er is geen sprake van een vlucht, het was een logisch
gevolg van zijn ontslag bij ‘de Volkskrant’. En hij bleef schrijven. Dat zijn
overstap naar de tv zijn schrijverschap heeft geschaad, dat de kwaliteit van
zijn werk minder werd, is gegeven de bestsellers uit zijn belangrijkste
tv-periode, niet aannemelijk. Die boeken konden juist bestsellers worden door
het hoge niveau en de mooie stijl.
*
Bomans zou gemakzuchtig zijn geweest. Het
lijkt er eerder op dat hij zich doodgewerkt heeft. Die vermeende gemakzucht
speelt ook een rol in de verklaring van het ontbreken van een grote roman. De eerste
gepubliceerde werken van Bomans - ‘Pieter Bas’, ‘Erik’ en ‘Het doosje’ – rechtvaardigden
de verwachting dat Bomans romans zou gaan schrijven, grote romans. Dat is hij
in de jaren ’40 ook van plan geweest. Het lijkt erop dat de oorlogsjaren, met
aan het eind honger en kou, vormende jaren zijn geweest. Na de oorlog werd hij
journalist, voor ‘de Volkskrant’ en ‘Elsevier’. Het ging hem nu om de realiteit,
niet meer om fictie. In een tv-interview met Mies Bouwman verklaarde hij dat
hij naar zijn klassieker ‘Erik’ keek als een slang naar zijn oude huid, nadat
hij verveld was. Daar had hij niets meer mee. Vandaar dat Bomans vanaf 1945
vooral schreef over de werkelijkheid met beschouwingen over geschiedenis,
cultuur (zowel de hoge als de lage), literatuur, kunst, kerk en geloof. In dit
kader sprak Jeroen Brouwers van een “nogal reusachtige journalistieke
productie” (De wereld van Godfried Bomans, p. 91).
Die grote roman van Bomans kwam maar niet.
Dat werd in verband gebracht met zijn tv-werk. Vanuit beeldbepalende hoek kwam
de mening dat hij zijn tijd verbeuzelde. Met verbeuzelen zal men slechts zijn deelname
aan het humoristische ‘Hou je aan je woord’ voor ogen hebben gehad. De jonge linkse
critici waren immers beroerde NCRV-kijkers. Hij moest maar eens een echte roman
gaan schrijven, zo stelden zij. Pas dan telde hij in literair Nederland mee. Dat
werd toen gedacht, in een tijd waarin beschouwingen en columns, zelfs van hoog
literair gehalte, nog niet tot de literatuur gerekend werden.
Anderen dachten dat Bomans zich verstopte
in het tv-werk zodat hij niet hoefde te beginnen aan een grote roman, want dat
kon hij gewoon niet. Weer anderen
dachten dat hij zich uit gemakzucht liever liet verwennen door de
tv-omgeving en door het publiek,
waardoor hij geen zin had dat boek te gaan schrijven.
Volgens mij zijn al deze gedachten
onjuist. Het merendeel van Bomans’ werk was
wetenschappelijk/journalistiek van aard. In de opsomming van wat Bomans was
en allemaal heeft gedaan, ben ik zelden het woord journalist tegengekomen,
terwijl hij dat primair was, 26 jaar lang, bij krant, weekblad en tv. Dŕt was
zijn wereld. Daarom wilde hij helemaal geen grote roman meer schrijven. Die
tijd was al in 1945 voorbij. Het was dus zinloos een dergelijke eis,
verwachting of hoop te hebben. De ironie wil dat de critici zich hebben blind
gestaard op een roman die er niet was en daardoor geen oog hadden voor wat er wčl
was: veel uitstekend tv-werk van Bomans, en prima boeken.
29 september 2010
Verantwoording illustraties
-
Bomans voor zijn boekenkast, 1949, scan. Foto
(bewerkt) ontleend aan ‘Godfried Bomans’, de catalogus bij de in de zomer van
2010 gehouden Bomanstentoonstelling in Haarlem.
-
Frits Abrahams. Foto (bewerkt) ontleend
aan internet.
-
Beeld uit ‘Bomans in triplo’’, waarin hij
in gesprek is met zijn broer en zus, 1970, scan, verkleind. Bron: zie eerste
verantwoording.
-
Bomans en Hella Haasse tijdens opnamen van
‘Hou je aan je woord’. Bron: Google. Bewerkt.
-
Bomans in gesprek met pater Jan van
Kilsdonk voor ‘Gesprekken met bekende Nederlanders’, 1971. Bron: idem. Bewerkt.
Gerelateerd aan te klikken artikel
Bijlage
Nieuwsbericht op deze site van (ongeveer)
bovenstaande datum:
Frits Abrahams is een gewaardeerd
columnist bij de lezers van ‘NRC Handelsblad’. Naar aanleiding van de
Bomanstentoonstelling deze zomer in Haarlem, schreef hij ‘De tv-Bomans’ dat op
1 juli 2010 werd afgedrukt en in het nieuwe 1000-pootje ‘Bomans en Frits
Abrahams’ in z’n geheel is opgenomen. Naast instemming riep zijn column enige
vragen op. Leed het schrijfwerk van Bomans onder zijn tv-werk? En, verstopte
Bomans zich bij de tv zodat hij geen grote roman hoefde te schrijven? Hierop is
getracht een antwoord te vinden.