Bomans en Blokker
![]() |
Jan Blokker (1927) heeft op 24 januari 2007 de Machiavelliprijs ontvangen. De jury noemde hem 'De koning der columnisten' en 'luis in de pels van politiek en media', waarbij hij rake klappen uitdeelde onder journalisten, politici, onderwijzers, psychologen en anderen. Zij schreef verder: 'Keer op keer toont Jan Blokker het belang om gebeurtenissen in hun historische context te plaatsen. Een reflex die weldadig aandoet in een tijd waarin historisch besef een steeds schaarser goed dreigt te worden.' |
Eind jaren '60 kwam Blokker bij 'de Volkskrant'. René Zwaap schreef in 'De
Groene Amsterdammer' (16-10-'96) daarover: 'Sinds 1968 fungeerde hij als het
dagelijks contragewicht van de Sturm und Drang die ten burele van de revolutionaire
Volkskrant was opgestoken (..).'
Als abonnee vond ik het een prima krant en ik voelde me thuis bij dat progressieve
gedoe maar de column van Blokker las ik wel het eerst. Hij was altijd bereid
de vinger op de zere plek te leggen, schreef helder en vaak hilarisch. Ik heb
zelfs nog boekjes met zijn verzamelde columns zoals 'Ben ik (eigenlijk) wel
links genoeg?' uit 1974. Na twintig jaar hield ik zijn krant voor gezien. Toch
lees ik sinds kort weer columns en boekenrecensies van Blokker, nu hij vorig
jaar bij 'de Volkskrant' vertrok en voor 'NRC Handelsblad' en nrc.next is gaan
schrijven.
Godfried Bomans had in het laatste jaar van de Duitse bezetting contact met mensen die na de bevrijding een weekblad wilden laten verschijnen. 'Elseviers Weekblad' kwam in het najaar van 1945 op de markt en werd een groot succes. Bomans bleef zijn hele leven aan dat blad verbonden. Hij had in die tijd ook contact met Joop Lücker en professor Romme om 'de Volkskrant' nieuw leven in te blazen. Op 8 mei 1945 rolde het eerste exemplaar van de pers. De krant groeide als kool. Al snel begon Bomans aan series stripverhalen met Pa Pinkelman en tante Pollewop in de hoofdrol, samen met de jongens Kareltje Flens en negertje Flop. Die fantasievolle en humoristische series waren meer dan leuk, doordat Bomans de werkelijkheid van die dagen erin vervlocht, zoals de dreiging van een kernoorlog en de dekolonisatie van Nederlands-Indië. Niet iedereen was daar even blij mee. Bij 'de Volkskrant' kwamen brieven binnen dat Bomans met Pinkelman de krant bezoedelde en er stak een regelrechte volkswoede op, toen er in het verhaal met poffertjes gesmeten werd, nadat veel Nederlanders net van de hongerwinter waren bekomen. Vooral in de jaren '50 en begin jaren '60 schreef Bomans heel wat tegendraadse stukken op de voorpagina. Zo was hij tegen kernwapens, tegen katholieke autoriteiten die een anti-semitisch boekje in stand hielden en tegen Nederlanders die Hitler-methoden toejuichten. Leden van het conservatieve deel van de katholieke kerk waren ook niet blij met hem. Bomans werd beschuldigd van 'kwetsende provocatie' en bespotting van de godsdienst. In 1960 verscheen een boekje met columns die in 'de Volkskrant' hadden gestaan. Bomans had er veertig geschrapt omdat hij niet nog meer mensen kwaad wilde maken. Een paar jaar later schreef hij, afgaande op reacties op zijn columns, dat een groot deel der Nederlanders bijzonder prikkelbaar gestemd was. In de jaren zestig werd dat alleen maar erger. Bomans liet zich niet meeslepen, hij nam juist afstand. Hij had genoeg stof doen opwaaien. In 1966 liet hij nog eens krachtig van hem horen, nadat linkse bouwvakkers in het kantoor van 'De Telegraaf' de boel kort en klein hadden geslagen. In het stuk 'De raddraaiers' stelde hij vooral de mensen die tot die daden hadden opgeroepen verantwoordelijk: Rode Jeugd, een marxistisch-leninistische groepering. Bomans ontving vele brieven met ondermeer doodsbedreigingen en dook een tijdje onder. Intellectueel links, onder aanvoering van Harry Mulisch, viel ook over hem heen. Werd Bomans voorheen krachtig gesteund, nu stond hij vrijwel alleen omdat de redactie van 'de Volkskrant' danig was veranderd. Hoofdredacteur Lücker was weg en sinds 1965 was het geen katholieke krant meer. Jeugdige journalisten vol vernieuwingsdrang en linkse ideeën gingen de redactielokalen innemen. Bomans, jarenlang de grote meneer van 'de Volkskrant' zat op een schopstoel. Jan Blokker is te zien als zijn opvolger.
De meeste stukken die Bomans voor 'de Volkskrant' schreef, zijn terechtgekomen
in verzamelbundel Werken deel IV. Dat is een zeer dik boek, het formaat van
de bladzijden is fors en het lettertype is klein. Op 14 november 1997 schreef
Blokker daarover een recensie die meer licht wierp op het vertrek van Bomans
bij de krant. Blokker wees erop dat Bomans zowel voor 'de Volkskrant' als 'Elseviers
Weekblad' had geschreven. Dat waren in de jaren zestig 'verklaarde bolwerken
tegen de vernieuwing.' Ook schreef hij dat Bomans zich nooit 'expliciet als
een 'conservatief' heeft laten kennen (..). Maar hij bevond zich in het verkeerde
kamp.' Blokker noemde Bomans geen conservatief terwijl vrijwel iedereen 'weet'
dat hij zo was, zeer conservatief zelfs, ja, zo rechts als de pest. Maar Bomans
zat gewoon in het verkeerde kamp.
Daardoor deugde hij niet. Het lag dus niet aan wát hij schreef maar wáár hij
schreef. Blokker vervolgde met: 'Jonge Volkskrant-redacteuren (..) bestempelen
hem in 1968 in een memo aan de hoofdredactie als 'een valse vlag op de zaterdagse
lading van de krant' en zetten daarmee het einde in van een bijna 25-jarig medewerkerschap.
De krant heeft zichzelf inmiddels ontzuild, en wil geen eer meer inleggen met
het boegbeeld van een vorige generatie. (..) Op 16 augustus 1969 verschijnt
Bomans voor de laatste keer op de voorpagina van de zaterdageditie. Het onderwerp
is - toeval? - Napoleon. (..) Het afscheid heeft zich voltrokken met stille
trom', schreef Blokker. 'Zonder aankondiging ontbreekt de ooit zo gevierde columnist
wekenlang op zijn vaste plek. Pas in oktober staat daar een klein kadertje.
'Na vele jaren vrijwel wekelijks op deze pagina een column te hebben geschreven',
meldt de hoofdredactie, 'heeft Godfried Bomans de wens te kennen gegeven zijn
zo gewaardeerde reeks kronieken voorlopig te onderbreken.
' Zou het?', besloot Blokker zijn recensie. 'Was het zijn wens geweest? En geloofde
iemand dat de afwezigheid van 'voorlopige' aard zou zijn?'
Edward Krabbendam
Naschrift: Dit is een sterk verkorte versie van een artikel over Bomans en ‘de Volkskrant’ dat in het maartnummer 2007 van 'Godfried', het tijdschrift van het Godfried Bomans Genootschap, is gepubliceerd.