Bomans en Thijm
Bomans was een Thijm-kenner, niet alleen door de vele potjes schaak die ze gespeeld hebben, ook door diens kennis van het werk van de schrijver Alberdingk Thijm (1864-1952), beter bekend onder zijn schrijversnaam Lodewijk van Deyssel. Bomans heeft over hem verscheidene beschouwingen geschreven. De biograaf van Thijm, Harry Prick, volgens Bomans een uitnemende biograaf, hoopte vurig dat die beschouwingen in boekvorm op de markt zouden verschijnen, wat niet gebeurd is.
De bordeelscène met broodje ham waarvan sprake is, komt uit het anekdotengedeelte van een zeer fors artikel van Bomans over Thijm, dat in het najaar van 1966 in 5 afleveringen verscheen in ‘Elsevier’, met als titel Herinneringen aan Lodewijk van Deyssel.
Over de volle betrouwbaarheid van anekdoten, maakte Bomans
zich niet al te druk. Ze hoefden niet helemaal te kloppen, als ze maar de kern
raakten. Hij opperde dat Lodewijk de Veertiende wellicht nooit gezegd had: “L état
c’est moi.” Dat maakte niet veel uit want het hele leven van de Zonnekoning
kristalliseerde zich in die paar woorden uit. Bomans schreef verder: “Als hij het niet gezegd heeft, dan had hij
het moeten zeggen.”
Uit de
bordeelanekdote blijkt dat Thijm een onverstoorbaar type was. Andere anekdoten
bevestigen dat. Op een dag wandelde hij met letterkundige vrienden langs het
strand. Zij hadden voor hem een zwempak meegenomen zodat hij mee in zee kon.
Thijm weigerde. Waarom hij niet met de anderen was gaan zwemmen, gaf hij later
op een terras dit antwoord: “De vissen drinken hier ook geen koffie.”
Buiten het anekdotengedeelte van ‘Herinneringen’ staan nog meer kleine verhaaltjes. Van Bomans is de volgende afkomstig. Thijm was een beroerd schaker, Bomans won altijd. Na voor de zoveelste keer te hebben verloren, bleef Thijm “met de handen op de knieën en met neergeslagen ogen roerloos zitten. Toen sprak hij op een langzame en nadrukkelijke manier, of hij zijn woorden in een grafzerk kerfde: ‘Je kunt evengoed met een hond schaken.’ Ik zweeg”, schreef Bomans. “Wat viel daarop te zeggen? (..) Ik zei dus niets. Zo ging er een minuut voorbij. Toen zei Thijm (..): ‘Men wordt geacht dit te ontkennen.’”
Ten slotte nog een kras staaltje van de al oude baas.
Bomans schreef:
“Toen in 1943 de
helft van zijn pension op de Haarlemse Dreef door een bom werd weggeslagen en
de bewoners uit het resterende gedeelte in paniek en bovendien in pyjama de
straat opvlogen, wachtte men een kwartier lang vergeefs op dr. K.J.L.
Alberdingk Thijm. Deze verscheen ten slotte geheel gekleed in de deuropening en
baande zich minzaam groetend een weg door de ontstelde menigte, daarbij
opmerkend dat het kil was voor de tijd van het jaar.”
Aan Thijm werd in 1935 het
eredoctoraat van de Gemeentelijke Universiteit van Amsterdam uitgereikt. Bomans
tekende uit de mond van dr. Tjebbo Franken op dat Thijm na deze plechtigheid
zich met zijn vrienden wilde gaan amuseren. Een Amsterdams advocaat meende te
weten wat die woorden betekenden en bracht Thijm, Boutens, en Franken naar een
bordeel. Met een geheel blote dame op zijn knie, bestelde de 71-jarige Thijm
drie broodjes ham, menend te verkeren in een ruimte die daartoe bestemd was.
De eerder genoemde Harry Prick
geloofde geen snars van dit verhaal. Gelet op voorgaande anekdoten, waarin
Thijm onverstoorbaar blijkt te zijn geweest, koop ik het verhaal zo, maar de
dames zullen wel een broekje aan hebben gehad.
Edward Krabbendam
3 juni 2008
Fotoverantwoording
Thijm en Bomans aan de schaak,
1947, uit ‘Herinneringen aan Godfried Bomans’
Naschrift
Bovenstaand stuk is een reactie op ons nieuwsbericht van 3 juni 2008. Voor de volledigheid wordt dat hieronder weergegeven.
“’Artistiek Bureau’ is een letterkundig magazijn. De directeur bericht over incourante boeken en niet in zwang zijnde schrijvers. De stofjas schrijft vaak over literaire verjaardagen.” Zo luidt de omschrijving van het Bureau op Internet. De site is verzorgd en komt elke dag met een bericht, onder meer over Alfred Kossmann, Tom Lanoye en Gerrit Achterberg. Op 27 mei 2008 werd het volgende bericht opgenomen:
Van Deyssel in een bordeel
Op 27 mei 1935, vandaag 73 jaar geleden, werden Lodewijk van Deyssel en Willem
Kloos door de senaat van de Universiteit van Amsterdam bevorderd tot doctor
honoris causa. (..) Na afloop van de plechtigheid zou Van Deyssel hebben gezegd:
'Thans, vrienden, gaan wij ons vertreden', om vervolgens met P.C. Boutens
en Tjebbo Franken in een bordeel te belanden.
Godfried Bomans schrijft hierover: 'Hier [in het bordeel] ontwikkelde zich
tussen Boutens, Thijm en Franken een dispuut over de invloed van Plato op
het christelijk denken en zie, halverwege deze gedachtenwisseling traden drie
geheel ontklede dames naar binnen, waardoor de bedoeling der lokaliteit de
inzittenden op versante wijze duidelijk werd. Eén zette zich op de
knie van Thijm en nam hem alvast de baret van het hoofd, die de zojuist gepromoveerde
nog immer droeg. Wie nu denken mocht dat Thijm door deze ontwikkeling der
gebeurtenissen overrompeld zou zijn, vergist zich. Hij hield vast aan de oorspronkelijk
door hem vermoede bestemming van het vertrek, namelijk een ruimte waarin men
verversingen bestelt en sprak, het gesprek een ogenblik onderbrekend maar
daarna onmiddellijk weer hervattend: "Dank u, juffrouw, drie broodjes
met ham."
Harry Prick geloofde geen snars van dit verhaal. Geef hem eens ongelijk.
Het was mogelijk hierop te reageren maar dan moest men blogger zijn, vandaar dat de reactie nu als 1000-pootje in deze site is opgenomen.