Bomans Banden Door Cees van Hoore

HAARLEM - Als aanvulling op de door Freek van Leeuwen gepubliceerde Bomans-wandelgids komt het Godfried Bomans Genootschap nu met 'Bomans' Banden', aan aanvulling daarop. In het gidsje, dat als nieuwjaarsgeschenk is bedoeld voor de leden, worden de plaatsen beschreven waarmee de schrijver iets had en die 'buiten de muren van het oude Haarlem' op banden te bereiken zijn.

De rit, die door het genootschap vorig jaar in april werd gemaakt, begint bij het station in Haarlem. Aan die plek wordt meteen een aardige anekdote vastgeknoopt. Mulisch woonde in het begin van de jaren vijftig aan het Staten Bolwerk, vlakbij het station.

Toen Godfried hem niet thuis aantrof liet hij hem op datzelfde station omroepen. Hebben we eenmaal de spoorwegen achter ons gelaten, dan is de eerstvolgende stop Hotel Lion d'Or aan de Kruisweg. Daar overhandigde Bomans in 1944 een stuk zeep aan Lodewijk van Deyssel, die er zijn tachtigste verjaardag vierde. Toen Mari Andriessen ook met een stuk zeep kwam aanzetten, antwoordde de loensende literator: 'De heren willen mij, geloof ik, om zeep helpen.


En dan voert de pelgrimage ons naar het eerste woonhuis van Godfried Bomans, dat aan de Parklaan is. Het wordt door de auteur beschreven als 'een van die koele, bijna protestantse huizen, die daar nog steeds een lichte schrik verspreiden.' Aan zo'n prachtige zin zie je onmiddellijk weer wat wij in veel van de literatuur van de laatste tijd missen. Het wordt tijd voor een landelijke herwaardering van deze bijzondere schrijver uit Haarlem. We slaan een paar haltes in de gids over en arriveren bij het Lorentzplein.

Op nummer 6 van dit plein woonde Tjebbo Franken, huisarts, schrijver en lid van de sociëteit Teisterbant. Bomans noteerde over hem: Hij 'leefde' zijn romans en gedichten. Wie hem, altijd zonder jas en met de onafscheidelijke fluwelen hoed op zijn lange witte haren, door Haarlem heeft zien lopen, begrijpt wat ik bedoel. Hij kon de poëzie niet objectiveren omdat hijzelf poëtisch was. Tjebbo vertegenwoordigde in zijn persoon de eigenaardige romantiek, die hij had willen schrijven, hij was het sonnet, dat op papier maar niet lukken mocht. Via de Spanjaardslaan gaat het naar Heemstede. En passant wordt in het gidsje de 'Ballade van de Spanjaardlaan' van Lennaert Nijgh aangehaald. Toen de driehonderd jaar oude linden moesten verdwijnen voor het verkeer, schreef hij: 'Hoge bomen, waar de wind/als een muzikant in speelde,/Liedjes enkel voor een kind/dat zich alles kon verbeelden/ en nog ongehinderd sprak/met de dieren en de dwergen./hoge bomen als een dak,/om de wereld te verbergen'. Het wordt, als je dit vers leest, zaak om het wat serieuzere, poëtische werk van Nijgh te gaan bundelen. Misschien dat de hoogneuzige titeratuur hem dan alsnog de plaats geeft, die hem toekomt.

Natuurlijk wordt de laatste rustplaats van Bomans bezocht: het St. Adelbertskerkhof bij het Landgoed Schapenduinen. Ook Louis Ferron ligt daar nu, al moet hij nog steeds een beetje wennen. Fred Berendse, de maker van het leuke gidsje, waarschuwt dat er tijdelijke verkeerswijzigingen kunnen zijn. Maar een kaart meenemen, nee, dat hoeft niet. Hij citeert Bomans: 'De kwestie is niet waar u 's avonds aankomt, maar waar u overdag langsrijdt.' Mooi boekje. Jammer dat het niet in de handel is.

Bij dit artikel is een grote foto afgedrukt, die Bomans laat zien tijdens een snorrenplakwedstrijd. Er staan verder nog twee dames een een man op. De dame aan de linkerkant van de foto heeft een bandje om haar arm waar E H B O + B.S.O. op staat vermeld. Deze foto is van ARTICAPRESS HAARLEM.

Zie ook 'Bomans Plekken'.