2003
  Verslag van ‘Godfried’ van oktober 2003

In het ‘Voorwoord’ merkte Fred Berendse op dat van vadertje Kats vele spreuken zijn overgeleverd. De media volgend, kan Bomans ook tot zo’n vadertje uitgroeien. Verder stipt de voorzitter de onderwerpen aan.

*

Cees van den Berg herdenkt in een gedicht de 32 jaar eerder overleden Bomans, die nog zeer in leven blijkt te zijn.

*

Van de rubriek ‘Bomansianen onder elkaar’ – een briefwisseling tussen Cees van den Berg en Frank van der Voordt – zijn 3 afleveringen gepubliceerd. Peter Kraak, literatuurliefhebber te Den Helder neemt de plaats van Van der Voordt in. Deze vierde aflevering bestaat vooral uit snaakse schermutselingen.

*

Jan Henry meldt dat de ‘Camera Obscura’ van Hildebrand – een lievelingsboek van Bomans - verfilmd gaat worden. Scenarioschrijver is Bob in ’t Hout, die o.a. het scenario van ‘Kees de jongen’ heeft geschreven.

*

Erik Jacobs reageerde op ‘De cent en de gleufjesbel’ dat in het vorige nummer werd geplaatst.

*

‘De bramenplukker’ is een beroemd sprookje van Bomans. Het gaat over een zonderling figuur die in het bos woont. Op een dag komt iemand bij hem langs. De bramenplukker vertelt hoe rijk hij is. Zo ligt het rond zijn huis bezaaid met parels (dauwdruppels). De bezoeker reist verder en vertelt in de stad over de rijkdommen in het bos. Het volk stroomt toe en ziet dat de parels van de bramenplukker geen echte zijn. Uit wraak knopen ze de bramenplukker hoog in de boom op.

Jac Aarts kwam dit verhaal in 1994 of 1995 in een heel andere vorm op internet tegen en nam contact op met de publicist van dit later verwijderde stuk. André Antonides was een Bomansliefhebber die het sprookje had gebruikt voor een gemeenteavond van de kerk, die ook door jongeren werd bezocht. Daarom liep nu het sprookje goed af.

Zes studenten in Utrecht hadden van ‘De bramenplukker’ een filmversie gemaakt. Zij legden de nadruk op een politiek aspect, vanwege de publicatie van dat sprookjesboek in 1946, direct na de Duitse bezetting, toen het recht ook vaak in eigen hand werd genomen aangaande meelopers en collaborateurs. De film werd een pleidooi tegen eigen rechtertje spelen. Evenwel, dit sprookje van Bomans was al in 1936 voor het eerst gepubliceerd in een tijdschrift.

*

Vice-voorzitter Frank van der Voordt is een man van het eerste uur en was er ook bij toen in 1973 het Bomans Genootschap voor het eerst bijeenkwam in restaurant Zomerzorg, dat in de ‘Camera Obscura’ van Hildebrand tweemaal wordt genoemd. Het Bloemendaalse gebouw vloog nog geen jaar later in brand en is niet meer herbouwd. De Vereniging van Letterkundigen is daar ook bijeen geweest. Mevrouw M. Stuiveling - van Viersen Trip - de weduwe van Garmt Stuiveling - berichtte daarover in het bulletin van die vereniging en stond toe haar artikel in ‘Godfried’ af te drukken. De bijeenkomst van letterkundigen werd in een te grote zaal gehouden, verliep moeizaam en in de aangrenzende zaal werd de jaarvergadering-met-maaltijd van de voetbalclub Haarlem gehouden wat een groot feest was. De letterkundigen konden elkaar nauwelijks verstaan. Ineens stond Bomans in hun midden. De vergadering werd meteen gesloten en niemand had nog iets voor de rondvraag. Bomans ging naar de feestende voetballers en fans, verzocht ze 20 minuten stil te zijn, hooguit te fluisteren, waarna hij een half uur aan hun diner zou gaan aanzitten, terwijl iedere voetbalfan werd uitgenodigd voor een unieke voordracht van de dichter Hans Andreus. Hiervan maakten vier voetballers gebruik. Bomans redde de bijeenkomst en kreeg een dankbaar, warm, applaus.

*

[Het motto van ‘Erik of het klein insectenboek’ luidt als volgt:

“Noi tutti siamo esiliati, viventi entro le cornici di uno strano quadro. Chi sa questo, vive da grande. Gli altri sono insetti.”

“Wij zijn alle ballingen, levend binnen de lijsten van een vreemd schilderij. Wie dit weet, leeft groot. De overige zijn insecten.”

Leonardo da Vinci (in een brief aan Gabriele Piccolomini)

Leonardo da Vinci staat bekend als schilder en ontwerper maar was het motto van ‘Erik’ wel van hem afkomstig? Fred Berendse ging op onderzoek. In geen bibliotheek op aarde was de bewuste brief van da Vinci te vinden. En Piccolomini was een belangrijk adellijk geslacht uit Siena maar er was geen aanknopingspunt met da Vinci. Het motto leek van Bomans zelf afkomstig te zijn. Volgens Berendse is het levensmotto van da Vinci daarom zeer van toepassing: “O, armzalige stervelingen, opent uw ogen.”

[Zie ook het verslag van ‘Godfried’ van maart 2004.]

*

Hier volgt het ‘Nieuwsoverzicht van 1 februari t/m 31 juli 2003’, een selectie uit het nieuws dat in de ‘Bomans Krant’ op internet is verschenen. Redacteur Jac Aarts meldde, hier in verkorte vorm, ondermeer:

- Van Harry Prick is het tweede deel van de biografie over de schrijver Lodewijk van Deyssel (Alberdingk Thijm) gepresenteerd onder de titel ‘Een vreemdeling op de wegen’. Prick deelde desgevraagd aan Aarts mede, dat Bomans, die de oude Van Deyssel ook privé had gekend, hem werkelijk begrepen had. Prick betreurde dat Bomans niet meer werk had gemaakt van zijn ‘Herinneringen aan Lodewijk van Deyssel’. Dat zou een boek van ruim 200 bladzijden hebben moeten worden. (01-02)

- Van wie is de uitdrukking ‘het kost een paar centen maar dan heb je ook wat?’ Ewoud Sanders denkt dat het van Bomans is, anderen Toon Hermans of Louis Davids. (10-02)

- Ter nagedachtenis aan Nicolaas Beets kwam op zijn 100ste sterfdag ‘Jeugd in het Beetsenhuis - Herinneringen van de jongste dochter van Nicolaas Beets’ uit. Ada Geertuide Went-Beets was in 1955 overleden. Haar memoires werden niet gepubliceerd door toedoen van Bomans, zo blijkt uit de inleiding van Peter van Zonneveld. De vader van haar jeugdliefde was alcoholist en Beets vreesde van die jongen hetzelfde zodat hij geen toestemming gaf tot een huwelijk. Deze kwestie achtte Bomans schadelijk voor het imago van Beets. (19-03)

- Guy Mortier is meer dan 30 jaar hoofdredacteur geweest van het Vlaamse weekblad ‘Humo’. Op 18 maart 2003 stond in dat blad dat Mortier in zijn jeugd had genoten van spannende boeken en zei: “Maar boven alles was er Godfried Bomans. Ik had hem leren kennen via mijn oudere broer. Thuis, aan tafel, citeerden wij hele pagina’s Pieter Bas of Kopstukken uit het hoofd. Die humor was voor ons het hoogste.’” (24-03)

- Op 31 maart 2003 werd in Antwerpen de tentoonstelling ‘Godfried Bomans, de fluwelen duivel’ geopend. Guido Verschaeren was aanwezig en deed verslag voor de Bomans Krant. Deze tentoonstelling leek hem kleiner dan die in Den Haag, die eerder was gehouden. Verschaeren kwam enige hoge heren van het genootschap tegen alsmede Guy Mortier en Gerd De Ley. (05-04)

- Paul Witteman [van Pauw en Witteman] gaf voor de radio een interview. Naar aanleiding daarvan schreef Maarten Huygen op 16 april 2003 in de ‘NRC’ een artikel waaruit bleek dat de overeenkomsten tussen Witteman en Bomans groot waren. Beiden waren in dezelfde omgeving opgegroeid, waren van huis uit katholiek, hun vaders waren jurist en politicus en beiden waren liefdeloos opgevoed. En ze waren tv-persoonlijkheden. (18-04)

- Bomans en Wolkers hebben in de zomer van 1971 een week op Rottumerplaat gekampeerd. Ze deden daarvan verslag voor de radio. Hun contactman was Willem Ruis. [Deze tv-presentator overleed in 1986.] Gijs Groenteman schreef over Ruis een biografie met de titel ‘De Willem Ruis Show’ die onlangs op de markt is verschenen. Ruim 20 pagina’s van dit boek gaan over Bomans. (24-05)

- Op een overlijdensadvertentie in ‘de Gelderlander’ van 5 juni kwam deze spreuk voor: Men gaat op reis om thuis te komen. G. Bomans. (06-06)

- Pat Donnez verzorgde in Vlaanderen de radioserie Bomans & Bomans. Elke uitzending bleek een luisterfeest te zijn. Daarvoor ontving hij de ANV-mediaprijs. (15-06)

- De schrijver Anton van Duinkerken werd 100 jaar geleden geboren. Dat wordt dit jaar herdacht met twee boeken waarin ook Bomans voorkomt. (26-06)

- Het Letterkundig Museum meldt dat de tentoonstelling ‘Godfried Bomans, De fluwelen duivel’ een succes is geworden. Ruim 1500 personen brachten een bezoek. (11-07)

*

In deze ‘Godfried’ is een advertentie opgenomen van de Volks-Universiteit van 25 oktober 1957. Op twee ledenavonden zal Godfried Bomans een voordracht gaan houden met de titel ‘Op het mes’. Bomans kwam op deze informatierijke advertentie ook zelf aan het woord: “’Op het mes’ is een voordracht van een sterk satyrisch karakter, waarin toestanden en gebeurtenissen, zowel in als buiten Nederland, aan een scherp en critisch onderzoek worden onderworpen. Licht geprikkelde naturen, die prijs stellen op het behoud van hun gemoedsrust, doen verstandig met zich van deze avond afzijdig te houden.”

Edward Krabbendam

22 november 2010