Bomans en Elsevier
Op 14 april 1960 stond het stuk 'Een geboren verteller' in 'de Volkskrant'.
Bomans eerde daarin zijn overleden collega Piet Bakker als groot verteller en
als beste verslaggever van de gehele staf. Bomans gaf ook te kennen dat hij
het vrijwel altijd met hem oneens was. Over het beëindigen van dergelijk gesprekken
schreef Bomans. 'Hij gaf mij dan een stomp, ontkurkte een fles en begon over
iets anders' (Werken IV, p. 340).
In dat stuk komen ook de eerste redactievergaderingen uit 1944 aan de orde.
Bomans schreef: 'Piet Bakker behoorde tot het kleine groepje mannen, dat midden
in de bezetting de oprichting van Elseviers Weekblad heeft voorbereid. Het was
een vreemd gezelschap, dat ongeveer wekelijks bijeenkwam en ik heb mij dikwijls
afgevraagd, als ik de kring rondkeek, hoe uit dit zonderling samenraapsel van
totaal verschillende geesten ooit iets groeien kon, dat op een homogene redactie
leek. Dit is dan ook niet gebeurd. De kracht van het blad school juist in de
onmogelijkheid hiervan' (p. 339). In 1965 ging Bomans een stapje verder en vertelde
dit: 'Ik had wèl de indruk dat ze allemaal lichtelijk krankzinnig waren. Dat
moet je ook zijn. Ik dacht, ik ben terecht gekomen in een gekkenhuis van heel
hoog niveau met uiterst begaafde patiënten' (Werken V, p. 6).
Dit zonderlinge samenraapsel wist na de bezetting een weekblad van de grond
te krijgen dat een onstuimige groei tegemoet ging. In vier jaar tijd bedroeg
de oplage 120.000.
De bijdrage die Bomans aan het eerste nummer van 'Elseviers Weekblad' leverde,
was een verslag van een gesprek met de schrijver Lodewijk van Deyssel (Dr. K.J.L
Alberdingk Thijm, 1864-1952). Dat was voor Bomans geen onbekende. Vier jaar
eerder had hij met de toen al bejaarde Van Deyssel kennis gemaakt. Ze voerden
regelmatig gesprekken en speelden een partijtje schaak. Van Deyssel was de laatste
vertegenwoordiger van een groep letterkundigen die bekend stond als 'de Tachtigers'.
Enige jaren later zette Bomans het hele land op zijn kop. Daarbij liet hij de
vensters op het Binnenhof rinkelen, de brievenbus van 'Elseviers Weekblad' overstromen
en de oplagecijfers stijgen. In een serie artikelen zette hij uiteen waarom
het onderwijssysteem een schandalige en dwaze tirannie was. Leerlingen werden
veel te zwaar belast en het praktisch nut van al hun gezwoeg was gering. Hoewel
Bomans bijna uitsluitend bijval kreeg, twijfelde hij danig aan het nut van zijn
'schoolstrijd', omdat er niets 'zo conservatief (was) als het onderwijs' (Supplement
Werken V, p. 30).
Bomans heeft in de loop der jaren vele beschouwende en essayistische stukken
geschreven over Dickens, Goethe, Andersen en de Tachtigers. Voorts sneed hij
graag historische onderwerpen aan evenals zaken, die belangrijk waren in het
gewone leven zoals kerstmis en voetbal. Zijn verblijf in Rome (1953-1954) leverde
een groot aantal artikelen op. Voorts trok hij er vele malen als journalist
op uit om meer te weten te komen van bijvoorbeeld Japan, Vlaanderen, politieke
partijen en belangrijke figuren op het gebied van cultuur en geloof. Zijn laatste
bijdrage aan 'Elseviers Weekblad' was een fors interview met een nog steeds
zeer herkenbare Johan Cruijff. Bomans was een groot liefhebber van voetbal en
begon dat artikel met: 'Johann Cruijff doet in zoverre aan een engel denken
dat ook een engel niet aan de zwaartekracht onderhevig is (..). De bekoring
van Cruijff zit nu hier in dat men plotseling in een elftal krombenige kluitenjongens
een balletdanser ziet verschijnen, die tussen al die hollende en trappende lijven
gewichtloos voortzweeft en iets met de bal doet dat niemand meer kan volgen
en gewoonlijk in het doel eindigt' (Werken V, p. 839). Dit was te lezen in 'Elseviers
Weekblad' van 25 december 1971. Een dag eerder was Bomans onder grote belangstelling
begraven.
Edward Krabbendam
Naschrift: Dit is een verkorte versie van een artikel over Bomans bij
'Elseviers Weekblad' dat in het maartnummer 2007 van 'Godfried', het tijdschrift
van het Godfried Bomans Genootschap, is gepubliceerd.