Bomans en Vlaanderen “Brussel Yves Leterme is afgelopen weekend opnieuw benoemd tot formateur van een Belgische regering. De Vlaamse christen-democraat (..) gaat verder onderhandelen over een regering van Franstalige en Vlaamse liberalen en christen-democraten.” De eerste poging van Leterme mislukte. “De Franstaligen en Vlamingen konden het (..) niet eens worden over een staatshervorming. De Vlamingen willen meer bevoegdheden voor de gewesten, de Franstaligen staan daar afwijzend tegenover. (..) Ook moet er een oplossing worden gevonden voor ‘Brussel-Halle-Vilvoorde’ (BHV), een kiesdistrict waar Franstaligen in 35 Vlaamse gemeenten toch op Franstalige politieke partijen kunnen stemmen. De Vlamingen willen dat er aan die situatie een einde komt. (..) België wacht al 113 dagen op een nieuwe regering. De inschatting is dat de onderhandelingen nog lang zullen duren.” |
![]() Voorkant van de box met twee dvd’s, waarop beelden van Bomans’ ontdekkingsreis door Vlaanderen in 1971, die binnenkort op de markt verschijnt. Voor meer informatie: klik hier. |
Bovenstaande bericht komt uit ‘de Volkskrant’ van 1 oktober 2007. De politieke situatie in België is ingewikkeld en het wil nog steeds niet boteren tussen Vlamingen en Walen. Er gaan stemmen op om België maar op te heffen. Het noorden bij Nederland, het zuiden bij Frankrijk. Dat zal niet gebeuren maar het laat zien dat België een weinig geïntegreerd land is.
Als kind vroeg Godfried Bomans op school waarom een van onze provincies Noord-Brabant heette. Het antwoord luidde: “omdat er ook een Zuid-Brabant bestaat. (..) Zelfs nu”, schreef Bomans in 1971, “weten dat nog maar weinig Noordnederlanders. En nochtans ligt in dit antwoord de tragiek van België besloten: een verscheurd land, bewoond door een verdeeld volk. De helft daarvan zijn onze broers. We hebben eenmaal onder hetzelfde dak gewoond. Daarna ging ieder zijn eigen weg. De weg van de Vlamingen is een moeilijke geweest. (..) Het is een wonder dat ze nog bestaan, als je ziet wat ze hebben meegemaakt. Vernederd, vertrapt en telkens door een andere heerser overweldigd (..)” (Werken VI, p. 575)
Deze woorden komen uit de inleiding van het boek Een Hollander ontdekt Vlaanderen. Bomans was in 1971 in Vlaanderen op ontdekkingstocht gegaan, met een camerateam van de Belgische omroep (BRT) in zijn kielzog. Hij wilde er meer van weten. Niet dat hij op zoek was naar dé Belg, want die bestaat niet. Ook niet naar dé Vlaming, want ondanks gezamenlijke kenmerken, bestaat die óók niet. Nee, hij zocht juist uiteenlopende personen op, zoals ministers, politici, bestuurders, hoogleraren, schrijvers, een bankier, een bisschop, een filosoof en een voetballer. De interviews heeft Bomans bewerkt tot leesversies voor een boek.
‘Een Hollander ontdekt Vlaanderen’ is geen lollig boek, eerder een geschiedenisboek. Veel aspecten van de Vlaamse samenleving komen aan de orde. Het belang daarvan is voor Nederlanders niet goed (meer) in te zien door de ruime afstand in tijd en toch ook in ruimte.
Het belangrijkste onderwerp was de taalstrijd. Dat leefde toen hevig. Nu nog. Diverse keren werd er aandacht aan geschonken. Lode Craeybeckx, burgemeester van Antwerpen, is in het boek de eerste gesprekspartner van Bomans. Al snel kwam de inferieure positie van het Nederlands in zijn land aan de orde. Tot 1898 was het Frans de enige officiële taal in België. In die tijd pleitte kardinaal Mercier (1851-1926), met instemming van de hogere geestelijken, voor de eenheidstaal: het Frans. Mercier was ook van mening dat het Nederlands ongeschikt was voor hoger onderwijs. Vlamingen waren blij met Nederlandse universiteiten. Daarmee konden ze de woorden van Mercier ontkrachten.
Langdurig waren de Franstaligen in België de baas. Dat hing samen met de grote economische macht van Wallonië. Vlaanderen was weinig ontwikkeld en moest het vooral van de landbouw hebben. Naarmate de industrialisatie van Vlaanderen vorderde en die in Wallonië achterbleef, kwamen de Vlamingen meer op voor hun taal en cultuur, en voor hun sociale, economische en politieke positie.
Craeybeckx zei ondermeer: “De Vlaming was in dit land een rechteloze. De Vlaming, dat was het volk, want we hadden de taalmuur, en deze was een sociale muur. De rijke lieden, de aristocraten, de plutocraten, en helaas ook veelal de hogere geestelijkheid, al diegenen die invloed hadden op het volk, die macht uitoefenden, spraken de Franse taal. Zij beschouwden het als minderwaardig Vlaams te spreken” (Werken VI, p. 582).
Bomans sprak ook met Maurits Coppieters, volksvertegenwoordiger van de Volksunie. Coppieters verstrekte gegevens die in ons land niet erg bekend waren. Ze verklaarden tevens de hoofdpunten van zijn politieke partij. België had op dat moment bijna tien miljoen inwoners. In Vlaanderen woonde 56% van de bevolking, in Wallonië 32%, Brussel 11% en het Duitstalige gebied 1%.
Coppieters volgend, schreef Bomans: “De bestedingen der overheidsgelden is daarmee niet in overeenstemming, wat zich in een scheefgetrokken subsidiebeleid openbaart. Dit is des te schrijnender, omdat niet minder dan 60% van de belastingopbrengst uit Vlaamse arbeid voortkomt. (..) Ook de leidende posten bij de overheidsdienst liggen voor 60% in Waalse handen, bij de Generale Staf van het Belgische leger komen de Vlamingen zelfs niet verder dan 15%. (..) Voor 67% van de bedrijven in Vlaanderen blijft het Frans de taal, waarin de directie met het personeel verkeert, voor 80 tot 90% is het Frans de taal van de directie zelf.”
Bomans vervolgde zijn lange samenvatting met: “De partij beschouwt, voor zover ik het begrepen heb, twee van haar vele doelstellingen als de voornaamste. 1) De verlossing van het Vlaamse volk uit de greep van de Frans-Brusselse geldmacht. 2) Een vrij Vlaanderen in een federaal België, hetgeen betekent dat Vlamingen en Walen ieder hun eigen gewest beheren, maar te zamen in de bondsstaat België op voet van gelijkheid samenwerken. Meneer Coppieters, ik ben geheel buiten adem. Er is nu gelegenheid tot correctie.”
Coppieters: “Het lijkt, of u al jaren lid zijt” (Werken VI, p. 589).
In de vroege zomer van 1971 toerde Bomans 12 dagen door Vlaanderen. Daarin voerde hij 30 gesprekken voor televisie. Met tien gasten had hij ook nog eens een voorgesprek. Bomans kende bijna geen van zijn gesprekspartner. Na afloop schreef hij: “Ik geloof nooit in mijn leven zo moe geweest te zijn als na mijn rondreis door Vlaanderen” (Werken VI, p. 573).
Met drie geïnterviewde personen was Bomans bevriend. Een van hen was Angèle Manteau. Zij wilde wel een interview toestaan, als Bomans het maar kort hield. Het werd bijzonder kort: een bladzijde tekst. Bomans scheef, dat zonder de aansporingen van Manteau, ‘Een Hollander ontdekt Vlaanderen’ nooit verschenen zou zijn. Het gesprek met Manteau omvatte slechts een onderwerp: de gebrekkige positie van Vlaamse uitgevers en boekverkopers ten opzichte van die in Nederland. Vandaar dat veel Vlaamse schrijvers Nederlandse uitgevers hadden.
Angèle Manteau werd in 1911 te Dinant geboren. Zij was oprichtster van Uitgeverij Manteau. In 1971 ging ze voor uitgeverij Elsevier werken. In 1986 verhief koning Boudewijn haar in de adelstand. In haar handen rust het Groot Sprookjesboek van Godfried Bomans (Elsevier, 1978). |
Barones Manteau is nu 96 jaar. Ze was een bekend uitgeefster
in België. Per 1 januari 1971 werd ze aangesteld als literair directeur
van ‘Elsevier’, zowel voor Brussel als voor Amsterdam. Zij lijmde
de breuk tussen de uitgeverij en Bomans. Bomans had al een paar boeken elders
laten verschijnen. Zijn vaste uitgever vond dat niet leuk en aangezien de
schoorsteen moest blijven roken, bracht ‘Elsevier’ in 1970 ‘Oude
en nieuwe buitelingen’ uit. Bomans wist van niets, hij had die stukken
niet geselecteerd, de titel was misleidend want er stond geen enkel nieuw
stuk in, en “het omslag paste eerder bij de Rolling Stones en het
binnenwerk was ronduit een ramp.” Manteau schreef verder: “Men
had gewoon stukken zetsel uit de twee vorige uitgaven bijeengeplakt. (..)
Het was echt een schande, waartegen Bomans in december 1970 verbolgen had
geprotesteerd. Dit alles werd mij bij mijn aanstelling op 1 januari 1971
niet verteld. Wanneer ik het wel geweten had, zou ik waarschijnlijk niet
eens voor Bomans hebben durven verschijnen” (Godfried, p. 10). |
Voor de bijeenkomst van het Godfried Bomans Genootschap in november 1995, had Manteau de lezing ‘De schrijver en zijn uitgevers’ voorbereid. Die is afgedrukt in ‘Godfried’, het tijdschrift van het Genootschap, van maart 1996. Wegens ziekte werd de voordracht door Annemarie Feilzer, mede-bezorgster van de verzamelbundel Werken, gehouden.
Manteau gaf een kijkje achter de schermen. Ze schreef:
“De Belgische radio en televisie had hem (Bomans) voorgesteld een reeks gesprekken met bekende Vlamingen te voeren, onder begeleiding van een tv-ploeg. Bomans stelde me voor er een boek van te maken. Deze Elsevier-uitgave getiteld Een Hollander ontdekt Vlaanderen verscheen najaar 1971. Verschillende opnamen vonden bij me thuis in Gooik, een dorpje op 20 km ten zuidwesten van Brussel, vaak in de tuin, plaats. Ook begeleidde ik hem naar Vlaamse steden waar bekende Vlamingen woonden.
Het viel me op, hoe competent hij was in verband met opnamen, zowel wat de klank als wat het beeld betreft. Hij had met Nederlandse tv-ploegen heel veel ervaring opgedaan. Tijdens die opnamen logeerde hij bij mij en plantte zelfs, in mijn tuin, een conifeer en een rododendron, onder het oog van de tv-camera’s” (Godfried, p.13).
Bomans maakte in zijn boek melding van de grote tuin van Manteau met honderden bomen en boompjes. “Een was er dood”, schreef hij, “en die heb ik toen vervangen. Ik kocht hem op de grote markt in Brussel, met een zak zwarte aarde erbij. Hij maakt het goed. Mevrouw Manteau is thans verbonden aan de uitgeverij Elsevier te Brussel, die ook weer een boom als embleem in haar wapen voert (..)” (Werken VI, p. 723).
Het lijkt erop dat deze aanplanting voor Bomans een symbool was van een nieuwe toekomst bij ‘Elsevier’, met dank aan Manteau.
Manteau begon haar stuk met:
“Op de vroege ochtend van 22 december 1971, verliet ik het Vlaams-Brabantse dorp waar ik woon met de bedoeling naar Amsterdam te rijden en in de middag Godfried Bomans in Bloemendaal op te halen. Zijn zo juist verschenen boek, Een Hollander ontdekt Vlaanderen, zou hij in Den Haag aan pers en vrienden voorstellen. Ik reed eerst langs het kantoor van ‘Elsevier’ in Brussel en, bij het binnenkomen hoorde ik dat de heer Dolf van den Brink (directeur van ‘Elsevier’) me aan de telefoon verwachtte. Nooit zal ik zijn woorden vergeten: ‘Mevrouw Manteau, Godfried is vannacht overleden…’ Ik ben zo ontdaan en ontredderd”, schreef Manteau, “dat ik in mijn moedertaal begin te spreken: ‘Mais ce n’est pas possible! Je lui ai encore parlé par téléphone hier après-midi et j’ai rendez-vous avec lui à trois heures à Bloemendaal pour l’áccompagner à La Haye.’ Maar hoe meer ik verward klets, hoe meer het onherroepelijke tot mij doordringt (..)” (Godfried, p. 5-6).
Tot de grote vriendenkring van Bomans, behoorde ook Michel van der Plas. Hoewel Hollander, werd ook hij geïnterviewd. Dat was niet echt de bedoeling. Bomans begon dat stuk met:
“De heer Michel van der Plas, die eigenlijk Ben Brinkel heet en zich door een geheim telefoonnummer nog dieper verdekt heeft opgesteld, kwam naar Antwerpen om mijn mening over Vlaanderen te horen ten gerieve van ‘Elseviers Magazine’, waarvan hij de adjunct-hoofdredacteur is. Ik weet niet of hij dit interview ook geschreven heeft, want toen hij er eenmaal was heb ik hem meteen maar in mijn eigen serie opgenomen. Van der Plas is namelijk, voor zover dit een Hollander beschoren is, een kenner van het Vlaamse land en volk (..) ” (Werken VI, p. 761-762).
Van der Plas kwam naar Antwerpen voor een interview met Bomans, het werd een interview van Bomans met Van der Plas. Zij spraken vooral over het gevoel voor humor dat verschilde van wat in Nederland gebruikelijk was.
Van der Plas vroeg: “Wat vind je: hebben de Vlamingen gevoel voor humor?”
Bomans: “Niet in opvallende mate. Ze lachen graag, maar dat is iets anders. Er is bijvoorbeeld een bepaald soort gekheid, die ze hier niet verstaan. Ik zat eens ergens tussen wat jonge mensen en kreeg de gebruikelijke vraag te horen wat ik wel van Vlaanderen dacht. Nou, zoiets kan je ook te veel worden. Ik deed of ik heel lang nadacht en zei toen: ‘Vlamingen zijn ook mensen.’”
Van der Plas: “Een breed standpunt.”
Bomans: “Kijk, jij springt er meteen in. Zij niet. Er volgde een diepe stilte. Ik had nog niets in de gaten en zei: ‘Kunnen jullie het helpen, dat je hier geboren bent? Kom nu toch. En is het soms een verdienste van ons, dat wij Hollanders zijn? Welnee, dat is toch allemaal genade. En dan, wij hebben ook onze fouten, net zo goed. Op een ander niveau, zeker, op een hoger plan, toegegeven, maar volmaakt zijn wij evenmin. En daarom zeg ik altijd: laat niets merken, ga gewoon met die luitjes om, wees hartelijk en sla je niet op de borst, dat wekt maar wrevel en het is ook onrechtvaardig, want je had het zelf kunnen zijn.’ Enfin, zo daasde ik een tijdje door.”
Van der Plas: “Wat gebeurde er?”
Bomans: “Niets. Er viel een dodelijk zwijgen. Ik zat lelijk in de boot en wist niet hoe ik er zo gauw weer uit moest komen.”
Van der Plas: “Waren ze kwaad?”
Bomans: “Dat toch niet. Er was meer een enorme bevreemding. Ze wisten niet hoe ze op dit soort onzin reageren moesten. Ik geloof dat het zo zit: er is hier weinig geoefend in het hanteren van de absurditeit. Je bent ernstig of je maakt plezier. Beide gebieden zijn scherper gescheiden dan bij ons. Het debiteren van onzin alsof het ernst is, wat toch het wezen van het absurde is, wordt hier blijkbaar niet beoefend, omdat dan de twee terreinen in elkaar overvloeien. Dat brengt ze in de war”.
Van der Plas: “Je kunt aan de legende van de hoogmoedige Hollander weer een steentje bijdragen.”
(Werken VI, p. 769)
Bomans lijkt op Máxima. De een kan dé Nederlander niet vinden, de ander dé Vlaming niet. Bomans schreef: “Naarmate deze serie ‘Een Hollander ontdekt Vlaanderen’ vordert, word ik door een soort ontmoediging aangegrepen, die hieruit voortkomt dat je pretendeert een volk van miljoenen te ontdekken en je spreekt er met dertig, misschien veertig, en dat is dan nog veel. Je bent je bewust hoeveel je er moet terzijde laten. Ik noem maar op: ik heb nog niet met een musicus, met een componist gesproken; ik heb nog niet met een kind gepraat. Nou, kinderen zijn toch een groot deel van Vlaanderen”(Werken VI, p. 680).
In zijn slotwoord rekende Bomans af met clichébeelden die wij over dé Belg hadden, en hebben. Voor ons gemak is dat een Vlaming (m), ruim voorzien van patat en bier, karig bedeeld met verstand. Bomans schreef dit: “Wij, Hollanders, hebben de illusie Vlaanderen te kennen, omdat de Vlamingen dezelfde taal spreken (..). Maar, dat is juist zo misleidend: hoe dichter iets bij ons staat, des te moeilijker wordt het de verschillen waar te nemen (..) Ik heb hier met enorm veel genoegen rondgelopen en gaandeweg mij ontdaan van allerlei misverstanden, die ik oorspronkelijk over dit land bezat” (Werken VI, p. 771).
De cameraploeg van de BRT zeulde met Bomans mee. Van alle beelden die zij schoot, is een selectie gemaakt die tussen 10 juli en 25 oktober 1971 op de Belgische televisie werd uitgezonden. Binnenkort verschijnen twee dvd’s op de markt met beelden van Bomans’ ontdekkingsreis. Voor zover ik weet is het geen nieuwe selectie uit al het oude beeldmateriaal, maar een verzameling van integrale televisie-uitzendingen uit 1971, voor zover nog aanwezig. Helaas zijn niet alle geïnterviewde personen terug te vinden in de inhoudsopgave van de dvd’s. Zo ontbreekt Angèle Manteau. Daar staat een extraatje tegenover: een interview met Bomans over zijn destijds nieuwe boek.
In het voorwoord van zijn boek over Vlaanderen, schreef Bomans over het resultaat van de opgenomen beelden:
“De uitzendingen zelf heb ik niet gezien. Ik weet dus niet wat er eventueel is weggelaten. Naar mij ter ore kwam moet dit veel geweest zijn en juist die passages, waar zowel gastheer als bezoeker iets geriskeerd hebben. Daarom ben ik blij dat dit boek verschijnt” (Werken VI, p. 573-574).
Het speet Bomans dat de scherpe kantjes er af waren gehaald, zodat na de selectie in 1971, een glad en vlot beeld was overgebleven.
Edward Krabbendam
9 oktober 2007
Naschrift
Per 20 maart 2008 heeft België een nieuw kabinet onder de Vlaamse premier
Yves Leterme. De formatie duurde 284 dagen.
De lezing van Angèle Manteau zoals in 1995 gehouden voor leden van het
Godfried Bomans Genootschap, met als thema Bomans en zijn uitgevers, is door
DBNL op Internet gezet. Voor
de gehele lezing, klik hier.