2004
Verslag van ‘Godfried’ van maart 2004

Voorzitter Fred Berendse opende deze editie met een felicitatiebrief aan het dertigjarige genootschap. Hij riep het prille begin in herinnering. Onder voorzitter Koekebakker kwam in 1974 het eerste ‘Bomans-bulletin’ uit, ondermeer bestemd voor verslagen van bijeenkomsten, boekbesprekingen, kritieken, bijdragen van leden en interviews. Daaraan voldoet dit nummer van ‘Godfried’ ruimschoots. Lezingen van Gé Vaartjes en Henk van Gelder zijn weergegeven, Jac Aarts voorzag dit nummer van nieuwsfeiten van het laatste half jaar, Govert Henri van Marselis Hartsinck gaf zijn herinneringen aan Bomans weer, er is een briefwisseling van Cees van den Berg en Peter Kraak en de voorzitter onthulde het geheim van het motto van Leonardo da Vinci waarmee ‘Erik’ opent. Berendse schreef verder:

“Maar hoewel dit nummer er wezen mag, ziet Edward Krabbendam voor de Godfried toch een probleem: “Hoe blijft het interessant nu Godfried steeds langer dood is en de leden van het genootschap er ook niet jonger op worden?” Hij stelt voor een nieuwe rubriek te starten met de titel ‘Daarom was Bomans groot’ en hij geeft meteen het goede voorbeeld door zelf een stuk te produceren. Moge zijn voorbeeld navolging krijgen, zodat jij (het tijdschrift) tot op hoge leeftijd nog aantrekkelijk zult zijn.”

*

Op 8 november 2003 kwamen de leden van het Genootschap bijeen. Daar gaven twee biografen een lezing die in ‘Godfried’ zijn afgedrukt. Neerlandicus Gé Vaartjes heeft een biografie over Herman de Man geschreven en legt de laatste hand aan de levensbeschrijving van Top Naeff. Journalist Henk van Gelder heeft een biografie geschreven over Simon Carmiggelt.

Gé Vaartjes zette zijn ideeën omtrent de komende biografie over Bomans helder uiteen en ging in op kritiekpunten. Was een biografie nou wel nodig, want er was al zo veel bekend? Dat was ten dele juist. Echter, de volledige Bomans-collectie die door de erven aan het Letterkundig Museum is geschonken, is “nog nooit gericht inhoudelijk bestudeerd.” En er zijn mensen die hun herinneringen nog niet hebben prijsgegeven.

Vaartjes zal streven naar een goed leesbare biografie “waarin alles verifieerbaar is via noten, bronvermeldingen.” Voorts is hij van mening dat Bomans “in zijn maatschappelijke en culturele context geplaatst (dient) te worden.”

Vaartjes is zich bewust dat hij het materiaal uitkiest, ordent en gewicht geeft. Ondanks een wetenschappelijke aanpak is subjectiviteit aanwezig. Daardoor kan over één schrijver “heel verschillende biografieën geschreven worden.” Vaartjes sloot dan ook af met: “Een biograaf moet leven met de gedachte dat de gebiografeerde postuum glimlacht om alle over hem gedebiteerde ‘waarheden’.”

[Zie ook verslag van ‘Godfried’ van oktober 2004]

Henk van Gelder vergeleek het schrijven van een biografie met het leggen van een puzzel zonder voorbeeld. Alles moet mooi in elkaar passen maar heb je wel alle stukjes? Het komt voor dat de mooiste verhalen na publicatie van een biografie loskomen of informatie die alles op losse schroeven zet. Verder is een biograaf een beunhaas, ofwel, hij moet zich begeven op terreinen waarvoor hij niet geschoold is. Als amateur-wetenschapper doet hij aan journalistiek, geschiedenis en psychologie, omdat hij zich moet inleven in zijn hoofdpersoon. “De kunst van de biograaf is om een soort symbiose te maken tussen het werk en het leven van iemand,” zo stelde Van Gelder. Hij besloot met: “Ik kan dus alleen maar hopen, dat collega Gé Vaartjes op dit moment flink aan het beunhazen is. Des te beter wordt zijn Bomans-biografie.”

*

Govert Henri van Marselis Hartsinck en zijn klasgenoten op het lyceum hadden een grote held: Bomans. De moeder van Govert wist een afspraak bij Bomans te regelen. Hij kreeg een kopje thee en het nieuwste stukje van Bomans aangeboden. Later heeft hij Bomans nog enkele malen ontmoet, voor het laatst in 1965 in zijn ouderlijk huis. Er was een commissie opgericht voor de restauratie van de Grote Kerk waarin zijn vader - president kerkvoogd van de Nederlands Hervormde Kerk – en Bomans zitting hadden. In 1970 vond Govert een briefje uit 1966 van Bomans aan zijn vader. Daaruit bleek dat een dame uit Limburg 100 gulden naar het verkeerde adres had gestuurd.

*

In de briefwisseling ‘Bomansianen onder elkaar’ gaf Peter Kraak zijn visie op de komende biografie. Hij vroeg zich af waar Vaartjes aan begon en of dat wel nodig was. Wie zat er op zo’n boek te wachten? Hele volksstammen hadden nog nooit van Bomans gehoord!

Cees van den Berg diende hem van repliek. Zou het niks worden met die biografie? Dat werd ook van het verzameld werk van Bomans gezegd. Echter, die dikke pillen vlogen als warme broodjes over de toonbank.

*

[Het motto van ‘Erik of het klein insectenboek luidt als volgt:

“Noi tutti siamo esiliati, viventi entro le cornici di uno strano quadro. Chi sa questo, vive da grande. Gli altri sono insetti.”

“Wij zijn alle ballingen, levend binnen de lijsten van een vreemd schilderij. Wie dit weet, leeft groot. De overige zijn insecten.”

Leonardo da Vinci (in een brief aan Gabriele Piccolomini)]

In de vorige ‘Godfried’ had Fred Berendse al zijn twijfels geuit over de authenticiteit van dat motto, nu ging hij in op de vraag van wie dat afkomstig was. Al in februari 1940 zond Bomans een deel van ‘Erik’ op naar zijn vriend Harry Prenen om het te beoordelen. Hij vroeg Prenen ook of hij een geschikt motto had. In die brief komt deze passage voor: “wij menschen leven, in tegenstelling tot de dieren, slechts voorloopig op aarde, in ballingschap.” Daarin klinkt volgens Berendse een Bijbelse notie door die door Calvijn aldus is weergegeven: “als de hemel ons vaderland is, (is) de aarde toch niet meer dan een oord van ballingschap.”

Op 1 september 1940 stuurt Prenen een Franse spreuk op. Volgens Bomans de spijker op de kop, en toch maar ten dele geschikt. Prenen suggereert in een brief van 9 september van een motto af te zien. Het komt er toch. Bomans verzon dat zelf, liet het in het Italiaans vertalen en zette er de naam Leonardo da Vinci onder.

[Michel van der Plas is ook van mening dat er een vertaler aan te pas is gekomen. Dat is goed mogelijk, hoewel Bomans toen al kennis had van het Italiaans.]

*

Bomans schreef voor de Sitas platencursus een hoorspel in 20 afleveringen om luisteraars Frans, Duits of Engels te laten leren. Een advertentie in de AVRObode van december 1963 vormt het bewijs.

*

In een ingezonden brief van ondergetekende, wordt de vraag opgeworpen, of het ‘Godfried’ in leven kan worden gehouden. Een rubriek met de titel ‘Daarom was Bomans zo groot’ zou een oplossing kunnen zijn.

Leden van het genootschap, die over veel kennis beschikken en Bomans nog persoonlijk gekend hebben, zouden op een A-viertje hun favoriete boek of sprookje kenbaar kunnen maken, voorzien van motivatie en treffende passages. Op die manier zou men Bomans nog enige erkenning kunnen geven, als tegenwicht voor het gebrek daaraan.

Aan deze brief werd een voorbeeld toegevoegd. Bomans wordt als een groot stilist beschouwd. Dat is mooi maar achter prachtig formuleren steekt een groot denker die de zaken dóór heeft, anders kan hij niet zo helder schrijven. Zo iemand is nog groter, als hij met allerlei tegenstellingen en ongerijmdheden kan spelen waardoor mensen gaan glimlachen of uitbarsten in gebulder.

Simon Carmiggelt en Godfried Bomans gingen al snel na de tweede wereldoorlog ‘stukkies’ schrijven, een nieuw literair genre dat niet voor vol werd aangezien. In de roerige jaren zestig schreef Bomans beschouwingen van velerlei aard. Hij toonde zich te weinig progressief om bij links mee te tellen. Daar komt bij dat hij een hekel had aan inhoudsloze nieuwlichterij zoals in de letterkunde en de kunst voorkwam, en hij werkte bij de toen nog behoudende ‘Volkskrant’ [en ‘Elseviers Weekblad’]. Hij werd ook nog een tv-persoonlijkheid wat in die tijd helemaal niet kon: als schrijver was hij niet meer serieus te nemen. Wanneer ging hij eens een echt boek schrijven, een roman?

Het stuk eindigde met:

“Godfried Bomans had grote verdiensten maar hij is buiten de literaire prijzen gevallen. Niet vanwege zijn rooms-zijn maar vooral omdat onbenullige, gepikeerde, jaloerse en humorloze types dat hebben weten tegen te houden.”

*

Hier volgt het ‘Nieuwsoverzicht van 1 augustus t/m 31 december 2003’, een selectie uit het nieuws dat in de ‘Bomans Krant’ op internet is verschenen. Redacteur Jac Aarts meldde, hier in verkorte vorm, ondermeer:

- In ‘De Gelderlander’ stond op 7 augustus 2003 boven een overlijdensadvertentie van een oud-schooldirecteur de volgende woorden: “Wij zijn allen ballingen, levend binnen de lijsten van een vreemd schilderij….” Leonardo da Vinci

- Tijdens het avondvullende tv-programma Zomergasten ontving schrijver Joost Zwagerman oud-premier Dries van Agt. Het gesprek kwam op Bomans. Van Agt vond het “een ten hemel roepende schande” dat Bomans nooit een literaire prijs had gekregen. Dat had te maken met de jaren zestig waarin iemand met zijn stijl, gerichtheid en roomsheid, niet paste. [Bomans was verre van rooms, hij was juist een afbreker van de katholieke kerk.] Zwagerman hield Bomans voor een bijna vergeten schrijver. Van Agt benadrukte het voortleven van Bomans, wegens zijn verschenen verzamelde werk (“zeven vuistdikke pillen”) en het bestaan van het Godfried Bomans Genootschap. (25-08)

- Van 1951 tot 1955 is Bomans bestuurslid geweest van de Rooms-Katholieke Openbare Leeszaal en Bibliotheek te Haarlem.

- Jan Mulder [voetballer, schrijver en regelmatig te gast in De Wereld Draait Door] gaf voor het Vlaamse dagblad ‘De Morgen’ een interview dat op 20 maart 2003 werd afgedrukt. Toen hij in Brussel bij Anderlecht voetbalde, liet hij ‘de Volkskrant’ per post komen, vanwege de stukken van Bomans, waarvan hij genoot. Mulder zei: “Ik zocht Bomans. Ben ik nóg trots op.” (22-09)

- Arjan Peters recenseerde op 26-09-2003 voor ‘de Volkskrant’ het nieuwe boek van Louis Ferron. In ‘Werken van barmhartigheid’ zette hij de bijl in het brave Haarlem. Peters schreef verder: “Gezeemde ramen, geschrobde stoepjes, fluitende dienstkloppers, en in het café anderhalve bohémien naar wie geen hond luistert, omdat de goegemeente het verkiest zich te blijven wentelen in de ongevaarlijke roomse grollen van Godfried Bomans. Ondeugendheid als hoogst haalbare artistieke provocatie.” (26-09)

- De Nederlandse soldaten die naar Irak gaan, krijgen een boekje mee die de geestelijke weerbaarheid moet vergroten, zo meldt dagblad ‘Trouw’. Ter inspiratie staat op elk van de 180 bladzijden een spreuk van onder anderen Loesje, Fons Jansen en Confucius. Van Bomans zijn zes spreuken opgenomen waarvan er een als volgt luidt: “Een fanaticus is vaak een weifelaar die een besluit heeft genomen.” (16-10)

- In het zojuist verschenen nummer van de ‘Vestdijkkroniek’ ging Gé Vaartjes uitgebreid in op de biografie als genre. Biografen moeten vechten tegen de vergankelijkheid. Zij reanimeren het voorbije leven, tot ook dat voorbij is. (20-10)

- Literatuurkenner Pieter Steinz [werkzaam bij NRC Handelsblad] heeft een dikke gids geschreven met als titel ‘Lezen etcetera’. Daarin komen 416 wereldauteurs voor. Simon Carmiggelt en Annie M.G. Schmidt ontbreken, Bomans staat er wel in. (25-11)

- Ted van Turnhout is overleden (1936-2003). Hij was in 1972 mede-oprichter van het Godfried Bomans Genootschap en hij heeft diverse artikelen geschreven over Bomans. (04-12)

Edward Krabbendam

19 november 2010

Verslag van ‘Godfried’ van oktober 2004

Fred Berendse opende deze uitgave met een ‘Woord vooraf’, waarin hij de Bomansliefhebbers veel moois in het vooruitzicht stelde: een nieuw boek, een nieuwe film en twee tv-documentaires. Verder stipte hij de inhoud aan.

*

Jan-Coen Bangert (1928-2004) is op 28 augustus 2004 overleden. Bangert leerde Bomans kennen tijdens de tweede wereldoorlog, toen Bomans bij zijn ouders onderdook [dit naar bevindingen van Michel van der Plas, waarvoor echter weinig bewijs bestaat]. Na het plotselinge overlijden van Bomans ging Bangert de belangen van de erven Bomans behartigen. Hij gaf de aanzet voor de uitgave van het verzameld werk en zorgde ervoor dat het Genootschap de niet opgenomen stukken mocht publiceren.

*

Gé Vaartjes heeft zijn jawoord aan de erven gegeven en zal een biografie over Bomans gaan schrijven. Journalist Cees van den Berg gaat Vaartjes op die weg volgen tot aan de publicatie. Het eerste artikel is ‘Nader tot de biograaf’ genoemd. Vaartjes (49) is neerlandicus te Boskoop, leraar en schrijver van een biografie over Herman de Man terwijl die over Top Naeff bijna af is [het is in 2010 verschenen]. Daarna komt Bomans aan de beurt, [hoewel diens biografie in 2004 zou komen te verschijnen.]

Al als kind was Vaartjes geboeid door Bomans en knipte berichten over hem uit, overigens, net als die van andere schrijvers. In de ‘Vestdijkkroniek’ uit 2003 schreef hij de toedracht van zijn uitverkiezing, toen hij nog aan de biografie over De Man werkte [dat in 1999 uitkwam]. Michel van der Plas had hem per brief deze vraag voorgelegd: “Wat ga je hierna doen? Is Bomans niets voor je?”

Door allerlei overwegingen hield Vaartjes de boot af. Later volgden gesprekken met Van der Plas – de biograaf van de jonge Bomans -, Bangert en Annemarie Feilzer. Ze waren op zoek naar een biograaf die een beetje moest opschieten, omdat er nu nog ooggetuigen in leven waren. Na een lang gesprek met mevrouw Bomans ging het licht op groen. Door een persbericht [in 2001] staat Vaartjes bekend als Bomans-biograaf hoewel hij nog niet aan dat project begonnen was. Daar had hij moeite mee.

Vaartjes is enthousiast over het schrijven van biografieën. Het fascineert. De onderzoeksfase is het boeiendst, vooral als er vondsten zich voordoen. De belangrijkste informant bij Bomans zal diens weduwe zijn, die “na zijn dood consequent onzichtbaar is geweest, maar die nu in gesprekken het verleden laat herleven.” Vaartjes hoopt aan het ‘algemeen bekende beeld’ van Bomans “het nodige toe te voegen en te corrigeren.”

*

Peter Kraak en Cees van den Berg voerden voor het blad van het Genootschap een correspondentie op enigszins Bomansachtige wijze, die begin mei 2004 ten einde liep met ‘Vaarwel, Peter!’

*

Jac Aarts bezocht de ledenbijeenkomst van 3 april 2004 in Haarlem en maakte een verslag. Niels Klinkenberg droeg die dag twee verhalen voor die eind jaren dertig waren afgedrukt in het Amsterdamse studentenblad Propria Cures. ‘Ter intrede’ was Bomans’ maidenspeech als beginnend redacteur van Propria Cures in 1938, waarin hij aangaf wat de lezers wel en niet van hem konden verwachten. Verder bracht Klinkenberg het ‘Tragisch fragment’. Zijn rustige en professionele manier van doen werd zeer gewaardeerd. Dat was als volgt gekomen. Klinkenberg had voor zijn zoontjes al ‘Pim, Frits en Ida’ voorgelezen, hij droeg zelfgemaakte ‘balladen’ voor tijdens bijeenkomsten van de Tolkienvereniging en hij had nog een jaar toneelschool gedaan.

*

Begin jaren ’50 schreef Bomans voor ‘Elseviers Weekblad’ 6 kinderverhalen die weldra in het Duits werden vertaald. Het waren: De verliefde Zebra; Jan de Zebra; De ontevreden vis; Het luie jongetje; De ijdele engel en Het locomotiefje. In 1960 kon men deze boekjes bij de kruideniersketen CO-OP krijgen voor 100 waardepunten plus 35 cent. In december 1960 stond een interview met Bomans in het maandblad van de CO-OP, waarop Jan Henry, de schrijver van ‘Zes kinderboekjes van Godfried Bomans’, de hand had weten te leggen. Uit de inleiding blijkt dat Bomans niet op zijn hurken is gaan zitten, maar hij werd een ogenblik kind, met kinderhumor en kinderlogica. Bomans meende dat Andersen een “geboren kinderverteller (was), maar die heeft zich bijna niet verplaatst in het kind. Die wás het. Die is kind gebleven, met al het egoïsme, en alle ijdelheid van het kind, met al z’n fouten en al z’n charmes. (..) Een heleboel dames, die voor kinderen schrijven, die denken: een kind begrijpt weinig. Het is een klein emmertje en laat ik nou alleen dat emmertje vullen. En dan krijg je dus het Ot-en-Sien-verhaal. Maar dat is niet nodig. Je kunt gerust die badkuip vullen. Het kind haalt er zelf het emmertje wel uit.”

Over de kinderboekjes van Bomans schreef de onbekend gebleven journalist nog, dat Bomans “zich eerst zoveel mogelijk vertrouwd heeft gemaakt met de ziel van het kind en pas toen is gaan schrijven.”

*

Hier volgt het ‘Nieuwsoverzicht van 1 januari t/m 30 juni 2004’, een selectie uit het nieuws dat in de ‘Bomans Krant’ op internet is verschenen. Redacteur Jac Aarts meldde, hier in verkorte vorm, ondermeer:

- In ‘De Morgen’ van 11 februari schreef Jeroen Brouwers een artikel over brieven van Louis Paul Boon waarin ondermeer deze tekst voorkwam: “In deze naoorlogse jaren ontstond het journalistieke genre dat ‘columnisme’ is gaan heten. (..) Tegenwoordig overwoekert het ieder dag- en weekblad, terwijl de pioniers ervan in de Nederlandstalige pers, de soevereine stilisten Carmiggelt en Bomans, tot heden nooit zijn geëvenaard. Ook niet door hun Vlaamse tijdgenoot Boon.” (13-02)

- In ‘Het Parool’ van 21 februari is een interview afgedrukt met tv-presentatrice [en cabaretière] Claudia de Breij. Op het trefwoord Bomans reageerde ze met: “Bekommer u niet om de vraag hoe u een schrijver wordt. Ga naar huis en denk er niet meer aan. Maar nu gij daartoe geroepen zijdt, zult ge die stem te zijner tijd horen.” De Breij geeft nog meer citaten uit Bomans’ artikel ‘Hoe word ik schrijver’, dat ze op haar zestiende gelezen had en die tekst sindsdien in haar portemonnee draagt. (23-02)

- Filosoof-ethicus Martin van Hees leverde een bijdrage aan het boek ‘Het goede leven’ waarin hij ondermeer het begrip authenticiteit onderzocht bij Bomans. In dagblad ‘Trouw’ van 29 maart 2004 zei Hees: “Bomans ging bij zijn leven op zoek naar een evenwicht tussen zijn functioneren in de samenleving en zijn artistieke geweten. Hij was een gevierd kunstenaar en toch diep ontevreden, omdat het Grote Boek nooit kwam. Bomans heeft zijn ware ‘zelf’ niet kunnen realiseren.” (29-03) [Bomans heeft alleen in het begin van zijn schrijversloopbaan de wens gehad een groot boek te schrijven, daarna niet meer.]

- In het Vlaamse dagblad ‘De Morgen’ van 31 maart 2004 werd de vraag gesteld of Hugo Claus de invloedrijkste schrijver van zijn generatie was. Paul Claes, een Claus-kenner zei: “Volgens mij moet dat Godfried Bomans zijn. Bomans werd niet alleen stukgelezen, hij kwam ook regelmatig op de televisie. Hij heeft de Vlaming leren spelen met de taal.” (31-03)

- In het VWO-examen Latijn kwamen een citaat van de wijsgeer Cicero voor en een van Bomans. Beiden vonden de aarde t.o.v het heelal klein maar trokken verschillende conclusies. De eindexamenkandidaten moesten die conclusies verwoorden. Bomans stelde: “De ruimtevaart heeft een pacifistische uitwerking. Het zien van een foto in de krant, waarop een kleine bol is afgebeeld en het besef dat dit de aarde is, doet tegelijk de gedachte ontwaken: het is absurd om op zo’n knikker elkaar nog de hersens in te slaan.”

- Op de site van de politieke groepering Nieuw Rechts, puttend uit kringen rond LPF en Leefbaar Nederland, hebben reageerders het gemunt op oud-premier Joop den Uyl (PvdA), Wim Kok en anderen. Daarbij wordt gebruik gemaakt van een verhaspeld citaat van Bomans: “Fascisme is het gevoel dat ik krijg in een zaal vol linkse mensen.” (03-06) [Zie ook nieuwsberichten in ‘Godfried’ van september 2005.]

- Het Letterkundig Museum is enkele portretten van schrijvers rijker, waaronder een schilderij van Godfried Bomans, gemaakt door Jan van ’t Hoff. Het museum beschikt al over diverse zaken die bij Bomans horen, zoals een schaakspel, brieven en dergelijke. [16-06]

- “Bomans was niet rechts zoals vaak gedacht wordt,” zo schreef Jac Aarts. “In de woelige jaren zestig ging hij consequent rechtdoor, niet rechtsaf en niet linksaf. Auteurs als Harry Mulisch sloegen in die jaren wél linkse politieke richtingen in. Het is dus een kwestie van een vertekend perspectief dat Bomans ‘rechts’ zou zijn. Dat blijkt uit een uitvoerig essay dat de Zeeuwse econoom en Bomans-lezer Edward Krabbendam publiceerde in de Bomans Krant.”

Edward Krabbendam

18 november 2010