Bomans en J.A.A. van Doorn

 

Edward Krabbendam

 

Op deze manier keek J.A.A. van Doorn, oud-hoogleraar sociologie, elke zaterdagochtend  de lezers van zijn commentaar aan, in het katern de Verdieping van dagblad Trouw. Op 26 april, na zeven jaar trouwe dienst, ontbrak deze foto. Twee weken later, op 10 mei 2008, begon Willem Schoonen zijn brief van de hoofdredactie met de volgende woorden: “Een mooie, scherpe pen ligt naast het papier. Voorgoed, noodgedwongen. De pen van J.A.A. van Doorn.”

Enkele dagen later, op 14 mei, is de heer van Doorn op 83-jarige leeftijd overleden ten gevolge van botkanker. De aandacht voor hem in de pers was zeer groot. Veel lovende woorden. In ‘de Volkskrant’ werd hij de grootste intellectueel van Nederland genoemd. Zijn verdiensten voor de wetenschap waren groot en middels zijn commentaren, eerst in NRC Handelsblad, later in HP/De Tijd, Trouw en incidenteel weer in de NRC, had hij veel invloed op het maatschappelijk debat.

 

Op 7 april 2007 luidde de kop boven Van Doorn’s  commentaar: ‘Bomans onder politiebescherming’. Het begon als volgt:

"De algemene indruk bestaat dat er sinds een klein aantal jaren in Nederland een geprikkelde stemming is ontstaan en een neiging hatelijk te reageren waar verdraagzaamheid geboden zou zijn. De ruime tolerantie waarom ons land doorgaans werd benijd en geprezen is in de publieke sfeer moeilijk meer terug te vinden.

Misschien moeten we met dat oordeel toch wat voorzichtig zijn. In de achter ons liggende decennia is er zeker sprake geweest van een opvallende mate van verdraagzaamheid, maar over een langere historische periode gerekend blijken er van tijd tot tijd heftige tegenstellingen te zijn uitgevochten, vergezeld van buitengewoon krasse taal."

 

Van Doorn gaf daarvan voorbeelden, waaronder de volgende. Toen de katholieken na de Tweede Wereldoorlog zich op politiek terrein krachtig gingen profileren, vroeg een bezonnen man als prof. G. van der Leeuw (protestants theoloog) zich af of "wij eigenlijk niet het ene totalitarisme (nazisme) verruild hebben voor het andere”. (..)

Van Doorn schreef verder:

“Spanning tussen de politieke partijen? In de jaren vijftig hadden PvdA en VVD moeite om in de zuidelijke provincies zalen te huren. Bij zijn verkiezingstournee in Limburg, in 1956, werd Willem Drees in Venlo en Roermond het spreken belemmerd en de geluidsinstallatie door jongelui vernield.
De wonderlijkste anekdotes betreffen echter een man van wie waarschijnlijk niemand die hem heeft gekend, ook maar vermoedt dat hij ooit is beschuldigd en zelfs fysiek is bedreigd: de schrijver Godfried Bomans. Ik ontleende de bijzonderheden aan een brochure van de Bomans-kenner Edward Krabbendam, 'Bomans als provo' (2005) en een artikel van zijn hand in de zojuist verschenen aflevering van Godfried, het periodiek van het Godfried Bomans Genootschap.

Samen met Simon Carmiggelt behoorde Bomans tot de populairste schrijvers in de naoorlogse periode. Zijn boeken vlogen de winkel uit, zijn columns en zijn optreden voor radio en televisie werden geprezen en zelfs zijn komische strip 'Avonturen van Pa Pinkelman' (en tante Pollewop) was een doorslaand succes. Krabbendam laat echter zien dat hij van tijd tot tijd geen blad voor de mond nam en zich met scherpe standpunten in actuele discussies mengde. Krabbendam noemt hem zelfs 'De eerste provo van Nederland'. En precies dat werd van de au fond milde auteur niet geaccepteerd.

Heel onschuldig was een sprookjesachtig verhaaltje uit 1956 waarin hij een kluizenaar ten tonele voerde die ineens besloot zijn grot te verlaten om voor mooie maaltijden en een goede sigaar te kiezen. Het katholieke dagblad voor Noord-Brabant De Stem schreef naar aanleiding hiervan dat Bomans zich schuldig had gemaakt aan 'kwetsende provocatie' omdat hij 'levensbeschouwelijke waarden (...) op wrange wijze' had bespot. Het jaar daarna zou De Stem om een ander stuk van Bomans de aanval voortzetten.
Curieuzer was een rel uit 1966. Bomans had een pamflet van communistische jongeren in handen gekregen waarin zij opriepen tot brandstichting in Amerikaanse instellingen, waarbij ook De Telegraaf werd genoemd. Toen kort daarna linkse bouwvakkers de boel bij 'De Telegraaf' kort en klein sloegen, beschuldigde Bomans niet deze mensen maar de 'raddraaiers' die tot geweld hadden opgeroepen.
De reactie was verbluffend. Hij kreeg niet alleen veel openlijke kritiek van links maar ook een dertigtal onaangename brieven waaronder doodsbedreigingen. Een paar weken politiebescherming werd raadzaam geacht. Ook dook Bomans, de vrolijke schepper van Pa Pinkelman, een tijdje onder.

Ik geef toe, het is een voetnoot bij de geschiedenis van de roerige jaren zestig. Maar wel een veelzeggende. Want hoe gespannen de verhoudingen momenteel ook zijn, er is nu bepaald meer nodig om veiligheidsmensen toegevoegd te krijgen. Blijft het algemene beeld: van een diepgewortelde verdraagzaamheid kan in ons land maar beter niet worden gesproken."

Van Doorn had zich ondermeer gebaseerd op ‘Bomans als provo’. In zijn brief van 14 juli 2006 liet hij weten dat hij deze “apologie met veel plezier gelezen” had en hij was “op grond daarvan met de strekking zonder meer eens.”

In maart 2007 ontving Van Doorn de nieuwe ‘Godfried’, het tijdschrift van het Godfried Bomans Genootschap, met daarin ‘Bomans als journalist’, deel I en II. Van Doorn schreef op 9 april, na publicatie van ‘Bomans onder politiebescherming’: “U zult gezien hebben dat ik er in Trouw meteen gebruik van heb gemaakt.”

Op het septembernummer van ‘Godfried’ van 2007, waarin ‘Bomans als onbekende’ was opgenomen, schreef Van Doorn op 3 oktober: “Met veel belangstelling en met nog meer verbazing las ik uw stuk waaruit zo overtuigend naar voren komt welke connecties er tussen Bomans en Mulisch zijn geweest en hoe, niettemin, de een wordt genegeerd en de ander heilig wordt verklaard. Een mooie bijdrage tot zin en onzin van de conventionele literatuurgeschiedenis.”

Op de laatst toegezonden ‘Godfried’ van maart 2008 kwam geen reactie meer.

 

Uit de brief van 14 juli 2006 bleek dat Van Doorn Bomans nooit ontmoet had. Wel kende hij de volgende anekdote:

“In de jaren zestig was ik enkele jaren adviseur personeelszaken van Hoogovens. Iemand vertelde mij daar dat ze een keer Bomans in de arm hadden genomen om een brochure te herschrijven. De betrokkene kreeg het verzoek naar zijn huis te komen en een afgesproken geldbedrag mee te nemen. Bomans las het maaksel door en schudde zijn hoofd: deugt niets van. Wacht u een paar uur. Hij ging zitten en schreef in korte tijd een nieuwe tekst, incasseerde het geld en zei vriendelijk gedag. Mijn zegsman: ongelooflijk wat hij op papier kreeg, trefzeker, en uiterst aansprekend. Vakwerk!”

 

Over het werk van Bomans schreef Van Doorn nog dit: “Van Bomans heb ik weinig gelezen. ‘Erik’ vond ik zeer de moeite waard en Pieter Bas is altijd een van mijn lievelingsboeken gebeleven. Ik kan er ook bij de zoveelste herlezing nog hartelijk om lachen.”

Dat Van Doorn ‘Pieter Bas’ (1937) kende, blijkt uit een commentaar van 5 november 2005 in ‘Trouw’. Tegen de gewoonte in was het een nogal jolig stuk over misdaadverslaggever Peter R. de Vries die de politiek in wilde gaan om het vaderland te redden. Flinke jongens stoere knapen gedoe. Indien verkozen, zou de Vries als een bulldozer op het Binnenhof te werk gaan, vreesde Van Doorn. Over het partijprogram van de Vries schreef hij verder:

"Jammer genoeg ontbeert de belastingparagraaf alle radicalisme. Al een eeuw geleden noemde de destijds bekende politicus Pieter Bas belastingheffing een noodlottige gedachte. Zij berust, zo vat zijn biograaf Godfried Bomans Bas’ messcherpe redenering samen, ‘op de merkwaardige mening dat men mensen geld af moet nemen. Het ware staatsmansbeleid is er juist op gericht de mensen geld in handen te geven. Indien men mij antwoordde dat ‘s lands financiën dit niet gedogen, dan zou ik antwoorden dat de financiën dan herzien moeten worden. Indien men zou opwerpen: ‘maar hoe?’, zou ik antwoorden: door op lijst 5 te stemmen’.

Peter R. de Vries had dit letterlijk kunnen overnemen, met als enig verschil: stem Peter R. de Vries."

Van Doorn was een tamelijk uitzonderlijk geval in onze tijd: hij uitte op feiten gebaseerde meningen. Zelden heb ik onjuistheden aangetroffen. In bovenstaand citaat klopt toch iets niet. Politicus Pieter Bas, die het tot minister van Onderwijs, Kunsten en Wetenschappen schopte, heeft nooit bestaan. Hij is geheel ontsproten aan de fantasie van Bomans. Van Doorn wist dat. Waarom hij Pieter Bas als een historisch figuur heeft opgevoerd - waarop niemand reageerde - is me niet bekend.

 

 

Naschrift

 

J.A.A. van Doorn werd uit Hollandse ouders op 5 maart 1925 in Maastricht geboren. In 1945 ging hij in Amsterdam sociale geografie studeren. In 1946 moest hij in dienst en werd naar Indonesië verscheept. In augustus 1948, tussen de twee Politionele Acties in, besloten Van Doorn en zijn vriend Wim Hendrix, aantekeningen te gaan maken over buitensporig geweld van Nederlandse zijde. Na terugkomst studeerde Van Doorn vlot af. Met C.J. Lammers schreef hij ‘Moderne sociologie’ (1959), wat een nieuwe benadering van dat vak inhield. Het groeide uit tot een handboek. In de jaren zestig werd hoogleraar Van Doorn grondlegger van de sociologische faculteit aan de latere Erasmus Universiteit, waar sociologie met andere vakken werd geïntegreerd. Vervolgens schrikte hij Nederland in 1970 op, samen met Wim Hendrix, met het boek Ontsporing van geweld. Daarin werd het grimmige gezicht getoond van de Politionele Acties in Indonesië, eind jaren veertig. De Indië-veteranen hadden het er erg moeilijk mee.

Naast zijn professoraat, ging Van Doorn in 1982 er wat bij doen: hij werd commentator bij NRC Handelsblad, waar hij in 1990 opstapte. Later schreef hij voor HP/De Tijd en vanaf 2001 voorzag hij Trouw van zijn wekelijkse commentaar, tot vlak voor zijn dood. Zijn stukken leverden veel waardering op én zware kritiek. Doorgeslagen links pruimde hem gedurende vele jaren niet, na 9/11 lust doorgeslagen rechts hem niet. En vorig jaar nog maakte hij zich niet populair onder historici en politiek-links met zijn studie over het Duitse socialisme, waaruit duidelijk bleek, dat Hitler tot de socialistische familie behoorde. Ondanks dit alles, wordt Van Doorn conservatief genoemd. Ik zie hem als een onafhankelijke geest die niet bereid is geweest mee te gaan met de waan van de dag.

 

  20 mei 2008