Goethe

Edward Krabbendam

I Rome – Italië

Bomans had in zijn bibliotheek drie planken met boeken over de geschiedenis. Zijn aandacht ging niet zozeer uit naar de ‘grande histoire’ maar naar de ‘petite’. Hij had veel boeken over keizer Napoleon maar het liefst las hij de herinneringen van diens kamerdienaar Constant. Met behulp van briefwisselingen, biografieën en dagboeken probeerde Bomans de persoon achter de beroemdheden bloot te leggen. Hij verdiepte zich vooral in de levens van Charles Dickens, Johannes von Goethe en Lees verder

Bomans & de Dickens Fellowship II

Edward Krabbendam

Voorwoord

In het eerste deel van Bomans en de Fellowship, is geput uit stukken van Bomans tot in 1959, met de glorieuze bijeenkomst in Amsterdam. In dit deel komen stukken aan de orde van na 1959, op een uitzondering na. ‘Het allerleukste museum ter wereld’ stamt uit 1951. Mede gelet op Bomans’ dagboek uit 1957 zal hij toen Engeland voor het eerst hebben bezocht en kennis hebben gemaakt met leden van de Dickens Fellowship.
Lees verder

Bomans & de Dickens Fellowship I

Edward Krabbendam

Bomans heeft vaak in het werk van Charles Dickens zitten lezen. De invloed daarvan is volgens Jeroen Brouwers te merken geweest in zijn eerste boekje Pieter Bas (1937) en zijn serie stripverhalen met Pa Pinkelman in de hoofdrol (rond 1950). Sommigen menen zelfs dat Bomans een 19de eeuwse schrijfstijl had, wat niet blijkt uit Bomans’ enorme productie die vooral uit Lees verder

Bomans en Charles Dickens

Edward Krabbendam

‘Dickens schreef,
gelijk een acteur zou spelen.’

Toen een journalist aan de bijna 100-jarige zus van Bomans vroeg hoe haar broer was geweest, zei zuster Borromée: “Godfried? Ach, die lag meestal op de grond te lezen, of te slapen. Daar had je niet zoveel aan” (‘de Volkskrant’, 26-9-2009).
Deze typering zal Lees verder

uitgelicht68

Gala du Disque 1963

Edward Krabbendam

Bomans en het Grand Gala du Disque 1963

Willem Duys (1928) was tijdens zijn actieve leven presentator van het populaire praatprogramma Voor de vuist weg. In dat tv-programma kwamen grote en kleine namen voor, en dieren, heel veel dieren, ook grote, want Duys hield wel van een geintje. Duys was echter Lees verder

Baron von Münchhausen

Edward Krabbendam

Pieter Steinz schonk in ‘NRC Handelsblad’ van 25 september 2009 ruim aandacht aan de Baron von Münchhausen, als een van de literaire fundamenten van Europa. Daarin stelde hij de vertaling van Godfried Bomans uit 1967 aan de orde.

Wie kent de Leugenbaron niet? Pieter Steinz geeft voorbeelden van de fantastische vertellingen die vrijwel overal bekend zijn. Lees verder

Bomans en Cruijff

Bomans en Cruijff

Edward Krabbendam

Cruijff als engel
Bomans en CruijffToen Johan Cruijff (J.C.) nog bij Ajax speelde, was hij geregeld op televisie te zien. Ik vergaapte me vaak aan zijn spel. Dat deden de verdedigers van de tegenpartij ook. Cruijff was niet te volgen. Cruijff voetbalt allang niet meer. Nu is hij bij de televisie voetbalcommentator.Waren eerst zijn voeten niet te volgen, nu geldt dat bij tijd en wijle voor zijn tong.

Dat geeft niets want daarna komt altijd iets waar geen speld tussen te krijgen is. Heel Nederland kent zijn ‘Ieder voordeel heb z’n nadeel’. Die uitspraak, waarmee Cruijff zich een groot verspreider van de relativiteitsgedachte toont, is zó juist, dat het omgekeerde ook nog eens waar is. Cruijff is een bijzonder mens.

In 1973 ging hij van Ajax naar Barcelona. De Catalanen hadden hem niet zo zeer nodig om kampioen van Spanje te worden maar meer om Real Madrid te verslaan, als wraak voor de lange vernedering die het Catalaanse volk door de regering in Madrid was aangedaan. ‘Op 17 februari 1974’, schreef Patrick Chatelion Counet op 10 juni 2006 in ‘Trouw’, ‘betrad Johan Cruijff het Bernabéu-stadion te Madrid, (.) Als Gods eigen wraakengel leidde hij de hemelse heerscharen naar een glorieuze overwinning, 0-5. (.) FC Barcelona versloeg die dag niet Real Madrid maar de centrale regering onder Franco. (.) Cruijff gaf de Catalanen hun moed, hun eer, hun roem, hun cultuur terug.’ Sindsdien was Cruijff een ware voetbalmessias die de Catalanen ook nog eens in politieke zin verlost had.

Twee jaar eerder had Bomans deze messias opgezocht voor een interview. Als voetballiefhebber bewonderde hij de kwaliteiten van Cruijff en gaf daar als (literaire) journalist als eerste vorm aan, eerder dan Nico Scheepmaker, die in 1972 een boek over Cruijff schreef.
Op 2 december 1971 was Bomans een middag bij het gezin op bezoek. Cruijff was toen vierentwintig jaar, hij was op die dag precies drie jaar getrouwd en zijn vrouw Danny verwachtte haar tweede kind. Uit dat bezoek kwam het stuk ‘Een middag met Johan Cruijff’ voort dat in het kerstnummer van Elsevier verscheen. In dat tientallen jaren oude stuk is de huidige Cruijff nog goed te herkennen.

Bomans sneed allerlei onderwerpen aan, zoals, of Cruijff in het veld nadacht voordat hij een onnavolgbare beweging maakte. Nee, want dan ben je te laat, was zijn antwoord. Voorts ging het over zijn komende verhuizing, over zijn schoonvader Coster, zijn mislukte poging in Spanje te gaan voetballen omdat de grenzen voor buitenlandse spelers nog gesloten waren, clubliefde, financieel misbruik door clubs van jonge spelers, een transfersom van 300.000 gulden, egoïsme, sportiviteit, professionele overtredingen, zenuwachtigheid voor de wedstrijd, trainer Michels die ‘af en toe wel eens aardig (kon) kankeren’, over Van Hanegem die ‘de kromme’ werd genoemd, het zware beroep van voetballer, sigaretten roken en zijn mooiste goal (tegen Feyenoord uit).
Er kwamen nog veel meer zaken aan de orde waardoor het artikel in Elseviers Magazine van 25-12-’71 zeer fors uitviel. Het begon zo:

‘Johan Cruijff doet in zoverre aan een engel denken dat ook een engel niet aan de zwaartekracht onderhevig is. Ik heb hem vaak zien spelen en mij dan telkens verwonderd dat hij na afloop gewoon met de anderen mee het veld afliep en niet opsteeg en over de tribunes heen aan de einder verdween. Vermoedelijk houdt hij zich in. (.) Ook in zijn gezicht zit iets engelachtigs. Het is voornamelijk uit verbazing samengesteld, maar dan het soort verbijstering van iemand die uit een wolk op aarde gevallen is en zich dan verder zo goed mogelijk behelpt tussen de logge wezens die hij daar aantreft. Het is eigenlijk vreemd dat zo iemand dan gaat voetballen, want dat is een weinig sierlijke sport. Hoe graag ik er ook naar kijk, het blijft een tijdverdrijf voor polderwerkers (.)
De bekoring van Cruijff zit nu hierin dat men plotseling in een elftal krombenige kluitenjongens een balletdanser ziet verschijnen, die tussen al die hollende en trappende lijven gewichtloos voortzweeft en iets met de bal doet dat niemand meer volgen kan en gewoonlijk in het doel eindigt.’

(Werken V, p. 839)
Dit is de jonge Cruijff ten voeten uit. Een mooiere beschrijving ben ik niet tegengekomen.

Bomans en Nypels

Edward Krabbendam

Op 11 november 2006 stond in het Zaterdags Bijvoegsel van NRC Handelsblad een ingekort hoofdstuk uit ‘De revolutieverzamelaar’. Dat boek werd vijf dagen later in Amsterdam gepresenteerd en het gaat over George Nypels (1885-1977), reiscorrespondent van het Algemeen Handelsblad. Lees verder