Samenvattingen van recensies van 'Bomans als provo'
(Bomanskrant, de Volkskrant, Provinciaal Zeeuwse Courant, VolZin,
Trouw, De Telegraaf en Bibliotheekdienst)
![]() |
Jac Aarts kwam als redacteur van de Bomans Krant (Internet) met de eerste recensie. Door vergelijking met het bijna 25 jaar eerder verschenen boek van Jeroen Brouwers over Bomans, koos Aarts de titel 'Een omgekeerde Brouwers'. Brouwers verwijderde met chirurgische precisie al het randgebeuren van Bomans en hield een bijna blote man over die alleen roem verdiende als stilist. Krabbendam hanteert juist de omgekeerde werkwijze. 'Hij gaat nergens diep in op werk van Bomans, maar snijdt al diens tegenstanders weg', zoals Michel Van der Plas, Kees Fens en Harry Mulisch. 'Het resultaat daarvan is dat de enige die niet aangepakt wordt, Bomans zelf, nu de reus is in het land der dwergen. (…) Niet Bomans komt in zijn nakie te staan, maar z'n tegenstanders.' |
Krabbendam schetst grote lijnen. Daardoor ontstaat een interessant beeld van Bomans als consequente provocateur. Helaas laat de schrijver zich te veel door eigen interesses leiden. Een flink aantal passages had geschrapt moeten worden zoals die over de Politionele Acties, de kwestie Irak, (vermeend) moslimfundamentalisme e.d. Het betoog had dan aan kracht gewonnen. Soms kiest Krabbendam ook banale en directe formuleringen en hij heeft een neiging tot monocausaal denken. Literatuur-criticus Kees Fens komt soms zwaar onder vuur te liggen. Dat vindt Aarts niet zo nodig. Hij voelt meer voor Fens' zienswijze, dat Bomans zich verstopte, zich niet ten volle toonde, hoewel dat volgens Aarts in de laatste jaren van Bomans leven steeds minder het geval was. Vindt Aarts het boekje overtuigend? Nee. Om Bomans een provo te kunnen noemen, zou meer studie nodig zijn. Toch is Aarts niet erg negatief over het boekje en hij waardeert het zeer dat iemand niet teruggeschrikt om een ruime visie op papier te zetten waarmee hij een knuppel in het hoenderhok gooit. Helaas had het boekje sterker gekund want het is 'rommelig opgebouwd, bevat te veel generalisaties, stelt vele zaken te eenvoudig voor en mist (…) deugdelijke argumenten'. Bovendien is de lay-out karig waardoor het boekje er nogal saai uitziet. Aarts betwijfelt derhalve 'of het Bomans Genootschap er goed aan doet nu al met dit boekje de markt op te gaan.'
In de Volkskrant van 25 maart 2005 verscheen in het katern Cicero een forse bespreking door Arjan Peters met de kop: 'Heibel om Bomans: was Godfried de eerste provo?' Peters noemt het boekje een pamflet met een opzienbarende strekking en titel. 'In dertig pagina's brengt Krabbendam veel in stelling om het vigerende Bomans-beeld omver te kegelen, ten gunste van zijn interpretatie dat Bomans een man van verzet was, ja , 'de eerste provo van Nederland'.' Dat anderen dat nooit hebben gezien, verklaart de essayist als volgt: 'Lange tijd hebben we aan de leiband gelopen van zogenaamde Bomans-kenners (…).' Peters geeft voorbeelden van het opstandige gedrag van Bomans zoals zijn verzet tegen de katholieke kerk. Halverwege zijn artikel gaat hij de aanstaande biograaf van Bomans, Gé Vaartjes om een reactie te vragen. Vaartjes toont zich geschokt en uit zich zeer krachtig. Omdat Vaartjes eerder gezegd had dat Bomans gevoelsmatig altijd heel dicht bij de moederkerk was gebleven, vraagt Peters hem op het laatst of hij ook die mening niet gaat herzien. 'Nee!', antwoordt Vaartjes, 'Ik kan nu zelfs nog beter onderbouwen wat ik toen heb gezegd.'
Een dag later stond in de kunstrubriek van de Provinciaal Zeeuwse Courant
een recensie van Rolf Bosboom. De kop luidde 'Godfried Bomans was de eerste
provo'. Daarmee eindigt de recensie ook. Bosboom schrijft: 'Krabbendam ontzenuwt
een voor een de misverstanden die over Bomans blijven rondzingen. (…) Hoewel
de Goesenaar soms afdwaalt, doordraaft en regelmatig zichzelf herhaalt, weet
hij ondubbelzinnig duidelijk te maken dat Bomans 'een man van verzet' was.'
Het tweewekelijkse tijdschrift 'VolZin' nam op 8 april 'Bomans als
provo' op in haar korte overzicht van nieuwe boeken onder de vermelding: 'Essay
over de maatschappijkritische kant van de beroemde schrijver.'
Bomansfan Wim Slagter stelt op 16 april in het dagblad 'Trouw', dat
het pleidooi voor de recalcitrante Bomans 'enkele originele gezichtspunten'
bevat die de komende biograaf 'ten minste op hun houdbaarheid (zou) moeten onderzoeken.'
Het boekje gaat wel irriteren door diverse karikaturen en 'zonderlinge uitstapjes',
die geschrapt hadden moeten worden.
Huib Boogert van 'De Telegraaf' had op 30 april zware kritiek. De mening
dat Bomans een provo zou zijn geweest, was 'vooral (gebaseerd) op de geschriften
van Bomans, niet op daden.'
Ten behoeve van de bibliotheken in Nederland verscheen er tenslotte
nog een recensie van Martin de Jong (26 mei). De Jong vergelijkt het boekje
met dat van Jeroen Brouwers (De wereld van Godfried Bomans 1982, uitgebreide
versie 1998) dat door Henk van Gelder in 'NRC Handelsblad' een 'voortreffelijke
monografie' en door Theodor Holman in 'Het Parool' 'Een monument voor Bomans.
Kritisch en eerlijk' werd genoemd. De Jong stelt echter: 'Hoewel geschreven
door iemand met grote kennis van het werk van Bomans, is het essay wat wijdlopig.
(..) Desondanks is het een verhelderend artikel, dat helaas in te kleine oplaag
verschijnt om het door Brouwers geschetste beeld definitief te ontkrachten.'
(Natuurlijk hebben wij de schrijver van 'Bomans als provo' om een reactie gevraagd)
Naschrift van de schrijver:
Over 'Bomans als provo' wordt verdeeld gedacht. Daar wil ik niet op ingaan,
wel op het bezwaar dat het essay te wijdlopig is. De uitweidingen over hedendaagse
problemen had ik moeten schrappen. Daar zit wat in. Toch heb ik ze opgenomen.
Om goede redenen had Bomans een hekel aan politiek. Die lijn heb ik doorgetrokken
naar de huidige tijd. Bomans blijkt daardoor nog verrassend actueel. Tevens
gaf me dat de gelegenheid hem om zijn weldenkendheid ten voorbeeld te stellen
in onze roerige dagen.
Redactie
(Dit is een enigszins bewerkte versie van 'Reacties op Bomans als provo', dat
in 2005 in het septembernummer van Godfried is verschenen)