|
|
![]() |
| Verslag van 'Godfried' van maart 2010 Deze voorjaarseditie is blijkens het voorwoord van de voorzitter, een “nogal katholiek nummer” geworden. Fred Berendse geeft een korte inhoudsopgave en betreurt het vertrek van Jan Henry, na dertig jaar trouwe dienst als redactiesecretaris, in welke functie hij ook zorg droeg voor publicatie van ‘Godfried.’ Er wordt een opvolger gezocht, net als vrijwilligers die willen meewerken aan activiteiten rond de 100ste geboortedag van Bomans, op 2 maart 1913. In ‘Het geheugen van de lage landen’ gaat het om wie en wat Holland en Vlaanderen bindt. Bomans was zo iemand. Gé Vaartjes schreef voor dat boek een stuk dat nu in ‘Godfried’ is opgenomen onder de titel Chroniqueur van het kenterende katholicisme. Vaartjes noemt Bomans een charismatisch auteur met veel tegenstrijdige eigenschappen, die ambivalent ten opzichte van de katholieke kerk stond. Vaartjes gaat verder in op Bomans als tv-ster, het Grand Gala du Disque van 1963 en meer. Bomans wilde “domineren, regisseren, lief en leuk gevonden worden.” Guido Verschaeren nam 10 citaten uit sprookjes en verhalen en legde aan de gevorderden in Bomans de vraag voor, waar de vindplaatsen waren. De antwoorden staan op de laatste bladzijde. Fred Berendse schrijft over de najaarsbijeenkomst van 2009, waar 3 verrassingen zich aandienden: de aankondiging van de Bomanstentoonstelling in Haarlem komende zomer, het luisterboek met 50 radiocolumns van Bomans op 6 cd’s en de aanwezigheid van Pim Oosterheert, kenner van het werk van Marten Toonder. Jeroen Aarten deed verslag van Oosterheerts lezing. De kop luidt: “Toonder en Bomans bleven zich voortdurend verwonderen. Dat is de basis voor hun unieke kijk op de wereld.” Ook in andere opzichten bleken Bomans en Toonder overeenkomsten te hebben, zoals het spirituele en de verbeeldingskracht. Pater Jan van Kilsdonk hield in november 1987 een voordracht voor het Godfried Bomans Genootschap die nu voor het eerst is gepubliceerd. Van Kilsdonk las altijd de stukken van Bomans in ‘de Volkskrant’ en genoot ervan. Hij ontmoette Bomans rond 1950 in de katholieke academische kring in Haarlem. Henri Bouchette was geen lid maar beschikte over een grote kennis van de katholieke kerk (en reformatorische) en schreef daarover twee boeken, die goed waren maar ondermeer in de toen nog katholieke ‘Volkskrant’ werd gekraakt. Bomans had sympathie voor Bouchette en kwam in dat kader driemaal bij Van Kilsdonk op bezoek. In zijn lezing, ging van Kilsdonk nog kort in op het tv-gesprek tussen hem en Bomans in 1969. Frank van der Voordt geeft nadere informatie over Van Kilsdonk en Bouchette, en hij leidt ‘Lastige jongens’ in, een stuk van Bomans dat alleen gepubliceerd is in ‘de Volkskrant’ van 27 april 1960. Bouchette was voorstander van eenheid onder christenen en betoogde dat het Vaticaan dat vrijwel onmogelijk maakte. Zijn stuk werd afgekraakt ondermeer door fout te citeren en maar wat te verzinnen, wat Bomans aantoonde. Bunga! Bunga! Is de titel van een bijdrage van Fred Berendse. Bomans en zijn broer Jan deden zich in 1937 voor als een exotisch vorst en dienaar die bij Vroom & Dreesmann tapijten gingen keuren. Mogelijk hadden zij dit idee ontleend aan het boek de Kroonprins van Dzibouti. Dat boek is weer gebaseerd op een poets van een groep pacifisten die in 1910 aan boord gingen van een groot Brits oorlogsschip, vermomd als keizer van Abessinië en zijn gevolg. Jan Henry schreef ‘Wie schetst mijn verbazing’. Daaruit blijkt dat ‘Het doodshemdje’ niet van Bomans is, ook niet geënt is op ‘Het kind in het graf’ van Andersen maar een vertelling is van Grimm. Bomans had dit sprookje rond 1933 overgeschreven. Dat is later aangezien als deel van zijn oeuvre en vandaar opgenomen in de verzamelbundel Werken. Fred Berendse verhaalt, dat Bomans ere-president van de Haarlemse sociëteit Martinique is geweest, dat in 1966 werd opgericht en aan cultuur deed. Bomans werd gevraagd een avond te verzorgen. Hij had geen zin, wel in de titel van ere-voorzitter. In ruim drie jaar tijd verscheen hij eenmaal. Naar Bomans is een ruimterotsje vernoemd. Hierover is een bericht uit de Volkskrant overgenomen. In de nieuwsflitsen van september 2009 tot februari 2010 zijn door ondergetekende berichten opgenomen uit de nieuwsrubriek op de site van het Genootschap. Aandacht ging onder andere(n) uit naar Eric Borrias die ‘Erik’ op het toneel speelt; de heropening van Teisterbant; de zus van Bomans (zuster Borromée) als honderdjarige; de reeks Geloof in Nederland waarin Bomans - volgens Jos Palm de grafdelver van het roomse - tegen de oorspronkelijke opzet, ontbrak; de uitgave van ‘Het geheugen van de lage landen’, waaraan Gé Vaartjes zijn medewerking verleende, zoals gemeld; de uitgave van ‘Drukke tijden’ met 25 artikelen over Bomans van de hand van Jac Aarts; het overlijden van Marcus Bakker, voor wie Bomans als spreker waardering had, en de bekendmaking van drie nieuwe 1000-pootjes van ondergetekende op de site van het Genootschap, te weten: Bomans en Mies Bouwman, Bomans en de Baron von Münchhausen en Bomans en het Grand Gala du Disque. Edward Krabbendam 19 maart 2010 |
Verslag van ‘Godfried’ van september 2010 In het ‘Voorwoord’ merkt voorzitter Fred Berendse op dat Bomans zo veelzijdig was dat de vele etiketten die hem zijn opgeplakt, ontoereikend zijn om de lading te dekken. Die veelzijdigheid kenmerkt ook de nieuwe editie van ‘Godfried’, naar medewerkers en inhoud. Berendse stipt de inhoud aan en bedankt Jan Henry, die vanaf 1980 verbonden is geweest aan de redactie [en sinds 1984 het blad runde, gaandeweg met steeds minder hulp, op den duur als enig redactielid]. De nieuwe redacteur is Piet de Jong. * Berendse schreef ook ‘Levenskunstenaar Bomans’, naar aanleiding van de Bomanstentoonstelling in ‘De Hallen’ in Haarlem van de afgelopen zomer, die op 19 juni feestelijk werd geopend. Antoon Erftemeijer sprak de 300 aanwezigen toe waarna Reinier Bulder als Bomans verscheen en Gé Vaartjes namens Michel van der Plas sprak. In de ‘Vleeshal’ was beeldend werk van vrienden van Bomans opgesteld: van Mari Andriessen, Anton Heyboer, Kees Verwey e.a.. Verder waren er portretten van o.a. Bomans, Beets, van Deyssel en Prenen. Ook waren er illustraties uit boeken van Bomans, gemaakt door onder anderen Harry Prenen, Karel Thole en Rien Poortvliet. Verder waren oude televisiebeelden te zien, zoals Bomans met Mies Bouwman in 1966 en diverse attributen die van Bomans waren geweest, zoals zijn schaakbord en typemachine. Bij de tentoonstelling is een prachtige catalogus uitgebracht met als titel: Godfried Bomans – schrijver tussen kunstenaars. * ‘Gé Vaartjes gaat beginnen’ is de opgewekte titel waarmee Jan Henry zijn bijdrage begint. Henry was in juni in de Universiteit van Leiden aanwezig, waar Vaartjes promoveerde tot doctor in de geesteswetenschappen (voorheen literatuurwetenschap). Vaartjes’ proefschrift over Top Naeff draagt de titel ‘Rebel & Dame’ en viel bij Henry zeer in de smaak. Meer goed nieuws is de verklaring van Vaartjes, dat nu niets hem meer belet om “met frisse moed aan de biografie van Godfried Bomans te (gaan) beginnen.” * Met het oog op de 100ste geboortedag van Bomans in 2013 heeft het bestuur een lijst van 36 suggesties opgesteld om dat te gaan vieren, variërend van een excursie naar Rottumerplaat, Dries van Agt als spreker uit te nodigen tot aan een nieuw boek over Bomans. Het bestuur zal zich beraden. * Guido Verschaeren presenteert deel 2 van ‘Bomans voor gevorderden’, met 10 citaten uit het werk van Bomans. Wie kan ze thuisbrengen? Achterin staan de antwoorden afgedrukt. * ‘Godfried Bomans, humoristisch en gecompliceerd’ is een interview van Jury Smit met Vic Roothaan. Roothaan is familie van de jezuïet Johannes (Jan) Roothaan (zie verder) en was, hoewel nog tiener, enige tijd met Bomans bevriend. Het ging Bomans in eerste instantie om een zeer aantrekkelijk nicht van Roothaan, Ella Jansen, waarmee hij een relatie kreeg die niet tot wasdom is gekomen. Roothaan ontmoette Bomans in 1937. Hij vond Bomans een vriendelijke en gezellige man, die de wereld niet helemaal accepteerde en ook niet helemaal serieus nam. Vandaar zijn grapjes. In 1940 verloren ze elkaar uit het oog. Zo’n 15 jaar later reed Roothaan op een bloedhete dag met de auto naar Haarlem en belde bij Bomans aan. Het duurde even. Toen verscheen hij op het balkon en zei dat zijn vrouw naar het strand was en hij in bad lag. Na een kort gesprek zei Bomans weer in bad te gaan ter verkoeling. Daarna hebben ze elkaar nooit meer gezien. * Jan Henry bracht in het voorjaar een bezoek aan het verbouwde ‘Letterkundig Museum’. Hij zag ondermeer de schrijversportretten van de 100 grote Nederlandstalige schrijvers behalve dat van Bomans, omdat dat al in Haarlem logeerde voor de tentoonstelling. Verder was het een lust voor het oog. * Paul Prenen is pianist en zoon van Harry Prenen, met wie Bomans levenslang bevriend is geweest. Voor Paul Prenen was Bomans ‘Oom Godfried’. Hij zag Bomans als een uitzonderlijk aardig mens die kinderen serieus nam, die naar hen kon luisteren. Verder vertelde hij sprookjes en speelde tafeltennis. Paul Prenen besloot zijn bijdrage met: “Als je bij hem was werd je verrast door zijn inzicht, door zijn humor maar bovenal werd je verwarmd omdat daar iemand zat die echt in je geïnteresseerd was.” * De meester zelf komt ook aan het woord, in ‘Rondgang door Rijksmuseum’, een hilarisch stuk uit ‘de Volkskrant’ van 24 juli 1945 dat niet eerder herdrukt is. Het gaat over Han van Meegeren (1889-1947), een kunstschilder die werken van onder anderen Vermeer vervalste, zoals de ‘Emmausgangers’. Door kunstkenners werden ze tot in 1945 voor echte Vermeers gehouden. Bomans speelde daar op in. Hij schreef dat hij met een bevriend professor, een internationaal vermaarde kunstkenner, een kijkje was gaan nemen in het ‘Rijksmuseum’. Reeds bij binnenkomst zei de portier: “Alles vals.” Ook de suppoosten dachten zo, velen al langere tijd. Een van hen rukte een beroemd stilleven van de muur, gooide het op de grond en ging er op staan dansen, “waardeloos geknoei” roepend. Ook de Venus van Holbein lag in puin, want een “erbarmelijke copie.” Onder het gesprek draaide een andere suppoost de kop van een beeldje af. Toen Bomans en de professor de Rembrandt-zaal betraden, werd daar juist de ‘Nachtwacht’ opgerold en door het raam naar buiten gegooid. De directeur was diep bedroefd en bekende dat slechts twee werken niet vals waren. Met z’n drieën gingen ze naar de zaal waar de twee Van Meegerens hingen. De kunstkenner keek aandachtig en zei toen dat het vervalsingen waren. De directeur verstijfde en stamelde: “Maar er staat J. v. M.” Dat is juist, zei de kunstkenner, “en daarom is het een Johannes VerMeer.” * Bomans heeft een essay over sprookjes geschreven dat als boekje op de markt kwam, onder de titel ‘Moeder de Gans’. Frank van der Voordt schrijft dat Bomans dit boekje had willen opdragen aan Antoon Coolen. Uitgever Dekker & v.d. Vegt weigerde dat, waardoor ‘Opgedragen aan: Anton van Duinkerken’ werd afgedrukt. Dat vond Bomans ook goed want de schrijver Van Duinkerken behoorde tot zijn vriendenkring. Bovendien dacht hij dat de voornamen identiek waren waardoor hij toch ten dele zijn zin kreeg. * Fred Berendse maakte een overzicht van datum en plaats van de halfjaarlijkse bijeenkomsten van de leden van het Godfried Bomans Genootschap, vanaf juni 1972 tot en met april 2010. Tevens zijn de activiteiten tijdens die bijeenkomsten opgetekend. Dit overzicht staat ook op deze site. * Bomans maakte geregeld wandelingen door Haarlem. De Haarlemse dichter en journalist Nuel Gieles zag als kind hem door de straten gaan. In de zomer van 1978 maakte hij daarover een sonnet dat is afgedrukt. * Frank Heinen ontving vorig jaar de Hard Gras Prijs voor sportjournalistiek. In februari publiceerde ‘Hard Gras’ - het voetbaltijdschrift voor lezers – een stuk van zijn hand met als titel ‘Godfried Bomans heeft gevoetbald’. Dat is nu in zijn geheel in ‘Godfried’ afgedrukt. Bomans heeft inderdaad gevoetbald. Met dit gegeven is Heinen magisch-realistisch aan de slag gegaan. Heer Bol, bestuurslid van de voetbalclub Alliance, belt bij Bomans aan. Een veertiger met smeulende pijp in de hand doet open. Bol vraagt om de jonge Bomans die bij de voetbalclub is aangemeld. Hij komt hem ophalen voor zijn eerste wedstrijd. De veertiger blijkt tevens de 15-jarige te zijn. Even later gaan ze op weg naar het voetbalveld. Het gesprek gaat ondermeer over sterspeler Rekelbast, iemand die niet loopt te eieren op het veld en eenmaal zo hard uithaalde dat de doellat versplinterde. Hoewel een stoere stronk, doet hij ‘in zoverre aan een engel denken dat ook een engel niet aan de zwaartekracht onderhevig is.’ In het 7 pagina’s tellende stuk dat een ode is aan Bomans, komen verder namen voor als Pinksterblom, Pinkelman, Karel Flens en Clifford. * Jac Aarts geeft de stand van zaken aangaande zijn derde boek over Bomans. ‘Drukke lezers’ zal gaan bestaan uit bijdragen van 18 personen die lezers waren van de ‘Bomanskrant’ op internet. Het wordt een print on demand boek. * In de ‘Nieuwsflitsen van februari tot augustus 2010’ zijn door ondergetekende berichten opgenomen uit de nieuwsrubriek op de site van het Genootschap. Aandacht gaat onder andere(n) uit naar Frank Heinen, L.H. Wiener, het vernieuwde Letterkundig Museum, Kees Fens, de in maart overleden politicus Hans van Mierlo, Rik Torfs die de Vlaamse politiek is ingegaan, de promotie van Gé Vaartjes, Abe Lenstra, de Bomanstentoonstelling in Haarlem en de in juli overleden columnist Jan Blokker, de opvolger van Bomans bij ‘de Volkskrant’. Voorts werden 7 nieuwe 1000-pootjes van ondergetekende geïntroduceerd, die het afgelopen halfjaar op de site van het Genootschap zijn verschenen, te weten: Bomans en Herman van Run, Bomans en Charles Dickens, Bomans en de Dickens Fellowship deel I en II, Bomans en Goethe en Bomans en Rome deel I en II. * Pater Marc Lindeijer (jezuïet) is in februari dit jaar in Nijmegen gepromoveerd tot doctor in de theologie. De titel van zijn proefschrift luidt: ‘Pater Ligthart en de zaak Roothaan’. Harry Broshuis zet deze zaak uiteen. Pater Cor Ligthart voerde langdurig campagne om de Amsterdammer Jan Philip Roothaan (1785-1853) zalig te laten verklaren. In 1968 stopte hij daarmee; de zaligverklaring zat er niet meer in. De naam Bomans komt op 24 van de 660 tellende bladzijden van het proefschrift voor. Broshuis belicht diverse aspecten en besluit met: “Uit dit alles moge blijken, dat Marc Lindeijer grote waarde heeft gehecht aan de mening van Godfried Bomans bij zijn onderzoek naar de zaak Roothaan.” In het verslag van ‘Godfried’ van maart 2009 komt Marc Lindeijer ook al aan de orde.
Edward Krabbendam
17 september 2010 |